Commissie onbevoegd om overeenkomst te wijzigen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Sociaal Domein: Inkoop Jeugdwet en WMO    Categorie: Bevoegdheid/ontvankelijkheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: onbevoegd/niet ontvankelijk   Referentiecode: 234394/244972

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De zorgaanbieder verzoekt de Geschillencommissie Sociaal Domein: Inkoop Jeugdwet en WMO (hierna: de commissie) om te bepalen dat de gemeenten de Wmo tarieven Begeleiding, Beschermd Thuis en Beschermd wonen (hierna: de Wmo tarieven) van het jaar 2023 dienen te indexeren conform de OVA indexatie systematiek, alsmede de indexatie van de Wmo tarieven van het jaar 2022 dienen te corrigeren. In wezen verzoekt de zorgaanbieder hiermee om de overeenkomst tussen partijen te wijzigen zonder de instemming van de gemeenten. De commissie is op grond van artikel 13 lid 2 het reglement van de commissie (hierna: het reglement) niet bevoegd om dit verzoek toe te wijzen. De commissie verklaart de zorgaanbieder dan ook niet-ontvankelijk in haar verzoek.

De uitspraak

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de commissie te laten beslechten.

De zorgaanbieder heeft de klacht voorgelegd aan de gemeenten. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 8 april 2024 te Den Haag. Ter zitting zijn digitaal via Zoom verschenen:
– dhr. [naam], strategisch manager van de zorgaanbieder,
– mw. [naam], juridisch adviseur van de gemeenten,
– mw. [naam], inkoop- en contractmanager van de gemeenten,
– dhr. [naam], programma manager Wmo van de gemeenten,
– dhr. [naam], informatiemanager van de gemeenten.

Beoordeling
Inleiding

De gemeenten hebben de Wmo tarieven van het jaar 2023 geïndexeerd op gemiddeld 3,5%. Deze indexatie is berekend op de wijze, zoals vastgelegd in artikel 7 van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Naar aanleiding van een aantal opmerkingen van zorgaanbieders over de indexatie van de Wmo tarieven 2023 hebben de gemeenten [onderzoeksbureau] gevraagd om een controle berekening te maken van de Wmo tarieven 2023. [Onderzoeksbureau] heeft in haar analyse (overgelegd als bijlage 6 door de gemeenten) (onder meer) geconcludeerd dat de door de gemeenten gehanteerde Wmo tarieven 2023 nog altijd reëel in technische zin zijn. Op 18 juli 2023 heeft de zorgaanbieder bij de gemeenten bezwaar gemaakt tegen de (wijze van) indexatie van de ambulante producten Zelfstandig & Veilig Wonen van het jaar 2023. De gemeenten hebben besloten om de Wmo-tarieven van 2023 niet te verhogen en de Wmo-tarieven vanaf 2024 te indexeren volgens de OVA indexatie systematiek.

In geschil tussen partijen is of de gemeenten de Wmo-tarieven 2022 en 2023 conform de OVA indexatie systematiek dienen te indexeren op grond van de redelijkheid en billijkheid.

De klacht van de zorgaanbieder
Volgens de zorgaanbieder hebben de gemeenten met de gehanteerde wijze van indexatie van de Wmo-tarieven van het jaar 2023 (ex artikel 7 van de overeenkomst) en de analyse van [onderzoeksbureau] onvoldoende rekening gehouden met de volgende bijzondere marktomstandigheden in 2023.
– de opengebroken Cao’s en aanvullende afspraken over loonsverhogingen als gevolg van de hoge inflatie, zoals bijvoorbeeld de aanvullende loonsverhoging van 5% per 1 november 2023 binnen de GGZ,
– de kostprijsverhogende elementen van een krappe arbeidsmarkt, zoals de kosten van werving en selectie en de looneis,
– de Wmo-tarieven van 2022 die feitelijk 2.1% te laag zijn geïndexeerd door de gemeenten, omdat ook in dat jaar de bijzondere marktomstandigheden niet zijn meegenomen in de indexatie en dit een kostenverhogend effect heeft op het jaar 2023,
– het hoge verzuim binnen de zorgsector (gemiddeld 8,36% over 2022 en 8,1% over het eerste kwartaal van 2023) hetgeen heeft geleid tot een hogere kostprijs voor zorgaanbieders.
Als gevolg van de lage indexatie is de kloof tussen de werkelijke kosten en de Wmo-tarieven te groot geworden, waardoor de zorgaanbieder haar diensten niet meer kostendekkend kan aanbieden. De zorgaanbieder kan hierdoor worden genoodzaakt om haar dienstverlening te heroverwegen, dan wel af te bouwen. Partijen hebben bij het opstellen van de overeenkomst geen rekening gehouden met deze bijzondere marktomstandigheden en de gevolgen daarvan. De OVA indexatie systematiek houdt wel rekening met deze bijzondere marktomstandigheden. De zorgaanbieder verzoekt de commissie daarom om te bepalen dat de gemeenten de Wmo tarieven van het jaar 2023 dienen te indexeren conform de OVA indexatie systematiek, alsmede de indexatie van de Wmo-tarieven van het jaar 2022 dienen te corrigeren om de uitzonderlijke marktomstandigheden te compenseren.

De reactie van de gemeenten
De gemeenten stellen zich op het standpunt dat de Wmo-tarieven 2022 en 2023 reële tarieven zijn en voeren hiertoe, voor zover relevant, het volgende aan.

De gemeenten hebben bij aanvang van de overeenkomst tussen partijen en gedurende de looptijd daarvan de Wmo tarieven zorgvuldig onderzocht, onderbouwd en verhoogd. Ter onderbouwing hebben de gemeenten de analyse van de Wmo tarieven 2023 van [onderzoeksbureau] overgelegd. De gemeenten hebben de aanbevelingen van [onderzoeksbureau] gericht op de gewijzigde marktomstandigheden overgenomen en partijen hierover transparant geïnformeerd. De gemeenten hebben dan ook alle formele en materiële stappen doorlopen om tot een reëel Wmo tarief te komen. Het verzoek van de zorgaanbieder dient daarom afgewezen te worden.

De beoordeling van het geschil door de commissie
Niet in geschil tussen partijen is dat de gemeenten de indexatie van de Wmo tarieven van 2022 en 2023 conform artikel 7 van de tussen partijen gesloten overeenkomst hebben vastgesteld. De commissie begrijpt daarom uit het verzoek van de zorgaanbieder dat zij wenst dat de commissie de overeenkomst tussen partijen, zonder de instemming van de gemeenten, wijzigt door te bepalen dat de gemeenten de Wmo-tarieven van 2022 en 2023 dienen te indexeren conform de OVA indexatie systematiek. De commissie is van oordeel dat zij op grond van artikel 13 lid 2 het reglement niet bevoegd is om dit verzoek toe te wijzen. De zorgaanbieder is daarmee niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Behandelingskosten
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de zorgaanbieder aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de zorgaanbieder niet-ontvankelijk in haar verzoek,
– bepaalt dat de zorgaanbieder behandelingskosten dient te betalen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Sociaal Domein: Inkoop Jeugdwet en Wmo, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, mevrouw J. Martens, de heer dr. ir. N. Uenk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. R.H.W. Theuns-van Waasdijk, secretaris, op 8 april 2024.