Complicaties na borstcorrectie niet aan zorgaanbieder te wijten

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg AlgemeenZorg Algemeen    Categorie: (On)zorgvuldigheid    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 158341/171532

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte heeft een borstcorrectie laten uitvoeren door de zorgaanbieder en klaagt over de protheses die zijn geplaatst. In plaats van de besproken inhoud van 275 cc respectievelijk 300 cc, heeft de chirurg twee protheses van 300 cc geplaatst. De cliënte heeft net na de operatie en zes maanden na de operatie geklaagd over de symmetrie van haar borsten en een zeurende pijn aan haar rechterborst. Na een hersteloperatie zijn de problemen niet verdwenen en heeft cliënte nieuwe problemen ervaren. Cliënte verzoekt schadevergoeding voor de diverse operaties die zij heeft ondergaan, voor immateriële schade en voor opgelopen studievertraging.

De chirurg heeft ter zitting uitgelegd waarom hij de geplaatste protheses heeft aangeraden. De complicaties die cliënte heeft ervaren zijn volgens de chirurg een gevolg van het bindweefsel van cliënte. De commissie oordeelt dat de zorgaanbieder bij deze ingreep een zorgplicht had, maar geen resultaatsverplichting. De cliënte is van tevoren geïnformeerd over de risico’s van het optreden van complicaties. De commissie kan niet vaststellen dat er sprake is van verwijtbaar of onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder. De klacht is ongegrond. Van de zorgaanbieder mocht wel een meer adequate opstelling en behulpzame houding worden verwacht.

Volledige uitspraak

in het geschil tussen

[Naam], wonende te [woonplaats]

(hierna te noemen: de cliënte)

en

Kliniek Heyendael BV, gevestigd te Groesbeek

(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Gemachtigde [naam], (VvAA)

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2022 te Utrecht.

Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt toegelicht. De cliënte werd daarbij vergezeld door haar vriend. De zorgaanbieder werd vertegenwoordigd door [naam]. Straten, plastisch chirurg, bijgestaan door [naam], advocaat en waarnemer van [naam].

Onderwerp van het geschil
De cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de kwaliteit van de geleverde zorg aan de cliënte. De cliënte verwijt de zorgaanbieder dat hij een borstcorrectie onjuist heeft uitgevoerd ten gevolge waarvan de cliënte twee hersteloperaties heeft moeten ondergaan.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte heeft op 20 februari 2019 een borstcorrectie laten uitvoeren door de zorgaanbieder omdat zij ontevreden was over de symmetrie van haar borsten en het volume aan de bovenkant. De cliënte had een voorkeur voor “high profile” protheses maar de chirurg raadde haar die af omdat die protheses niet geschikt voor haar zouden zijn. Gekozen werd voor “moderate plus” protheses met een inhoud van 275 cc resp. 300 cc. Net voor de ingreep heeft de chirurg toch besloten om aan beide zijden protheses met dezelfde inhoud (300 cc) te plaatsen in plaats van de eerder besproken 275 cc en 300 cc. De kosten voor de operatie bedroegen € 3455,–

Kort na de operatie viel op dat de symmetrie van de borsten verslechterd was ten opzichte van voor de operatie, ook was de positie van de tepels minder gelijk; daarbij ervoer de cliënte een stekende en zeurende pijn aan haar rechterborst.

De cliënte heeft contact opgenomen met de zorgaanbieder maar haar werd verteld dat ze zes maanden moest wachten voordat het resultaat goed te beoordelen was. Na deze wachttijd heeft de cliënte haar zorgen opnieuw geuit. De chirurg liet de cliënte toen weten dat ze nog een jaar geduld moest hebben voordat het eindresultaat zichtbaar was. De cliënte bleef echter pijn houden en heeft bij drie verschillende klinieken een second opinion gevraagd. Haar werd verteld dat de rechterborstspier niet genoeg gekliefd was en dat de pocket waarin de prothese geplaatst was te klein was. Ook werd haar verteld dat “high profile” protheses voor haar wel mogelijk waren. Met deze informatie is de cliënte naar de zorgaanbieder gegaan en heeft gevraagd om een vergoeding voor een hersteloperatie die zij elders wilde laten uitvoeren. Dit was niet mogelijk maar de chirurg wilde wel kosteloos zelf de operatie uitvoeren om de pijn te verminderen en het litteken te verfraaien. De cliënte had aarzelingen gezien de voorgeschiedenis maar heeft toch ingestemd met de hersteloperatie die op 5 oktober 2021 werd uitgevoerd. Wederom vroeg de cliënte de chirurg om de “high profile” protheses te plaatsen maar hiervoor moest zij zoveel betalen dat zij daarvan heeft afgezien. Na de operatie heeft de chirurg de cliënte laten weten dat niet de spier de boosdoener was maar de kapselvorming graad 3. Enkele dagen na de operatie zag de cliënte al dat haar rechterborst steeds meer zakte. Zij voelde de prothese verschuiven. Op 1 november 2021 is de cliënte met haar klachten bij de chirurg geweest.

Na de hersteloperatie waren er drie nieuwe problemen ontstaan:

1. De prothese aan de rechterzijde was doorgezakt;

2. De symmetrie was slechter dan voor de eerste ingreep;

3. Het litteken was lelijker geworden.

De chirurg vertelde de cliënte dat er geen sprake was van een chirurgische fout. Indien de cliënte een hersteloperatie wenste wilde hij die nogmaals voor haar uitvoeren maar dan moest de cliënte opnieuw een jaar wachten.

De cliënte had inmiddels geen vertrouwen meer in de chirurg en heeft op 4 mei 2022 bij één van de klinieken waar zij een second opinion had gevraagd een ingrijpende hersteloperatie laten uitvoeren. Door de verzakking heeft de cliënte aan beide zijden een borstlift operatie laten uitvoeren waarbij overtollige huid is verwijderd en de tepels moesten worden verhoogd. De cliënte heeft tevens de protheses laten wisselen voor het “high profile” soort omdat dit de vorm gaf die de cliënte mooi vond. De kosten van deze operatie bedroegen € 8310,–

De cliënte is van mening dat de zorgaanbieder haar van begin af aan slecht heeft geadviseerd en onjuist heeft behandeld. Zij is steeds aan het lijntje gehouden, haar klachten werden niet serieus genomen en in de klachtprocedure moest zij steeds vragen om een reactie.

Ten gevolge van het handelen van de zorgaanbieder heeft de cliënte schade geleden die zij begroot op een bedrag van € 20.575,–. Dit bedrag bestaat uit de kosten van de operaties die zij heeft ondergaan, de studievertraging die zij heeft opgelopen en de immateriële schade die zij heeft geleden door de stress en zorgen over de twee onnodige operaties die zij heeft moeten laten uitvoeren en de ontsierende littekens die zij als jonge vrouw aan de ingrepen heeft overgehouden.

Standpunt van de zorgaanbieder
De zorgaanbieder heeft geen verweerschrift ingediend. Ter zitting heeft de plastisch chirurg het standpunt van de zorgaanbieder toegelicht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De chirurg heeft op 20 februari 2019 voor de cliënte een borst corrigerende ingreep uitgevoerd om de symmetrie van haar borsten te verbeteren en het volume aan de bovenkant van de borsten te vergroten. De cliënte had een wens voor “high profile” protheses maar de chirurg heeft de cliënte “moderate plus” protheses geadviseerd omdat daarmee haar wens om ook het volume aan de bovenkant van de borst te vergroten een natuurlijker en daarmee mooier resultaat zou geven. Het is onjuist dat de chirurg de cliënte heeft laten weten dat haar borsten niet geschikt zouden zijn voor de “high profile” protheses. De chirurg heeft de cliënte op basis van zijn ruime ervaring geadviseerd voor “moderate plus” protheses te kiezen en de cliënte heeft dit advies opgevolgd.

De borsten van de cliënte vertoonden een gering verschil in volume maar bij het aftekenen van de borsten bleek het beste resultaat te kunnen worden bereikt met twee protheses van dezelfde maat.

De ingreep is zonder complicaties uitgevoerd en verlopen maar bij de cliënte ontstond bij de rechterborst een mate van inkapseling die pijn en enige vervorming veroorzaakte. Dit is helaas een complicatie die kan optreden en afhankelijk is van het bindweefsel van de huid van de patiënt.

De chirurg heeft de cliënte hier uiteraard van af willen helpen en op 5 oktober 2021 een hersteloperatie uitgevoerd waarbij hij het littekenweefsel dat de pijn en vervorming veroorzaakte heeft losgemaakt. De pijn is daarmee verholpen en het resultaat na de ingreep was goed. Op 1 november 2021 zag de chirurg de cliënte weer en bleek dat sprake was van “bottoming out”; de prothese aan de rechterzijde was naar beneden gezakt. Ook dit is een complicatie die na de ingreep kan optreden en afhankelijk is van het bindweefsel van de patiënt. Wederom heeft de chirurg de cliënte een hersteloperatie aangeboden maar de cliënte heeft van dat aanbod geen gebruik gemaakt en hem in de geschilprocedure betrokken.

De chirurg betreurt de gang van zaken zeer maar is van mening dat hem geen verwijt valt te maken. De cliënte is voorgelicht over de ingrepen en zij is op de risico’s van de operaties gewezen. Voor beide ingrepen heeft de cliënte een informed consentformulier ondertekend waarin de opgetreden complicaties zijn opgenomen.

Beoordeling van het geschil
De commissie dient te beoordelen of de zorgaanbieder (de plastisch chirurg) zorgvuldig heeft gehandeld bij de borstoperaties die hij op 20 februari 2019 en vervolgens op 5 oktober 2021 bij de cliënte heeft uitgevoerd.

Bij de beoordeling van deze klacht geldt het volgende beoordelingskader. De overeenkomst die is gesloten tussen de cliënte en de zorgaanbieder is aan te merken als een geneeskundige behandelingsovereenkomst in de zin van artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst moet de hulpverlener – in dit geval de plastisch chirurg – de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen. Daarbij moet de hulpverlener handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard (artikel 7:453 van het BW), die mede bepaald wordt door onder meer de stand en inzichten van de medische wetenschap, richtlijnen en protocollen. Deze zorgplicht houdt in dat de hulpverlener die zorg moet betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht.

De zorgplicht houdt in beginsel geen resultaatsverplichting in, maar wordt aangemerkt als een inspanningsverplichting. Van een tekortkoming kan dan ook pas worden gesproken indien komt vast te staan dat de hulpverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt.

De commissie dient te onderzoeken of de chirurg bij de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in de gegeven omstandigheden al dan niet de hiervoor omschreven zorgplicht heeft nageleefd.

De commissie heeft het volgende overwogen.

De cliënte heeft er na zorgvuldig vooronderzoek voor gekozen om een borstcorrectie te laten uitvoeren door de plastisch chirurg van de zorgaanbieder. De cliënte heeft gesteld dat de chirurg haar te kennen had gegeven dat haar borsten ongeschikt waren voor de door haar gekozen “high profile” protheses. Hiervan is de commissie niet gebleken. De chirurg heeft toegelicht dat voor het beoogde doel van de cliënte – het realiseren van meer symmetrie en het vergroten van het volume aan de bovenkant van de borst – op basis van zijn ervaring met de “moderate plus” protheses het gewenste resultaat kon worden bereikt. Hij heeft de cliënte dan ook geadviseerd voor laatstgenoemde protheses te kiezen waarmee de cliënte heeft ingestemd. De commissie kan zich vinden in die toelichting.

De op 20 februari 2019 uitgevoerde ingreep leek aanvankelijk succesvol maar kort na de ingreep ervoer de cliënte een zeurende pijn in haar rechterborst en viel haar op dat de symmetrie van de borsten verslechterd was. Na meerdere onderzoeken en gesprekken en het aanhouden van een lange wachttijd heeft de chirurg op 5 oktober 2021 een hersteloperatie uitgevoerd. De chirurg heeft daarbij het littekenweefsel aan de rechterkant van de rechterborst losser gemaakt om de pijn te verminderen en ervoor te zorgen dat de prothese meer naar het midden van de borst zou worden gebracht. Ook zou het litteken van de eerdere operatie worden verfraaid.

Ook die ingreep leek aanvankelijk succesvol maar als snel trad “bottoming out” van de prothese op waarmee de prothese van de rechterborst naar beneden zakte.

De cliënte verwijt de chirurg ondeskundig en onzorgvuldig handelen.

De door de cliënte ervaren klachten zijn uitzonderlijke maar normale complicaties die kunnen optreden bij een borstoperatie met implantaten. De complicaties “contractuur met pijn” die zich voordeed na de eerste ingreep en “doorzakken van de borst” na de tweede ingreep zijn complicaties die kunnen voorkomen na de ingreep. Deze risico’s zijn als zodanig benoemd in het informed consentformulier dat de cliënte voorafgaand aan beide ingrepen heeft ondertekend. Bij de cliënte heeft de geringe kans dat na de ingreep een complicatie optreedt zich tweemaal voorgedaan. De commissie begrijpt goed dat dit voor de cliënte heeft geleid tot pijn en zorgen en vragen en een langer traject dan beoogd. De commissie herhaalt echter dat de zorgplicht van de zorgverlener niet leidt tot het bestaan van een resultaatsverplichting. De hulpverlener moet de zorg betrachten die een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot/hulpverlener in dezelfde omstandigheden zou hebben betracht. Uiteraard is het zeer betreurenswaardig dat tot tweemaal toe complicaties zijn opgetreden – over welke mogelijkheid de cliënte tevoren was geïnformeerd – maar dat neemt niet weg dat de commissie niet kan vaststellen dat het optreden van de complicaties het gevolg is van enig verwijtbaar of onzorgvuldig handelen van de zorgaanbieder. Niet is gebleken dat de zorgverlener zich onvoldoende heeft ingespannen of bij de inspanning een fout heeft gemaakt. De commissie merkt daarbij op dat de cliënte de zorgverlener niet in de gelegenheid heeft gesteld tot een tweede hersteloperatie, maar na de hersteloperatie heeft gekozen voor een andere zorgverlener en een ingrijpende operatie met een ander, meeromvattend, karakter (waaronder een borstlift en het plaatsen van andere protheses).

De commissie zal de klacht dan ook ongegrond verklaren en daarom het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding afwijzen.

Wel is de commissie van oordeel dat de zorgaanbieder de cliënte in het traject rondom de klachten die de cliënte heeft ervaren en de vragen die zij heeft gesteld te lang heeft laten wachten. Van een professionele organisatie als de zorgaanbieder mag een meer adequate opstelling en behulpzame houding richting patiënten met een (na)zorgvraag worden verwacht. Van een professionele organisatie als de zorgaanbieder mag voorts worden verwacht dat voorafgaand aan de zitting een verweerschrift en/of onderliggende stukken worden ingediend.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

verklaart de klacht van de cliënte ongegrond;

wijst af het verzoek tot schadevergoeding.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer dr. M-B Bouman en de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 17 augustus 2022.