Commissie onbevoegd, omdat het geschil voortvloeit uit een zakelijke transactie

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 226500/235408

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Klaagster heeft bij de ondernemer een opleiding tot paardencoach gevolg. Klaagster klaagt over de kwaliteit van de opleiding. De ondernemer heeft aangevoerd dat de commissie onbevoegd is om het geschil te behandelen, omdat het een zakelijke transactie betreft. De commissie volgt de ondernemer in dat standpunt. De commissie is onbevoegd om het geschil in behandeling te nemen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 30 januari 2024 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening door de ondernemer in verband met een opleiding tot paardencoach.

Klaagster heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer
Voor zover thans van belang voert de ondernemer aan dat het in deze een zakelijke inschrijving en betaling betreft van de opleiding van de ondernemer. De commissie behandelt echter alleen klachten van consumenten. De commissie kan de klacht dan ook niet behandelen.

Standpunt van klaagster
De opleiding is betaald vanuit de zakelijke huisartsenpraktijk. Dat is niet van belang nu het niets met haar huisartsenpraktijk te maken heeft en het een “cursus” uit interesse geweest. Klaagster is niet werkzaam in de paardenwereld en heeft geen paardenbedrijf. Verzocht wordt dan ook de klacht in behandeling te nemen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Alvorens een zaak inhoudelijk te kunnen behandelen dient de commissie ambtshalve of op verzoek van partijen vast te stellen of zij bevoegd is van het geschil kennis te nemen dan wel of de klager in zijn klacht kan worden ontvangen.

De taak en daarmee de bevoegdheid van de commissie wordt met name bepaald en begrensd door artikel 3 van haar reglement en luidt:
‘De commissie heeft tot taak geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover de geschillen zijn ontstaan op of na 1 april 2007 en betrekking hebben op door de ondernemer te leveren of geleverde diensten en/of zaken. Zij doet dit door in een dergelijk geschil een bindend advies uit te brengen of door een schikking tussen partijen te bevorderen’.

In artikel 1 van dit reglement wordt aangegeven dat onder een consument moet worden verstaan: ‘de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf’.

Dit brengt mee dat de commissie onder meer dient vast te stellen of de klaagster als consument kan worden aangemerkt. Nu de factuur is gesteld op naam van de onderneming van klaagster, is betaald via de zakelijke rekening van klaagster en derhalve in de administratie daarvan is opgenomen, is sprake van een zakelijke transactie waarbij kennelijk ook bedoeld is op deze wijze kennelijk fiscaal voordeel te verkrijgen.

Klaagster kan naar het oordeel van de commissie in deze dan ook niet als consument worden aangemerkt. De enkele omstandigheid dat de aankoop is bedoeld om privé te worden gebruikt maakt dat niet anders.

Dit brengt mee dat de commissie geen inhoudelijk oordeel over dit geschil toekomt en zich derhalve niet verder over het over en weer gestelde kan uitlaten.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich dan ook onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer C. Broers, mevrouw mr. M.J. Boon, leden, op 30 januari 2024.