Consument heeft termijn voor indienen klacht ruimschoots overschreden. Geen verontschuldigende omstandigheden aanwezig.

  • Home >>
  • Kinderopvang >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Ontvankelijkheid (geschil bij commissie)    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: niet-ontvankelijkverklaring   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: 223112/236924

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Er heeft zich bij de ondernemer een incident voorgedaan in mei/juni 2021. Daar heeft de klacht betrekking op. Op 26 juli 2021 heeft de consument bij de ondernemer mondeling geklaagd en op 16 december 2021 de advocaat van de consument schriftelijk. Op 11 juli 2023, aangevuld op 13 augustus 2023, heeft de consument de klacht bij de commissie ingediend. Het reglement van de commissie schrijft voor dat de commissie een consument op verzoek van de ondernemer in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren wanneer het geschil niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer heeft ingediend bij de commissie is ingediend. Wanneer de consument geen verwijt is te maken van de termijnoverschrijding, kan de commissie besluiten de klacht toch in behandeling te nemen. Naar het oordeel van de commissie staat vast dat de termijn van 12 maanden ruimschoots is overschreven. Verontschuldigende omstandigheden, waardoor van niet-ontvankelijkverklaring kan worden afgezien, doen zich hier naar het oordeel van de commissie niet voor. De consument wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in de klacht.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument verwijt de ondernemer onvoldoende toezicht, waardoor een incident met zijn dochter heeft kunnen plaatsvinden, en onvoldoende inspanning van de ondernemer om het incident te onderzoeken en op een juiste wijze af te handelen.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De dochter van de consument is in mei/juni 2021 slachtoffer geworden van seksueel overschrijdend gedrag door een groepje jongens op de opvang van de ondernemer. Het toezicht was niet op orde en de afhandeling verre van professioneel, zowel direct nadat het gemeld was als ook in de contacten met het hoofdkantoor en de advocaat van de ondernemer. Onderzoeken zijn tegengewerkt en de ondernemer heeft het in een doofpot willen stoppen. De juridische contacten zijn erg stroperig geweest en de afhandeling totaal niet bevredigend. Er zou een gezamenlijk onderzoek worden uitgevoerd door de ondernemer en de consument. De ondernemer is vervolgens zelf een onderzoek begonnen door het protocol in te zetten en meldingen te doen bij organisaties. Vervolgens werden de deuren gesloten voor de consument.

Terzake het niet-ontvankelijkheidsverweer van de ondernemer stelt de consument dat op herhaalde verzoeken van de advocaat van de consument niet is gereageerd. Vervolgens heeft de consument via de GGD een onderzoek laten instellen, omdat de ondernemer nergens meer op reageerde. De resultaten van dit onderzoek heeft de consument moeten afwachten waarna zijn advocaat met de verzekeraar in overleg is gegaan om nieuwe stappen te bespreken. Vervolgens kreeg de consument voorgelegd dat hij naar de rechter of naar de geschillencommissie kon gaan. Al die tijd heeft de advocaat van de ondernemer nergens op gereageerd, een bewuste tactiek van vertraging. Om nu de klacht niet-ontvankelijk te laten verklaren, zou een gotspe zijn.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer stelt in het ingediende verweerschrift, naast een inhoudelijke weerlegging van de klacht, dat de consument niet-ontvankelijk is in zijn klacht aangezien de termijn voor het aanhangig maken van het geschil ruimschoots is verstreken. De klacht die door de consument is geuit bij de ondernemer, is op 26 juli 2021 gedaan. Vervolgens is op 16 december 2021 de klacht door de advocaat van de consument kenbaar gemaakt. Op grond van artikel 20 van de algemene voorwaarden voor Kinderopvang en dagopvang van de Brancheorganisatie Kinderopvang, dient een klacht binnen 12 maanden nadat de klacht is neergelegd bij de ondernemer bij de Geschillencommissie Kinderopvang te zijn aangebracht. De consument heeft de klacht op 11 juli 2023 ingediend. Daarmee is de termijn van het doen van de klacht al ruimschoots verstreken en is de consument niet-ontvankelijk in zijn klacht.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

De commissie heeft ten aanzien van de ontvankelijkheid het volgende overwogen.

Uit de stukken blijkt dat het onderhavige incident waarop de klacht betrekking heeft, heeft plaatsgevonden in mei/juni 2021. Op 26 juli 2021 heeft de consument terzake dit incident bij de ondernemer mondeling zijn klacht kenbaar gemaakt. Op 16 december 2021 heeft de advocaat van de consument een schriftelijke klacht/aansprakelijkstelling ingediend bij de ondernemer. De klacht is op 11 juli 2023, aangevuld op 13 augustus 2023, bij de commissie aanhangig gemaakt.

Het reglement Geschillencommissie Kinderopvang schrijft voor dat de commissie een consument op verzoek van de ondernemer in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren indien hij zijn geschil niet binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer heeft ingediend bij de commissie aanhangig heeft gemaakt (zie artikel 6 lid 1 sub b. van het reglement). Indien de termijnoverschrijding niet aan de consument verweten kan worden, kan de commissie besluiten de klacht toch in behandeling te nemen (zie artikel 6 lid 2 van het reglement).

Vaststaat dat de genoemde termijn van 12 maanden na de datum van indiening van de klacht bij de ondernemer ruimschoots is overschreven. Verontschuldigende omstandigheden, waardoor van niet-ontvankelijkverklaring kan worden afgezien, doen zich hier naar het oordeel van de commissie niet voor.

De consument stelt dat de ondernemer bewust de zaak heeft getraineerd en nergens meer op reageerde.

De commissie merkt op dat bij brief van 10 juni 2022 (de advocaat van) de ondernemer aan de consument heeft bericht dat de ondernemer in navolging van het daartoe gegeven advies van de geconsulteerde professionals tot sluiting van het dossier zal overgaan en de ondernemer geen verdere inhoudelijke informatie zal verstrekken of zal ingaan op verdere inhoudelijke vragen. Hiermee was het standpunt van de ondernemer terzake de afhandeling van de klacht van de consument zonder meer duidelijk en had van de  consument verwacht mogen worden, aangezien hij zich hierin niet kon vinden, de klacht op dat moment bij de commissie aanhangig te maken. Het verder wachten op antwoorden of acties van de ondernemer was daarvoor niet noodzakelijk. Ook betrekt de commissie bij haar oordeel het feit dat de consument zich (destijds) liet bijstaan door een advocaat. Van een juridisch geschoold advocaat mag verondersteld worden dat hij/zij bekend is met de juridische wegen van het indienen van een klacht. De gemachtigde van de consument had de consument dan ook op de mogelijkheid van het tijdig indienen van een geschil bij de commissie kunnen en dienen te wijzen.

De commissie is gelet op het bovenstaande dan ook van oordeel dat de consument zijn klacht in ieder geval vóór 16 december 2022 aan de commissie had moeten voorleggen. De consument heeft zijn klacht echter pas voor het eerst in juli 2023 bij de commissie aanhangig gemaakt. Voor die ruime termijnoverschrijding heeft de commissie geen rechtvaardiging gevonden.

De commissie is dan ook van oordeel dat de consument niet-ontvankelijk is in zijn klacht en komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer Y. Dragstra, de heer mr. P. P. van der Neut, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 10 april 2024.