Commissie oordeelt inzake klacht over dakrandafwerking

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Dakbedekking    Categorie: (non)conformiteit / Afwijkingen tussen hetgeen is overeengekomen en geleverd / Deskundigenonderzoek    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies na Tussen Advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 195222/198012

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Na het onderzoek en een rapport van de deskundige, concludeert de commissie dat de klacht over de dakrandafwerking ongegrond is. De dakrandafwerking is volgens de deskundige goed en voldoet aan de standaarden. Hoewel er kleine gebreken zijn zoals een scheurtje in de loodslabbe en een losgekomen gevelsteen, kan niet worden vastgesteld of deze al aanwezig waren voor de dakwerkzaamheden. De commissie wijst daarom de klacht af en beslist dat de consument het factuurbedrag van €1.400 aan de ondernemer moet betalen. De consument had verzocht om een contra-expertise, maar trok dit later in uit wantrouwen tegen het proces. De commissie vindt echter dat de consument voldoende kans heeft gehad voor een onafhankelijk oordeel en baseert haar beslissing mede op de bevindingen van de deskundige.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Dakbedekking
(verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De commissie heeft een onderzoek laten doen door de heer A. Bron, die daarvan op 12 mei 2023
schriftelijk rapport heeft uitgebracht.

De behandeling heeft (nader) plaatsgevonden op 17 oktober 2023 te Den Haag.

De commissie heeft op 17 oktober een tussenadvies uitgebracht, waarbij de consument in de gelegenheid
is gesteld om binnen drie maanden na verzending van die uitspraak een rapport van contra-expertise in het
geding te brengen en waarbij iedere verdere beslissing is aangehouden.

De consument heeft vervolgens aan de commissie bericht af te zien van de mogelijkheid om een contraexpertise te laten uitvoeren, zodat de commissie thans zonder nadere mondelinge behandeling op basis
van de stukken bindend zal adviseren.

Het deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige A. Bron heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans. De
van belang, het volgende vastgesteld.

De klacht van de klant betreft de wijze waarop de dakrandafwerking is gerealiseerd en refereert aan de
mondelinge overeenkomst, waarbij een dakbedekking “als nieuw” wordt overeengekomen.

Er is een nieuwe tweelaagse dakbedekking overeengekomen die aangebracht wordt over de oude
dakbedekking. Daarbij is in eerste instantie geen eerste randstrook aangebracht onder de nieuwe
aluminium daktrim. De ondernemer heeft dit erkend en heeft de dakrandafwerking hersteld. Daarbij is de
dakbedekking in de schuine opstand ter hoogte van de bovenzijde van de dakrand doorgesneden en de
gehele bovenzijde van de dakrandafwerking inclusief daktrim verwijderd tot op de houten ondergrond
(muurplaat op metselwerk). Vervolgens is op de houten muurplaat een nieuwe eerste zelfklevende
randstrook aangebracht vanaf voorzijde dakrand tot ruim over de dakbedekking van de opstand.

Vervolgens is een nieuwe daktrim aangebracht op deze eerste randstrook en is een tweede randstrook
aangebracht vanuit de daktrim tot ruim op het dakvlak, waarbij de eerder aangebrachte randstrook ruim is
afgedekt. Het eindresultaat is een dakrandafwerking die door de deskundige wordt beoordeeld als “als
nieuw”.

De uiteindelijke dakrandafwerking is goed en deugdelijk afgewerkt en ziet er fraai uit. De dakbedekking en
daktrim zitten goed vast. Er is niets op aan te merken. De klant verwijst naar de opbouw van het
dakranddetail volgens de Vakrichtlijn Gesloten dakbedekkingssystemen die afwijkt van het gehanteerde
detail. De opbouw uit de Vakrichtlijn betreft echter een principe-detail en is van toepassing op een situatie
waarbij er geen bestaande dakbedekking aanwezig is, zoals in een nieuwbouwsituatie. De aangehouden
detailafwerking betreft een zeer gangbaar renovatie detail, die gelijkwaardig is aan het detail uit de
Vakrichtlijn en als zodanig wordt goedgekeurd.

Er is daarnaast een scheurtje geconstateerd in de loodslabbe van het metselwerk. Het is niet te
achterhalen of dit scheurtje al aanwezig was voordat de dak werkzaamheden werden uitgevoerd of niet.
Het betreft echter een te verwaarlozen beschadiging die eventueel eenvoudig kan worden gerepareerd met
wat kit of een stukje reparatietape.

Volgens de deskundige is de omvang van de klacht onopvallend en bijna niet te zien. Herstel of reparatie is
technisch niet mogelijk. Het opnieuw vervangen van de dakrandafwerking zal resulteren in een nagenoeg
exact gelijke dakrandafwerking. Bovendien is de huidige dakrandafwerking al als nieuw beoordeeld en
voldoet aan de Vakrichtlijn. Een verbetering is dus niet mogelijk en niet nodig.

Op de buitenhoek is een gevelsteen van het metselwerk losgekomen, direct onder de houten muurplaat
waarop de dakrandafwerking is aangebracht. Het is niet meer na te gaan of deze gevelsteen al los zat
voordat met de dak werkzaamheden werd begonnen dan wel dat deze gevelsteen door de dak
werkzaamheden verder is losgekomen. Beide situaties komen regelmatig voor. Metselwerk behoort de
werkzaamheden aan de dakrand te kunnen weerstaan. Geadviseerd wordt om de enkele gevelsteen
eenvoudig opnieuw vast te zetten met een geschikt (voegen)reparatiemiddel.

Verdere beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft ter zitting van 17 oktober 2023 gepersisteerd bij zijn bezwaren tegen het
deskundigenrapport en uitdrukkelijk gevraagd in de gelegenheid te worden gesteld om een contra-expertise
te laten verrichten en de rapportage daarvan in het geding te brengen. De commissie heeft om die reden
de consument daartoe in de gelegenheid gesteld. De consument heeft bij nader inzien daarvan afgezien.
Hij motiveert die beslissing met de stelling dat hij geen vertrouwen heeft in de eerlijkheid van dit proces.
In het bijzonder stelt hij dat de door de commissie ingeschakelde deskundige A. Bron nauwe banden
onderhoudt met de ondernemer en dat de algemeen directeur van de ondernemer een prominente rol
vervult in diverse technische commissies binnen de dakenbranche, als VEBIDAK-voorzitter fungeert en
binnen de Geschillencommissie (BIKUDAK) participeert. De consument concludeert hieruit dat hierdoor de
onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de betrokken partijen ter discussie staan.
De commissie kan uit die redengeving evenwel niet de conclusie trekken dat het voor de consument niet
mogelijk is een onafhankelijk oordeel te vragen over zijn klachten aan een deskundige dakdekker en
daarvan een rapport te laten uitbrengen, waartoe hij in de gelegenheid is gesteld. Dat hij desondanks
daarvan afziet moet dan ook voor zijn rekening blijven.

De commissie dient dus mede aan de hand van de feitelijke bevindingen van de deskundige A. Bron de
klachten van de consument te beoordelen.

Wat betreft de dakrandafwerking na herstel oordeelt de deskundige gemotiveerd dat die goed en deugdelijk
is afgewerkt en dat er niets op aan te merken is. De aangehouden detailafwerking betreft een zeer
gangbaar renovatie detail die gelijkwaardig is aan het detail uit de Vakrichtlijn. De commissie sluit zich
hierbij aan, zodat de klacht in zoverre ongegrond is.

Wat betreft een geconstateerd scheurtje in de loodslabbe van het metselwerk en een losgekomen
gevelsteen in het metselwerk onder de houten muurplaat waarop de dakrandafwerking is aangebracht,
heeft de deskundige niet kunnen vaststellen of deze gebreken al dan niet al aanwezig waren voordat de
dak werkzaamheden zijn uitgevoerd. De commissie is op grond hiervan evenmin in staat te beoordelen of
de ondernemer hiervan een verwijt te maken valt. Overigens beoordeelt de deskundige deze gebreken als
eenvoudig te herstellen met kit respectievelijk reparatiemiddel.

De slotsom is dat de klacht ongegrond wordt verklaard.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

De consument heeft het factuurbedrag van € 1.400,00 onbetaald gelaten en bij de commissie
gedeponeerd. Dit bedrag dient aan de ondernemer te worden doorbetaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Dakbedekking, bestaande uit mr. R.J. van Boven, voorzitter,
mr. R.P.G. Brandsma en mr. W. van den Berg, leden, op 5 maart 2024.