Consument had tekortkoming kunnen opmerken voordat ondernemer begon aan afwerking; klacht ten dele gegrond

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: Arbitraal Vonnis   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 147920/172624

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Dit geschil vloeit voort uit een aannemingsovereenkomst tussen consument en ondernemer. Hierbij heeft ondernemer zich verplicht een woning op te leveren aan consument. Consument stelt dat er gebreken zijn. Een deskundige heeft de zaak waargenomen en een rapport uitgebracht met zijn bevindingen. De arbiters veroordelen ondernemer tot het betalen van schadevergoeding. Ook wordt ondernemer veroordeeld tot deugdelijk herstel voor de sommige klachtgronden. De klacht wordt ten dele gegrond verklaard.

De uitspraak

Ondergetekenden:

de heer mr. P.L. Alers te [plaatsnaam], de heer ing. G.J. van Ingen te [plaatsnaam], mevrouw mr. C. Muller te [plaatsnaam], die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op de overeenkomst die de partijen hebben gesloten, waarin is opgenomen een arbitragebeding, met toepasselijkheid van de Bouwgarant Nieuwbouwgarantieregeling 2013 (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat “alle geschillen welke ook – waaronder begrepen die, welke slechts door een van de partijen als zodanig worden beschouwd – die naar aanleiding van de koop-/ aannemingsovereenkomst Bouwgarant Nieuwbouwgarantieregeling of van de overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel mochten zijn, tussen de Opdrachtgever en de Deelnemer mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Verbouwingen & Nieuwbouw.”

Daarmee is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De arbiters zijn daarom bevoegd om het geschil te beslechten. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 30 lid 1 van het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw (hierna te noemen: het reglement) te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden.

Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld.

Onderwerp van het geschil
De consument heeft meerdere gebreken aan zijn woning geconstateerd en houdt de ondernemer hiervoor aansprakelijk. De consument vordert herstel en schadevergoeding.

Behandeling van het geschil
Op 5 april 2023 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling van het geschil plaatsgevonden ten overstaan van de arbiters, bijgestaan door mr. [naam] als secretaris.
Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. Ter zitting werd de consument bijgestaan door mevrouw mr. [naam]. Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door de heer [naam].

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van consument verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken en hetgeen door de consument ter zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een aannemingsovereenkomst (hierna: overeenkomst) met de ondernemer gesloten ten behoeve van de bouw van zijn woning. Tijdens de oplevering heeft de consument meerdere tekortkomingen geconstateerd die zijn opgenomen in het proces-verbaal van oplevering. Nadien heeft de consument de ondernemer per e-mail op de hoogte gebracht van meerdere aanvullende gebreken. Omdat de ondernemer niet welwillend was om de gebreken te herstellen, heeft de consument een expertisebureau verzocht om de kwaliteit van het opgeleverde werk te beoordelen. Uit het door haar opgestelde rapport blijkt dat het werk ten aanzien van meerdere punten niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. De consument heeft hierover een gesprek gevoerd met de ondernemer. Desondanks heeft de ondernemer de gebreken nadien niet volledig hersteld. Volgens de consument is er – kort samengevat – nog sprake van de volgende acht gebreken:

1. Aansluiting aluminium kozijnen
De gevelpuien zijn op onjuiste wijze bevestigd. Bovendien zijn ze op een vlakke en dus niet afgeschuinde dorpel geplaatst en dat is niet bevorderlijk voor de waterdichtheid van de gevelpuien.

2. Goot hellend dak
De dakpannen zijn zodanig aangebracht dat de onderste pannenrij de bakgoot vrijwel geheel afdekt. Hierdoor kan de goot niet worden schoongemaakt.

3. Waterkering platte daken
De dakopstanden van het platte dak zijn niet deugdelijk uitgevoerd. Daarnaast is de opstand ter plaatse van de aansluiting van het platte dak op het opgaande gevelmetselwerk van het verdiepingsgedeelte niet juist, namelijk te laag, uitgevoerd.

4. Montage en achterconstructie gevelbekleding
Deze klacht bestaat uit twee delen:
a) De houten delen van de gevelbekleding zijn door middel van schieten bevestigd. Deze zijn vast geschoten door middel van koploze nagels waardoor het hout is beschadigd en bij het kale hout houtaantasting kan ontstaan door inwatering.
b) De zwarte DPC-folie is rechtstreeks achter de gevelplanken op het regelwerk is gemonteerd. Door het afsluiten met folie en het ontbreken van een ventilatievoorziening aan de onderzijde, worden de planken minimaal geventileerd. De enige mogelijkheid om de ventilatie deugdelijk te maken is om de gevelbekleding 5/6 cm naar voren te laten komen. Als dat noodzakelijk is, dan wil de consument dat.

5. Schuifpui uit het lood
Het aluminium schuifpuikozijn is uit het lood aangebracht. Omdat de neggen inmiddels zijn afgewerkt en afgetimmerd, zal het in het lood zetten van de schuifpui tot veel schade leiden. De consument verzoekt de arbiters daarom om voor dit onderdeel een financiële schadevergoeding toe te kennen, in plaats van herstel.

6. Slecht aansluitende boeiboorden en platen en het monteren van witte boeiboorden op de garage in afwijking van de bouwtekening
De platen van de onderzijde van het dakoverstek sluiten bij de stuiknaden niet geheel vlak op elkaar aan. Daarnaast wil de ondernemer bij de dakconstructie van de carport witte boeiboorden toepassen terwijl op de tekening een afwerking met een gemoffeld aluminium daktrim staat aangegeven. Deze uitvoering is gelijk aan de dakrandafwerking van de andere platte daken.
De consument wil dat dit doorgemetseld wordt, maar dat blijkt niet te kunnen. De ondernemer heeft slechts één muur van de garage gebouwd. Partijen komen niet uit de vraag hoe hij dient te worden afgebouwd.

7. Aanwezige condens op de aluminium dorpels
In koudere perioden ontstaat soms condens op de aluminium gevelpuien. De badkamer en slaapkamer zitten aan elkaar vast en er zat ook elke dag condens in de slaapkamer. Nadat de deskundige is geweest, heeft de ondernemer een onderaannemer langs gestuurd en die heeft de afzuiging krachtiger gezet. Hierdoor is de condens voor 80% verminderd.

8. Scheve muur op de verdieping
Op de verdieping is de wand tussen twee slaapkamers niet geheel evenwijdig aan de hier tegenover gesitueerde wanden aangebracht. Eerst was de afwijking 10 cm maar door het stuken is dat gecorrigeerd en teruggebracht naar 6 cm. De consument wenst hiervoor een financiële compensatie aangezien herstel te ingrijpend is.

De consument vordert een schadevergoeding voor de gebreken 5 en 8 en vordert herstel van de overige gebreken.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken en hetgeen door de ondernemer ter zitting naar voren is gebracht. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

1. Aansluiting aluminium kozijnen
De ondernemer is van mening dat de kozijnen op de juiste wijze zijn aangebracht.

2. Goot hellend dak
De ondernemer erkent dat de goot op deze wijze niet goed kan worden schoongemaakt. De ondernemer stelt voor om de dakpannen in te korten.

3. Waterkering platte daken
De ondernemer erkent dat de binnen- en buitenopstanden niet voldoen en is bereid tot herstel.

4. Montage en achterconstructie gevelbekleding
De gevelbekleding is op deze wijze geplaatst, omdat het niet mogelijk was om de constructie te maken zoals de architect van de consument had voorgeschreven. Op die wijze zou de gevelbekleding namelijk 5 cm naar voren komen. Vandaar dat ervoor is gekozen om de gevelbekleding zo ver mogelijk naar achter te plaatsen om de lijn van het kozijn zo ver mogelijk door te laten lopen. Als de gevelbekleding wel 5 cm naar voren was gekomen, zouden er aan de zijkant ook kleine latjes moeten worden aangebracht en loopt de lijn van het kozijn niet fraai door.

5. Schuifpui uit het lood
De ondernemer vraagt zich af waarom hij deze klacht niet veel eerder te horen heeft gekregen. De woning is immers ruwbouw opgeleverd en de consument heeft zelf gezorgd voor de afwerking van de dagkanten. Hij had toen kunnen constateren dat de pui niet in het lood stond. De pui weer in het lood zetten is slechts een kwestie van losschroeven, naar voren halen en vastzetten. Omdat alles inmiddels is afgewerkt, zullen de kosten echter veel hoger uitvallen als dat allemaal hersteld dient te worden.

6. Slecht aansluitende boeiboorden en platen en het monteren van witte boeiboorden op de garage in afwijking van de bouwtekening;
De architect van de consument heeft hierin een fout gemaakt. Als iets niet op de tekening staat, kan de ondernemer daar ook geen rekening mee houden. Vandaar dat de ondernemer heeft besloten om een boeibord te gaan maken, zodat het dak van de garage erop kon komen. In de begroting is dan ook een wit boeibord opgenomen. Het is nog niet helemaal duidelijk of de door de consument gewenste oplossing wel haalbaar is. Vandaar dat hij graag ziet dat dit vóóraf met de architect wordt afgestemd.

7. Aanwezige condens op de aluminium dorpels;
De onderaannemer van de ondernemer heeft deze klacht grotendeels verholpen.

8. Scheve muur op de verdieping.
De ondernemer erkent dat de muur scheef is.

Deskundigenrapport
De commissie heeft een onderzoek laten uitvoeren door [naam] (hierna te noemen: de deskundige), die daarover op 23 september 2022 schriftelijk aan de commissie heeft gerapporteerd. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige, maar hebben daar geen gebruik van gemaakt.

Uitgangspunten
Voor de beoordeling van het geschil nemen de arbiters – naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde en met inachtneming van de inhoud van de overgelegde stukken – het navolgende als uitgangspunt

In de op 21 december 2019 tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst heeft de ondernemer zich jegens de consument onder meer verbonden de woning (af) te bouwen conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en – voor zover aanwezig – staten van wijzigingen, zoals aangegeven op de bij de aannemingsovereenkomst behorende situatietekening, zulks naar de eisen van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. De woning is op 15 december 2020 opgeleverd.

Ook is op genoemde aannemingsovereenkomst eerdergenoemde garantieregeling van toepassing verklaard. Op grond van de van toepassing zijnde artikelen van de garantieregeling heeft de ondernemer aan de consument gegarandeerd dat de toegepaste constructies, materialen, onderdelen en installaties onder redelijkerwijs te voorziene externe omstandigheden deugdelijk zijn en bruikbaar voor het doel waarvoor zij zijn bestemd, een en ander voor zover ter zake geen beperkingen zijn opgenomen. Op grond hiervan heeft de ondernemer tevens gegarandeerd dat de woning voldoet aan de toepasselijke eisen van het Bouwbesluit dat van toepassing is op de verkregen bouwvergunning. Deze normen worden hierna gezamenlijk aangeduid als: de garantienormen.

Beoordeling van het geschil
Op grond van artikel 30 lid 3 sub f van het reglement bevat het arbitrale vonnis, naast de beslissing, in elk geval de vaststelling welk gedeelte van het arbitrale vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die vallen onder de Nieuwbouwgarantieregeling en welk gedeelte van het vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die geen betrekking hebben op de Nieuwbouwgarantieregeling.

De arbiters overwegen ten aanzien van de acht klachtonderdelen als volgt.

1. Aansluiting aluminium kozijnen
De deskundige heeft aangegeven dat de aluminium pui normaliter in een houten stelkozijn met aanslaglat wordt geplaatst en via schroeven in de dagkanten van de stijlen aan het stelkozijn wordt bevestigd. In het onderhavige geval zijn de stelkozijnen (in de spouw) aangebracht, maar niet voorzien van een aanslaglat. De kozijnen zijn vóór het in de spouw aanwezige stelkozijn geplaatst en de kozijnen zijn vervolgens met beugels aan het stelkozijn bevestigd. Volgens de deskundige zijn de aluminium puien op een wat ongebruikelijke wijze bevestigd, maar is niet gebleken van een ondeugdelijke bevestiging.

Wat betreft de dorpels heeft de deskundige aangegeven dat deze aan de bovenzijde vlak zijn en dat de aluminium puien daarop zijn geplaatst met een lijm-kit verbinding. Volgens de deskundige betreft dit een gebruikelijke uitvoering bij aluminium puien en is er geen aanleiding om te veronderstellen dat hier sprake zou zijn van een niet waterdichte constructie.

De arbiters nemen de bevindingen en conclusies van de deskundige over, nu hiertegen door partijen geen verweer is gevoerd en de arbiters ook overigens niet is gebleken dat deze onjuist zouden zijn. Op grond hiervan stellen de arbiters vast dat er geen sprake is van een gebrek of van een tekortkoming van de verplichting uit de garantieregeling. De arbiters verklaren dit klachtonderdeel ongegrond.

2. Goot hellend dak
Volgens de deskundige zijn de dakpannen zodanig aangebracht dat de onderste pannenrij de bakgoot vrijwel geheel afdekt en de onderrand van de pannen zeer dicht bij de buitenste gootopstand ligt. De ruimte tussen de gootopstand en de onderpannen bedraagt circa 2 cm. Door deze veel te kleine ruimte kunnen de goten niet worden gereinigd. Dit acht de deskundige in strijd is met de redelijk te stellen eisen van goed en deugdelijk werk.

De arbiters nemen de bevindingen en conclusies van de deskundige over, nu hiertegen door partijen geen verweer is gevoerd en de arbiters ook overigens niet is gebleken dat deze onjuist zouden zijn. Op grond hiervan verklaren de arbiters deze klacht gegrond en veroordelen de arbiters de ondernemer tot goed en deugdelijk herstel. De consument heeft de arbiters verzocht om ook de goot van de buren in de veroordeling te betrekken, maar zoals de arbiters ter zitting hebben uitgelegd, is dat niet mogelijk. De arbiters kunnen de ondernemer alléén verplichten tot herstel van de woning van de consument en dus niet tot herstel van woningen die geen onderdeel uitmaken van dit geschil.

3. Waterkering platte daken
De deskundige heeft geconstateerd dat de hoogte van de dakopstanden niet correct is uitgevoerd. De pvc-opstand varieert van 1,5 tot 5 cm. Hierdoor is de kans groot dat er water over de dakopstand wordt gestuwd bij wat stevigere regenbuien en wind. De binnenopstand is eveneens niet hoog genoeg uitgevoerd (maximaal 4 cm). Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat lekkages kunnen ontstaan. Volgens de deskundige voldoen de buitenopstanden en de binnenopstanden voor wat betreft de hoogte daarom niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk.

De arbiters nemen de bevindingen en conclusies van de deskundige over, nu hiertegen door partijen geen verweer is gevoerd en de arbiters ook overigens niet is gebleken dat deze onjuist zouden zijn. Op grond hiervan verklaren de arbiters deze klacht gegrond en veroordelen de arbiters de ondernemer tot goed en deugdelijk herstel.

4. Montage en achterconstructie gevelbekleding
Klachtonderdeel a.
Wat betreft de bevestiging van de gevelbekleding, heeft de deskundige aangegeven dat het schieten van de WRC delen een toegestane bevestigingsmethode is. Het is de deskundige niet gebleken dat de geveldelen onvoldoende zouden zijn bevestigd.
Klachtonderdeel b.
Ten aanzien van de ventilatie van de gevelplanken is de deskundige van mening dat de ventilatie niet dermate onvoldoende is dat ingrijpende maatregelen nodig zijn. Er is sprake van een open systeem waardoor er, onafhankelijk van de weersomstandigheden, al voortdurend sprake is van een behoorlijke luchtstroming. Daarnaast acht de deskundige enige vochtvorming tussen de folie en de houten WRC delen niet bezwaarlijk vanwege de zeer goede duurzaamheid van de toegepaste houtsoort. Volgens de deskundige is er ten aanzien van beide punten dan ook geen sprake van een tekortkoming.

De consument heeft aangevoerd dat hij ten aanzien van de constructie graag van tevoren een keuze zou hebben gekregen van de ondernemer en dat hij de constructie graag hersteld ziet. Hoewel de arbiters begrijpen dat de consument inspraak had willen hebben, is de constructie, zoals deze door de ondernemer is toegepast, volgens de deskundige niet gebrekkig en schiet deze niet te kort.
De arbiters nemen die conclusie over. Omdat er geen sprake is van een tekortkoming, is het ook niet noodzakelijk om de constructie te herstellen. De arbiters verklaren beide klachtonderdelen dan ook ongegrond.

5. Schuifpui uit het lood
Tijdens het onderzoek heeft de deskundige geconstateerd dat de schuifpui naar behoren functioneert, maar dat deze circa 17 mm uit het lood staat waardoor deze niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Het alsnog te lood stellen van de schuifpui zal zeer ingrijpend zijn vanwege de inmiddels afgewerkte en afgetimmerde neggen. Om die reden heeft de consument verzocht om een financiële compensatie in plaats van herstel. De arbiters overwegen hierover als volgt.

Er is sprake van een tekortkoming maar het blijkt volgens de deskundige niet noodzakelijk om de tekortkoming te herstellen. Aangezien partijen het erover eens zijn dat herstel te ingrijpend en buitenproportioneel is vanwege de inmiddels afgewerkte/afgetimmerde neggen, zullen de arbiters de ondernemer daar ook niet toe veroordelen. Als de ondernemer het gebrek zou herstellen, dan zou zij kosten moeten maken voor het herstellen van de schuifpui zelf en kosten voor het herstel van de afwerking, die inmiddels door de consument is gerealiseerd. Aangezien arbiters van oordeel zijn dat de consument deze tekortkoming redelijkerwijs had kunnen opmerken vóórdat hij was begonnen aan de afwerking, achten de arbiters het niet redelijk om de ondernemer verantwoordelijk te houden voor de kosten van het herstel van de afwerking. Om die reden zullen de arbiters alleen een financiële tegemoetkoming vaststellen voor het herstellen van de schuifpui zelf. De arbiters veroordelen de ondernemer tot betaling aan de consument van een bedrag van € 250,– aan schadevergoeding voor het op onjuiste wijze plaatsen van de schuifpui. Deze klacht is gegrond.

6. Slecht aansluitende boeiboorden en platen en het monteren van witte boeiboorden op de garage in afwijking van de bouwtekening;
Wat betreft de aansluiting van de boeiboorden heeft de deskundige geconstateerd dat dit kleine onvolkomenheden betreffen die geen afbreuk doen aan de degelijkheid van de dak overstekken. De arbiters zijn met de deskundige van oordeel dat er geen sprake is van een tekortkoming. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Wat betreft de witte boeiboorden op de garage overwegen de arbiters als volgt. Ter zitting is duidelijk geworden dat de consument vordert dat de garage wordt afgebouwd. Niet in geschil is dat er geen witte boeidelen op de tekening van de architect zijn opgenomen. Door de consument is niet betwist dat de witte boeidelen wel in de begroting van de ondernemer zijn opgenomen. Ter zitting is ook gebleken dat de ondernemer deze in de begroting heeft opgenomen, zonder dit van tevoren met de consument te hebben afgestemd. Tevens is gebleken dat nader overleg tussen de architect, de consument en de ondernemer vereist is, als de consument iets anders dan witte boeidelen wenst. Voor dit nader overleg bleken beide partijen open te staan.

De arbiters stellen vast dat de ondernemer op grond van de overeenkomst verplicht is om de garage af te bouwen. Zij veroordelen de ondernemer daar dan ook toe, indien en zodra het noodzakelijk te voeren overleg tussen de architect, consument en ondernemer ertoe heeft geleid dat een passende en uitvoerbare oplossing mogelijk is. Dit dient te worden uitgevoerd en voltooid binnen zes weken nadat voornoemde overeenstemming is bereikt. Dit klachtonderdeel is gegrond.

7. Aanwezige condens op de aluminium dorpels;
Er is volgens de deskundige geen sprake van een technische tekortkoming. De arbiters nemen de bevindingen en conclusies van de deskundige over nu niet is gebleken dat deze onjuist zouden zijn. Partijen hebben hier ook geen verweer tegen gevoerd. De klacht is daarmee ongegrond. Wel bleek ter zitting dat de klacht van de consument zich met name richt op het afzuigsysteem in de badkamer en de condens in de slaapkamer. Ter zitting bleek ook dat de afzuiging door een onderaannemer van de ondernemer inmiddels was aangepast, waardoor de klacht grotendeels is verholpen.

8. Scheve muur op de verdieping.
Tussen partijen is niet in geschil dat de muur tussen twee slaapkamers scheef staat. Ter zitting bleek het te gaan om een verschil van 10 cm op een muur van drie meter. Dit is door de ondernemer niet betwist. De arbiters achten deze uitvoering in strijd met de eisen van goed en deugdelijk werk. De consument blijkt de afwijking tijdig bij de ondernemer te hebben gemeld, namelijk direct toen de scheefheid werd geconstateerd bij het leggen van de vloer. Aangezien het thans niet meer noodzakelijk is en tevens buitenproportioneel is om de muur te slopen en opnieuw op te trekken, zullen de arbiters een financiële tegemoetkoming vaststellen. Deze bedraagt ex aequo et bono € 1.000,–. Dit klachtonderdeel is gegrond.

Concluderend achten de arbiters klachtonderdelen 2,3,5,6 en 8 gegrond en de klachten 1, 4 en 7 ongegrond.

Tot slot merken de arbiters nog het volgende op. De ondernemer heeft ter zitting aangegeven dat hij het bedrag dat de consument heeft ingehouden (5% van de aanneemsom) wenst te ontvangen. Zoals de arbiters ter zitting hebben uitgelegd, heeft de ondernemer daaromtrent geen schriftelijke tegenvordering ingediend, zodat de arbiters hier geen oordeel over kunnen en zullen geven.

Toepasselijkheid garantieregeling
De arbiters stellen vast dat ten aanzien van de hiervoor vermelde klachten 2,3 en 8 niet is voldaan aan de uit hoofde van de garantienormen te stellen eisen. Voor deze klachten komt de consument een beroep op de Bouwgarant Nieuwbouwgarantieregeling toe en voor de overige klachten niet.

Klachtengeld en behandelingskosten
De klachten van de consument worden gedeeltelijk gegrond bevonden. Daarom zal de ondernemer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 1 van het reglement, aan de consument het klachtengeld moeten vergoeden, dat de consument heeft betaald aan de commissie voor de behandeling van dit geschil. Dit is een bedrag van € 260,– (inclusief btw). Bovendien is de ondernemer op grond van hetzelfde artikellid aan de commissie een bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.

Beslissing
De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en de daarvan deel uitmakende voorwaarden, beslissen als volgt:

– verklaren de klachtonderdelen 2,3,5,6 en 8 gegrond en de klachtonderdelen 1, 4a en 4b en 7 ongegrond;
– veroordelen de ondernemer ter zake van de klachtonderdelen 2 en 3 tot goed en deugdelijk herstel met inachtneming van hetgeen door de deskundige is gerapporteerd, binnen acht weken na de datum waarop dit arbitrale vonnis is verzonden;
– veroordelen de ondernemer ter zake van klachtonderdeel 6 tot het afbouwen van de garage, indien en zodra het noodzakelijk te voeren overleg tussen de architect, consument en ondernemer ertoe heeft geleid dat een passende en uitvoerbare oplossing mogelijk is. Dit dient te worden uitgevoerd en voltooid, binnen zes weken nadat voornoemde overeenstemming is bereikt;
– veroordelen de ondernemer ter zake van klachtonderdelen 5 en 8 tot betaling aan de consument van een bedrag van € 1.250,– aan schadevergoeding, binnen twee weken na de datum waarop dit arbitrale vonnis is verzonden;
– veroordelen de ondernemer tot betaling van € 260,– als vergoeding voor het betaalde klachtengeld, binnen twee weken na de datum waarop dit arbitrale vonnis is verzonden;
– wijzen af hetgeen door de consument meer of anders is gevorderd;
– stellen vast dat aan de consument ter zake van de klachtonderdelen 2,3 en 8 een beroep toekomt op garantie uit hoofde van de Bouwgarant Nieuwbouwgarantieregeling en ter zake van de overige klachtonderdelen niet.