Conform BOVAG voorwaarden heeft consument drie maanden garantie op reparatie.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Garantie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE09-0467

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 7 oktober 2008 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een [merk en type] tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 11.950,–. De levering vond plaats op of omstreeks 24 oktober 2008.   De consument heeft in oktober 2008 zijn klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Op 7 oktober 2008 heb ik bij de ondernemer een [mer en type] met Bovag garantie gekocht. Op 26 november 2008 ben ik bij de ondernemer langs geweest omdat de uitlaat lawaai maakt en de handrem en de achterruitverwarming niet werkten. Tevens ging het raam aan de bestuurderskant niet meer open. Op 9 december 2008 ben ik wederom naar de ondernemer geweest omdat de achteruit en de uitlaat zouden worden vervangen. De ondernemer bagatelliseerde echter de problemen met de handrem en ontkende dat er iets mis was. Omdat de auto alsnog problemen had, wenste ik een second opinion. Daarom heb ik de auto op 12 januari 2009 door de ANWB laten keuren. Volgens het ANWB rapport waren er problemen met de stabilisatorstang, de handrem, de remblokken en de wielremcilinder/zadel. Op 21 januari 2009 heb ik mijn auto naar de ondernemer gebracht voor herstel van deze punten. Achteraf bleek herstel helemaal niet te hebben plaatsgevonden. Op 18 februari 2009 moest de auto immers weer terug naar de ondernemer, omdat de handrem nog steeds niet werkte en de stabilisatorstang nog steeds kraakte. Op 8 april 2009 is de auto wederom naar de ondernemer geweest, omdat de handrem nog steeds niet werkte en de rubbers/kogels van de stabilisatorstang nog steeds kraakten en om het motortje van het raam te vervangen. Ik mocht erop vertrouwen dat de ondernemer deze reparaties deugdelijk zou verrichten. Dit is echter niet het geval geweest waardoor ik op 15 juni 2009 ben gestrand met de auto, omdat de stuurbekrachtiging en de remmen niet meer functioneerden. Daarop heb ik een reparatie laten uitvoeren bij [een derde], waarbij onder andere de remschijven, de remblokken en de remklauwen zijn vernieuwd. De kosten van de reparatie ten aanzien van de remmen bedroegen € 925,–. De ondernemer heeft ten aanzien van de remmen mij een schadevergoeding gegeven van € 90,–. Dit bedrag acht ik veel te laag. Duidelijk is dat de ondernemer de door hem uitgevoerde reparatie ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Hiermee is hij dan ook toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen voortvloeiende uit de met mij gesloten overeenkomst. Hij is dan ook gehouden mij de kosten van de door [de derde] uitgevoerde reparatie aan de remmen ad € 925,– alsmede de kosten van het ANWB rapport ten bedrage van € 160,– te vergoeden. Overigens stelt de ondernemer dat ik akkoord ben gegaan met drie maanden garantie. Dat klopt helemaal niet. Ik heb duidelijk gezegd dat auto’s boven € 4.500,– standaard zes maanden garantie hebben.   De consument verlangt € 1.085,– van de ondernemer.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft de auto bij mij gekocht op 7 oktober 2008 met drie maanden garantie. Daarop heb ik de auto conform afspraak in orde gemaakt en de auto APK laten keuren. Alles was toen in orde en de auto is goedgekeurd. Het keuringsrapport heb ik bij de stukken gevoegd. De auto is op 24 oktober 2008 aan de consument geleverd. Op 26 november 2008 is de consument voor het eerst bij mij terug geweest omdat het raam aan de bestuurderskant niet openging, het stuur trilde en de handrem niet goed zou functioneren. De klachten met betrekking tot het stuur en de handrem heb ik toen verholpen. De klacht met betrekking tot het raam is toen tijdelijk verholpen. Het euvel lag namelijk in het motortje van het raammechanisme, dat besteld moest worden. Ik heb ik dit onderdeel besteld en het raammechanisme is begin april 2009 door [een derde] vervangen. Op 10 december 2008 is de consument nogmaals langs geweest omdat de achterruitverwarming en de achterruitsproeier het niet deden. Ik heb toen geheel kosteloos de achterruitverwarming gerepareerd en de achteruitsproeier vervangen. Tevens klaagde de consument erover dat de uitlaat en geluid zou maken. Hoewel ik niet constateerde dat de uitlaat defect was of een afwijkend geluid maakte, heb ik de uitlaat coulancehalve kosteloos vervangen. Op 12 januari 2009 heeft de consument haar auto bij een kilometerstand van 111.800 aangeboden bij de ANWB voor een totaalkeuring. Met het rapport heeft de consument zich tot ondernemer gewend voor reparatie of vervanging van de ANWB-punten. Deze punten heb ik opgelost. Ik heb de stabilisator stangkogels gerepareerd, de stabilisatorstangrubbers gesmeerd, de remblokken vervangen en de stofkap rechtsachter vervangen. Daarop is de consument tevreden huiswaarts gekeerd. Begin april 2009 heeft de consument haar auto een paar dagen moeten missen in verband met het vervangen van het raammechanisme. Op 15 juni 2009 nam de consument telefonisch contact met mij op met de mededeling dat zij met haar auto was gestrand. Wat er precies gebeurd was, wilde of kon zij niet vertellen. Ik bood aan om de auto op te halen en te repareren. Dit wilde zij echter niet. Zij deelde mede dat zij haar auto door een andere garage liet repareren en de factuur naar mij zou sturen. Vervolgens heeft de consument haar auto laten repareren door [een derde], hetgeen resulteerde in een factuur van € 1.350,– inclusief BTW. Vervolgens heeft zij zich met de factuur tot mij gewend met het verzoek om haar de materiaalkosten ten bedrage van € 441,– te vergoeden. Volgens [de derde] zou ik de onderdelen ten aanzien van de remmen in het geheel niet hebben vervangen. Hoewel ik mij op het standpunt stelde dat de consument naar mij had moeten komen voor reparatie, heb ik besloten om de consument een stukje tegemoet te komen in de kosten van de remschijven. Daarom ben ik na sluitingstijd bij de consument langs gegaan. Omdat ik niemand thuis aantrof heb ik toen € 90,– in de brievenbus gedaan. Met de tegemoetkoming van € 90,– neemt de consument echter geen genoegen. Zij maakt aanspraak op € 925,– voor de reparatie en € 160,– voor het ANWB rapport. Het is mij onbekend hoe de consument aan het bedrag van € 925,– komt. Uit de dossierstukken volgt zulks niet. De consument heeft uit eigener beweging gekozen om haar auto door de ANWB te laat keuren. De kosten die daarmee gemoeid zijn dienen dan ook voor haar eigen rekening te komen. Volgens de consument bestaat er een oorzakelijk verband tussen de uitgevoerde reparaties begin 2009 en de gevaarlijke situatie op 15 juni 2009. Dat betwist ik met klem. Ik benadruk dat ik alle werkzaamheden juist en bovenal deugdelijk heb uitgevoerd. De remblokken heb ik kosteloos vernieuwd, conform het ANWB rapport. De inkoopfactuur van de remblokset heb ik als bewijs daarvan bij de dossierstukken gevoegd. Het enkele gegeven dat de schade vijf maanden na de door mij uitgevoerde reparaties is ontstaan betekent niet dat mij een verwijt kan worden gemaakt. Een causaal verband is niet aanwezig. Voorts ben ik nooit in de gelegenheid gesteld om met eigen ogen te beoordelen wat er aan de auto, en meer specifiek aan de remmen, mankeerde. Ook heeft de consument mij niet de mogelijkheid ontnomen om – indien daartoe gehouden – kosteloos te repareren. Ik ben dan ook niet in verzuim komen te verkeren. Concluderend stel ik mij op het standpunt dat de volledige kosten voor rekening van de consument behoort te blijven en het bedrag van € 90,– ten onrechte aan haar is voldaan. Op grond van het bovenstaande verzoek ik u dan ook dusdanig te beslissen dat het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Nadere beschrijving van het voertuig Er is geen beschrijving van de auto mogelijk daar er geen onderzoek ter plaatse heeft plaatsgevonden. Het voertuig is inmiddels door derden hersteld, de oude onderdelen zijn niet bewaard gebleven.   Korte omschrijving van de klacht(en): Defect raammechaniek; Problemen met remdelen en remwerking; Remblokken achterzijde; Stofkap remklauw rechtsachter/Wielremcilinder-zadel; Handremwerking linkerzijde; Stabilisatorstang rechts; De uitlaat; Achterruitverwarming en de sproeier; Inbouw van de autoradio; Wielkuipklemmen.   Vaktechnisch oordeel Uit onderzoek is gebleken dat het voertuig al door derden hersteld is. Volgens consument is het voertuig, op een paar kleine klachten, nu in orde bevonden. Er zijn bij het herstellen van het voertuig, welke door derden zijn hersteld, geen oude delen bewaard gebleven. Hierdoor is onderzoek op locatie niet mogelijk. Het technische onderzoek beperkt zich daardoor tot het aangeleverde dossier te analyseren en telefonisch overleg te plegen met consument en ondernemer.   Het defecte raammechaniek is door de ondernemer onderzocht en deze heeft dit onder garantie door derden laten herstellen (nieuwe raambediening motor). De kosten voor dit herstel zijn door de ondernemer voldaan.   De onjuiste werking van de remmen is in het ANWB- rapport bevestigd. De ANWB geeft een drietal mankementen op aan het remsysteem. Te weten: remverschil handrem; stofkap wielremcilinder rechtsachter; remblokken achterzijde (slijtage deel).   Nadien zijn door de ondernemer enkele reparaties aan het remsysteem uitgevoerd. Er is een inkoopbon van de aanschaf van de remblokken aanwezig. Of alle mankementen nadien hersteld waren, en de remwerking weer volledig hersteld was, is niet uit het dossier op te maken. Er is geen testrapport van juiste remwerking voorhanden. In juni 2009 is het voertuig in een rit van Rotterdam naar Heerlen vlak voor het de einde van de rit gestrand. [De derde] heeft hierbij een vastzittend remmechaniek linksachter geconstateerd. Er van uitgaande dat de remblokken door de ondernemer zijn vervangen hebben deze ongeveer 5.500 kilometer dienstgedaan. De oude remblokken zijn niet bewaard gebleven. De remklauw linksachter, remschijven en remblokken zijn vervangen door [derden] op 19 juni 2009.de kilometerstand was toen: 117.034. Kort daarop (15 juli 2009) is ook de remklauw rechtsachter, remvloeistof vervangen door dezelfde [derde]. De kilometerstand was toen: 117.774.   Stabilisatorstang is vermeld in het ANWB rapport en nadien onder coulance gerepareerd door ondernemer. Uitlaat lekkage is volgens ondernemer verholpen door deze in zijn geheel te vervangen. Helaas ontbreekt de inkoopfactuur in het dossier. In dossier werd vermeld dat deze nog zou worden nagezonden. Volgens de consument is nadien de uitlaat wederom door derden vervangen. Achterruitverwarming is door ondernemer gerepareerd op 10 december 2008. De achterruitsproeier is vervangen. Consument heeft aangegeven geen problemen meer na de reparatie van achterruitverwarming en sproeier van de ondernemer te hebben geconstateerd. Inbouw autoradio is in opdracht van de consument door derden uitgevoerd. Wielkuipklemmen waren beschadigd waardoor de sierlijst was losgeschoten. Dit staat tevens vermeld in het ANWB rapport. De ondernemer heeft deze nadien de klemmen vervangen.   Tot zover mijn rapportage; in hoeverre een en ander tussen partijen is besproken, is niet te mijner beoordeling   Herstel Herstel heeft inmiddels plaatsgevonden. Volgens de consument heeft het voertuig geen klachten meer die betrekking hebben op het geschil.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De eerste vraag die in het onderhavige geschil aan de orde is, betreft de vraag hoeveel maanden Bovaggarantie tussen partijen heeft te gelden. Naar de commissie begrijpt, stelt de consument dat zij gezien de Bovagvoorwaarden zes maanden garantie kan ontlenen aan de tussen haar en de ondernemer geldende overeenkomst, terwijl de ondernemer van mening is dat drie maanden Bovaggarantie is overeengekomen. De commissie merkt hieromtrent op dat partijen bij de totstandkoming van een overeenkomst in beginsel vrij zijn om te bepalen dat Bovaggarantie al dan niet van toepassing zal zijn. Artikel 15 van de Bovagvoorwaarden, welke op de onderhavige overeenkomst van toepassing zijn, bepaalt hieromtrent dat de verkoper op gebruikte auto’s minimaal zes maanden Bovaggarantie verleent, tenzij koper uitdrukkelijk schriftelijk heeft verklaard af te zien van Bovaggarantie. In casu heeft de consument echter niet uitdrukkelijk schriftelijk verklaard af te zien van Bovaggarantie, zodat tussen partijen zes maanden Bovaggarantie heeft te gelden.   Op alle reparaties die een Bovag lid, al dan niet onder garantie, verricht, krijgt een klant – gezien de Bovag garantievoorwaarden – drie maanden garantie. Als binnen deze drie maanden het gerepareerde gebrek opnieuw de kop opsteekt, dan dient dit geheel kosteloos (inclusief de arbeidskosten) hersteld te worden. Wanneer de ondernemer tekortschiet in de nakoming van bovengenoemde garantieverplichtingen en hij daaromtrent in verzuim is, dient hij de daardoor ontstane schade aan de consument te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.   Naar de commissie uit het door de consument gestelde begrijpt, is deze – kort gezegd – van mening dat de ondernemer gehouden was haar klachten ten aanzien van de remmen onder garantie te herstellen, maar dat hij dit niet deugdelijk heeft gedaan, ook na daartoe meerdere malen in de gelegenheid te zijn gesteld, waardoor zijn nu gerechtigd is het gevorderde bedrag van de ondernemer te verlangen.   Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van de overgelegde bewijsstukken staat naar het oordeel van de commissie onder meer het volgende vast. De consument heeft zich op 26 november 2008 voor het eerst bij de ondernemer gemeld om de door de consument gestelde problemen met de handrem te laten verhelpen. De ondernemer was van mening dat hij de problemen met de handrem toen heeft verholpen. Omdat de handrem naar de mening van de consument daarna echter nog steeds niet naar behoren functioneerde, heeft zij zich tot de ANWB gewend voor een totaalkeuring van haar auto. De ANWB concludeerde blijkens haar rapport dat er problemen waren met de stabilisator, de handrem, remblokken en de wielremcilinder/zadel. Met dat rapport heeft de consument zich wederom voor herstel tot ondernemer gewend, waarop de ondernemer op 21 januari 2009 in verband met de klacht ten aanzien van de remmen nieuwe remblokken heeft gemonteerd en de stofkap van de remzadel rechtsachter heeft vastgezet. Op 18 februari 2009 en 8 april 2009 is de auto weer terug bij de ondernemer geweest, omdat de handrem nog steeds niet werkte. Tijdens een rit op 15 juni 2009 vanuit Rotterdam naar Heerlen functioneerde de remmen op enig moment niet meer. De consument heeft zich daarna tot [een derde] gewend, alwaar is vastgesteld dat de handrem een ongelijke vertraging gaf en de remklauw cilinder rechts achter stroef ging. Daarna heeft [de derde] diverse herstellingen aan de achterremmen verricht waaronder het vervangen van de remschijven en -blokken en het vervangen dan wel uit- en inbouwen van de remklauwen.   De vraag is of de door [de derde] aan de achterremmen van de auto van de consument verrichte werkzaamheden causaal verband houden met ondeugdelijk door de ondernemer verrichte werkzaamheden aan die remmen. De commissie overweegt hieromtrent als volgt. Reeds uit het rapport van de ANWB, bleek dat de handrem een ongelijke vertraging gaf. Deze klacht wijst in de regel bijna altijd op problemen verband houdende met een of meerdere remklauwen. Het is de commissie niet gebleken, ook na de ondernemer daar ter zitting naar te hebben gevraagd, dat de ondernemer dit heeft onderkend en vervolgens gedurende de garantieperiode werkzaamheden heeft verricht teneinde mogelijke problemen met de remklauwen te verhelpen, ook na daartoe meerdere malen door de consument in de gelegenheid te zijn gesteld. De commissie is dan ook van oordeel dat de ondernemer niet heeft gehandeld zoals redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te werk zou zijn gegaan ten aanzien van het herstel van de klachten betrekking hebbende op de handrem en daaromtrent in verzuim is. De commissie acht tevens, gezien het bovenstaande, causaal verband aanwezig tussen de door [de derde] aan de achterremmen van de auto van de consument verrichte werkzaamheden en de reeds onder garantie opgetreden klachten verband houdende met de handrem. De commissie acht de ondernemer dan ook aansprakelijk voor de kosten die de consument bij [de derde] heeft moeten maken, teneinde de klachten verband houdende met de achterremmen van de auto te verhelpen. Gezien de in de dossierstukken aanwezige facturen van [de derde], acht de commissie het door de consument verlangde bedrag van € 925,– toewijsbaar.   De consument verlangt voorts vergoeding door de ondernemer van door hem gemaakte kosten van de door de ANWB uitgevoerde keuring. Hieromtrent overweegt de commissie als volgt. Krachtens artikel 6:96 lid 2 sub b BW komen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking, mits schade en∕of aansprakelijkheid ook wordt vastgesteld, hetgeen in casu het geval is. Gezien het standpunt van de ondernemer dat hij de klachten verband houdende met de handrem op 26 november 2008 deugdelijk heeft geholpen, acht de commissie de verrichte keuring redelijkerwijs noodzakelijk om de gegrondheid van de klacht en de aansprakelijkheid van de ondernemer vast te stellen. Derhalve dient de ondernemer ook de door de consument gevorderde € 160,– ter zake de door de ANWB verrichte keuring aan de consument te vergoeden.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.085,–.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 125,–aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 445,–.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 2 juni 2010.