Consument had rekening moeten houden met veranderende covid-regelgeving na boeking

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Overmacht    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 133765/141659

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft bij de ondernemer een vakantie naar Tsjechië geboekt. Vlak voor vertrek heeft de Tsjechische overheid de covid- en vaccinatie-regels voor Nederlanders aangepast, waar mensen, die volgens het schema van de Nederlandse overheid zijn gevaccineerd, niet aan kunnen voldoen. Hierdoor zou het gezin van de consument 5 van de 7 vakantiedagen in quarantaine moeten zitten. Er is geprobeerd tot een oplossing te komen door het huisje opnieuw te huur te zetten, maar omdat dat niet meer verhuurd is, krijgt de consument geen geld terug. De consument eist een vergoeding. De ondernemer stelt dat binnen 30 dagen voor aankomst de boekingen voor de risico van de consument zijn. Dit is al het tweede coronajaar en de consument wist dat dit een risico was toen hij boekte, toch heeft de consument er niet voor gekozen bij zijn boeking een allrisk verzekering af te sluiten. De commissie oordeelt dat de consument rekening had kunnen houden met veranderende covid-regelgeving na de boeking. De ondernemer heeft haar verantwoordelijkheid genomen door de verzekering aan te bieden en een mogelijkheid tot kosteloos annuleren. Daarnaast kon de reis doorgaan, al had de consument andere verwachtingen van de vakantie dan in quarantaine zitten. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 9 januari 2021 met de reisorganisator tot stand gekomen overeenkomst, waarbij de reisorganisator zich verplicht heeft tot het leveren van een verblijf in een bungalow voor vijf personen te Lipno in Tsjechië op basis van logies, voor de periode van 24 juli 2021 t/m 31 juli 2021 voor de som van € 1.114,–.

De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In januari 2021 heeft de consument een reis geboekt voor een verblijf van een week (24 juli 2021 t/m 31 juli 2021) in een bungalowpark aan het Lipnomeer in Tsjechië. Drie dagen voor het geplande vertrek wijzigden de Tsjechische autoriteiten de Covid-19 maatregelen voor inreizende Nederlanders: alleen personen die minimaal 14 dagen volledig gevaccineerd waren konden ‘vrij’ inreizen en rondreizen in Tsjechië. Voor personen waarbij dit niet het geval was werd een negatieve uitslag gevraagd van een PCR test maximaal 72 uur afgenomen voor vertrek. Na aankomst werden vijf dagen quarantaine verplicht gesteld, waarna opnieuw een PCR afgenomen zou moeten worden in Tsjechië en als ook die negatief was, kon de quarantaine opgeheven worden. Deze situatie maakt dat het doel van de reis van de consument en de intentie waarom hij die geboekt hadden, namelijk ‘vakantie vieren in Tsjechië’, niet meer geboden kon worden. Daarover is met de ondernemer in de drie dagen voor het vertrek een discussie ontstaan en de consument vindt dat deze zeer in zijn nadeel beslecht is.
De consument had aan al zijn verplichtingen voldaan: de consument heeft tijdig betaald en alle gevraagde gegevens verstrekt. Die tijdige betaling maakt overigens ook dat financiële risico’s vanaf het moment van betaling volledig bij de consument lag. De ondernemer heeft immers de betaling ontvangen en vervolgens is de consument de vragende partij om in geval van een discussie te komen tot bijvoorbeeld een financiële regeling of oplossing.

De consument en zijn vrouw hebben zich laten vaccineren binnen het tijdschema dat geboden werd door de Nederlandse overheid. Zodra hun oudste kinderen (16 en 14) die mogelijkheid kregen hebben zij hier ook gebruik van gemaakt. Dat laat echter onverlet dat conform de regels die de Tsjechische overheid stelt alleen de consument vrij zou kunnen reizen binnen Tsjechië en zijn vrouw en kinderen verplicht vijf dagen in quarantaine zouden moeten, ook als zij een negatieve PCR test konden laten zien. Met andere woorden: de consument heeft alles gedaan wat in zijn mogelijkheid lag om een quarantaine verplichting in Tsjechië te voorkomen zodat hij daar vakantie kon vieren, maar door de eisen van de Tsjechische autoriteiten konden de consument en zijn familie hier niet aan ontkomen. Vanuit dat feit is contact met de ondernemer gezocht en zowel telefonisch als per mail aangegeven dat vijf dagen in quarantaine gaan in Tsjechië geen optie is. Vijf dagen opgesloten zitten in een bungalow voor een vakantie van een week is geen vakantie.
Het probleem is aldus de quarantaine en het een tweede keer moeten testen na vijf dagen in Tsjechië zelf. Die tweede keer testen maakt dat de kinderen pas op woensdag een tweede PCR test kunnen ondergaan waarvan de uitslag er niet meteen is (bij een antigeentest wel, maar niet bij een PCR test. Dat duurt 30 uur). Dus pas op zijn vroegst in de loop van de donderdag is de quarantaine opgeheven en zaterdag gaan de consument en zijn familie weer weg. De consument en zijn familie willen wel, maar door hun gezinssituatie (als de kinderen jonger dan 12 jaar waren geweest was er niets aan de hand geweest) zijn er heel grote belemmeringen. Onder deze omstandigheden gaan heeft niets meer met vakantie te maken en dat is toch het doel van de reis naar Tsjechië. Daarom heeft de consument de vraag opgeworpen of het mogelijk zou zijn om drie weken later te gaan (de week van maandag 16 augustus). Dan zouden de consument en zijn familie uit Italië komen, dus al twee weken uit Nederland weg zijn en dan gelden die belemmeringen niet omdat ze niet meer uit een rood land komen.
In een eerste reactie werd aangegeven dat de autoriteiten in Tsjechië niet of nauwelijks controleren op de quarantaineverplichting, dus dat dat geen belemmering hoefde te zijn om af te reizen naar Tsjechië. De ondernemer gaf daarmee feitelijk het advies om geldende wet- en regelgeving te negeren en dat vindt de consument niet kunnen en kwalijk. De consument heeft dan ook per omgaande aangegeven dat dit niet van hem kan worden gevraagd.
Vervolgens is de ondernemer in contact getreden met zijn Tsjechische partner, waarna de consument de terugkoppeling kreeg dat die niet genegen was te komen tot een oplossing. De accommodatie was immers beschikbaar en daarmee kon aan de verplichting worden voldaan. Dat bestrijdt de consument: de consument heeft een accommodatie geboekt om vakantie te kunnen vieren en niet een accommodatie om zichzelf en het gezin vijf dagen in op te kunnen sluiten.

Het tweede deel van de klacht richt zich daarmee tegen de stelling dat de aangeboden dienstverlening ondanks de maatregelen van de Tsjechische autoriteiten kon worden geleverd, want dat is niet het geval.

Een ander deel van de klacht heeft betrekking op de wijze waarop is gereageerd op de situatie en op de voorstellen van de consument om tot een oplossing te komen. Daarbij is duidelijk dat noch de consument, noch de ondernemer, noch de Tsjechische partner debet is aan de situatie die ontstond door de maatregelen die de Tsjechische autoriteiten namen. Juist vanuit dat besef meende de consument te mogen verwachten dat alle betrokkenen gezamenlijk zouden kijken naar oplossingen. Dat is echter niet gebeurd. De Tsjechische partner heeft aangegeven dat hij van mening was niets te hoeven doen, omdat hij de accommodatie kan leveren en daarmee zijn verplichtingen in zijn ogen kan nakomen. De ondernemer heeft van zijn kant aangegeven dat onder deze omstandigheden nu naar Tsjechië vertrekken voor hem geen optie was, omdat vijf dagen opgesloten zitten in een accommodatie niets met vakantie te maken heeft. Daarbij heeft de consument begrip getoond ook voor de situatie door voor te stellen in een andere periode te gaan, een voucher te krijgen, met korting in een andere periode te boeken of een deel van het geld terug te kunnen ontvangen om de schade voor allen te beperken én te delen. De ondernemer is daarop in contact getreden met de Tsjechische partner voor overleg met de uitkomst zoals hierboven beschreven.
De ondernemer heeft vervolgens aangeboden de accommodatie ‘open te zetten’ en dat ook gedaan om te kijken of deze aan een ander gezin verhuurd zou kunnen worden, maar dat is helaas (voor iedereen) zonder resultaat gebleven. Het derde deel van de klacht richt zich daarmee op het feit dat de ondernemer en de Tsjechische partner ons op geen enkele wijze in redelijkheid en billijkheid tegemoet zijn gekomen. Weliswaar is de bereidheid getoond de mogelijkheden van de aangedragen oplossingen te onderzoeken (en ook de accommodatie opnieuw opengezet), maar het eindresultaat was toch dat de ondernemer en de Tsjechische partner op het standpunt stonden dat het een keuze van de consument was die hij moest maken en daarmee uiteindelijk ook sec de consument zijn probleem was. Dat maakt dat de consument van alle gedupeerden nu 100% van de schade zou moeten dragen, terwijl hij net zomin als de ondernemer en de Tsjechische partner iets kon doen aan deze ontstane situatie.
De consument heeft lang gewikt en gewogen maar heeft uiteindelijk besloten om niet naar Lipno te gaan. De consument en zijn gezin zijn uiteindelijk meteen doorgegaan naar de tweede bestemming in Italië dat de quarantainemaatregel niet oplegt aan Nederlanders.

De consument verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het is juist dat Nederland vlak voor het vertrek van de consument `rood’ werd op de Europese kaart. Dit was niet verwacht, maar is het gevolg van het beleid in Nederland zo vlak voor de vakantieperiode.
De ondernemer heeft de actie kosteloos annuleren tot 30 dagen voor aankomst gehad bij code `oranje’. Binnen dertig dagen voor aankomst zijn de boekingen voor eigen risico. Het is immers al het tweede corona jaar en de ondernemer kan het risico zelf niet nog een keer dragen en zeker niet nu Tsjechië `groen’ is en de consument de grens over mag.
Tsjechië is `groen’ vanwege de lage besmettingen. Hierdoor staat het huis ter beschikking en kan dat betrokken worden. Tsjechië laat toeristen uit Nederland binnen maar wel vanwege de rode kleur tegen bepaalde condities (mits mensen niet gevaccineerd zijn). Het valt te begrijpen dat dit de vakantiepret tot woensdag drukt, maar de ondernemer kan in deze omstandigheid geen geld retourneren als de consument zelf besluit niet te willen gaan vanwege de quarantaine. De ondernemer heeft ook verplichtingen naar de accommodatieverschaffer in deze situatie.
Daarbij komt dat de consument zonder de ondernemer nader te informeren uiteindelijk besloten heeft toch niet te arriveren op de vakantiebestemming. De parkeigenaar heeft niets vernomen en voor niets gewacht en ook de ondernemer heeft niet vernomen dat hij niet zou aankomen. Toen de ondernemer ernaar vroeg op zondag 25 juli, omdat er zorgen waren geuit, mailde de consument dat hij inmiddels was afgereisd was naar Italië.
Het is niet netjes om dit niet even kenbaar te maken.

De consument heeft een reis geboekt terwijl het fenomeen corona reeds bekend was. Destijds was het voor klanten mogelijk kosteloos te annuleren tot 30 dagen voor aankomst, indien er een situatie zich voor zou doen dat Tsjechië oranje zou kleuren. Dan zouden zij zich van de boeking kosteloos terug kunnen trekken. Hiervan heeft gelukkig niemand gebruik hoeven maken, want Tsjechië is groen gebleven in de zomer.
Maar vanwege de kleurverandering van Nederland op de kaart zijn er door de Tsjechische overheid naar aanleiding daarvan reisbepalingen ingevoerd, zoals een quarantaineplicht voor Nederlanders. Het was een omstandigheid waar niemand, maar vooral de Tsjechische eigenaar, niets aan kan doen. Onvoorspelbare omstandigheden die inherent zijn aan corona hetgeen al twee jaar onder ons is. De onvoorziene omstandigheden zijn voor iedereen niet optimaal te noemen maar er wel bij gaan horen.
Belangrijk is dat de consument bij zijn online boeking er niet voor heeft gekozen de zogenaamde allrisk verzekering af te sluiten. Hij had daarmee het risico van een dergelijke onvoorziene omstandigheden voor 75% af kunnen dekken. Deze verzekering wordt door de ondernemer actief aangeboden tijdens het online boekingsproces. De consument heeft deze verzekering, wellicht uit kostenbesparend oogpunt, niet afgesloten. Het is dan ook niet redelijk om dit besluit c.q. deze zuinigheid te verhalen bij derden op het moment dat zich een situatie voordoet die dit dekt. Corona was destijds al geruime tijd aanwezig en de negatieve risico’s hieromtrent hadden met deze verzekering voor een groot deel (75%) afgedekt kunnen worden. Deze had deze vervelende financiële consequentie voor de consument kunnen ondervangen. Daar dient deze verzekering voor.
Het is zeer onredelijk te verlangen, dat een eigenaar, een voor hem onnodige leegstand drie dagen van tevoren kwijt gaat schelden of een voucher gaat verstrekken als het in zijn optiek niet nodig is. Het huis had immers aan de lokale bevolking in het hoogseizoen ook verhuurd kunnen worden. Het betreft een voor hem onnodige leegstand zonder betaling in het hoogseizoen waar ze van leven. En de consument had zich hier ook voor kunnen verzekeren. De eigenaar niet.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In geschil is voor wiens rekening een wijziging in de vaccinatie- c.q. inreisregels ten gevolge van de Covid-19 pandemie dienen te komen. De consument stelt zich op het standpunt dat deze wijziging voor risico van de ondernemer komt, terwijl deze dat bestrijdt.
In dit geval heeft de consument in januari 2021 de betreffende overeenkomst gesloten. Daarmee is duidelijk dat een wijziging in de vaccinatie- c.q. inreisregels ten gevolge van de Covid-19 pandemie niet als een onvoorziene omstandigheid valt te kwalificeren.
Na het uitbreken van de Covid-19 pandemie zijn in de periode maart 2020 tot juli 2021 aan reizen diverse voorwaarden verbonden. De commissie wijst slechts op de ingevoerde kleurcodes, op het feit dat diverse lockdowns hebben plaats gevonden en op het feit dat getroffen maatregelen werden versoepeld dan weer werden verzwaard.
Het betekent dat de consument zich er rekenschap had moeten gegeven dat de op het moment van boeking bestaande reismogelijkheden later zouden worden beperkt. Dat klemt te meer nu familieleden van de consument niet waren gevaccineerd.
Een en ander betekent ook dat het bepaalde in art. 7:509 lid 3 BW en art. 9.9 ANVR-Reisvoorwaarden voor pakketreizen niet van toepassing is nu het niet een `onvermijdbare en buitengewone omstandigheid’ c.q. calamiteit betreft. In casu werd het reizen niet onmogelijk gemaakt. Wel zou de familie van de consument moeten worden getest en in quarantaine moeten gaan.
Voorts moet worden bedacht dat de stelling van de consument dat de inreisbeperking als risico voor de ondernemer zou moeten komen zou betekenen dat voor de consument sprake zou zijn `van een loterij zonder nieten’. Immers zou de reis conform de boeking kunnen worden uitgevoerd, dan verkrijgt de consument datgene wat hij wenst. Is er echter sprake van een inreisbeperking, dan zouden de gevolgen daarvan eenzijdig op de ondernemer worden afgewenteld en zou de consument aanspraak kunnen maken op terugbetaling van de reissom.
Daar komt bij dat de ondernemer zich bewust is geweest van de gevolgen van de Covid-19 pandemie door de mogelijkheid te openen om kosteloos te annuleren tot een maand voor de vertrekdatum en om voor annulering in de periode van een maand voor de vertrekdatum tot aan de vertrekdatum een verzekering aan te bieden die dan een groot deel van de boekingskosten zou vergoeden. Aldus heeft de ondernemer haar verantwoordelijkheid genomen.
De consument heeft om hem moverende redenen geen verzekering afgesloten, maar kan nu het risico van een wijziging in het Tsjechische inreisbeleid zich heeft voorgedaan dit niet ten laste van de ondernemer laten komen.

De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer A.G. van Opstal, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 31 januari 2022.