Commissie kan zorgaanbieder niet verplichten om een maaltijdvergoeding uit te keren

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: Kosten    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 226975/245482

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De klacht heeft betrekking op de beslissing van de zorgaanbieder om aan bewoners geen maaltijdvergoeding te verstrekken voor niet genuttigde maaltijden (al dan niet structureel). De commissie verklaart de klacht ongegrond omdat er geen wettelijke grondslag bestaat op grond waarvan de zorgaanbieder daartoe gehouden is.

De uitspraak

In het geschil tussen

[naam], wonende te [woonplaats] (hierna te noemen: de cliënt)

en

Noorderbreedte B.V., gevestigd te Leeuwarden
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
De klacht heeft betrekking op de beslissing van de zorgaanbieder om aan bewoners geen maaltijdvergoeding te verstrekken voor niet genuttigde maaltijden (al dan niet structureel). De commissie verklaart de klacht ongegrond omdat er geen wettelijke grondslag bestaat op grond waarvan de zorgaanbieder daartoe gehouden is.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 9 februari 2024 te Zwolle.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling
Standpunt van cliënte
Cliënte verblijft in een zorginstelling van de zorgaanbieder. In haar zorgplan is vastgelegd dat zij in de weekenden een vriend kan bezoeken. Het ene weekend betreft dit een zaterdag en een zondag, het andere weekend gaat het om een zaterdag. Cliënte heeft te weinig inkomen om in die weekenden een bijdrage te leveren aan de kosten van voeding. Zij heeft de zorgaanbieder verzocht om haar voor die dagen een compensatie toe te kennen omdat zij die dagen geen gebruik maakt van de maaltijden die door zorgaanbieder worden aangeboden. De zorgaanbieder staat daar niet voor open en dit acht cliënte niet in haar belang. Cliënte verzoekt de commissie om de zorgaanbieder een dagvergoeding aan haar toe te kennen, van € 6,82 per dag voor de dagen waarop zij niet in de zorginstelling eet.

Standpunt van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder heeft begrip voor het verzoek van cliënte maar wenst hier niet aan te voldoen. Het verzoek is intern besproken en is ook aan de Cliëntenraad voorgelegd, maar het verzoek is niet gehonoreerd omdat dergelijk maatwerk veel tijd en kosten met zich meebrengt. De maaltijden maken onderdeel uit van de totale bekostiging van de zorg die cliënte afneemt op grond van haar Wlz-indicatie. Daarin is inbegrepen het verblijf, de zorg, de dagbesteding en ook de maaltijden. De totale bekostiging van zorg die wordt afgenomen, is niet gedifferentieerd in de vorm van een integrale kostprijs, zodat de zorgaanbieder deze bekostiging dan zou moeten splitsen. Dit vereist een complexe berekening, die telkens moet worden herhaald als de tarieven wijzigen. De besparing van een niet genoten maaltijd overstijgt dergelijke administratieve kosten van de zorgaanbieder niet.

Oordeel van de commissie
Hoewel de commissie zich afvraagt of zij op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) bevoegd is om een klacht als deze te behandelen – de klacht is immers niet gericht op de zorgverlening, maar ziet slechts op een beslissing van de zorgaanbieder omtrent een financiële vergoeding – merkt de commissie voor de volledigheid op dat zij de klacht ongegrond acht. Zoals partijen terecht hebben opgemerkt, bestaat er voor de zorgaanbieder geen verplichting om de betreffende maaltijdvergoeding uit te keren. De zorgaanbieder heeft hieromtrent een afweging gemaakt en hiertoe gemotiveerd besloten. Cliënte is het daar niet mee eens, maar er is geen wettelijke grondslag op grond waarvan de commissie de zorgaanbieder daartoe kan verplichten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond.
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit de heer mr. M.M. Verhoeven, voorzitter, mevrouw mr. M.B. van Leusden-Donker, de heer J. Zomerplaag, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. N. Sewradj, secretaris, op 9 februari 2024.