Consument hoeft geen genoegen te nemen met voucher en heeft recht op terugbetaling

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Annulering    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 42249/46357

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt over de geboekte Lenteplaats bij de ondernemer. Door de coronacrisis kon de ondernemer de overeenkomst niet nakomen. De consument heeft van de ondernemer ter compensatie een voucher aangeboden gekregen. Echter, de consument wil gewoon zijn geld terug. De commissie oordeelt dat de sanitaire voorzieningen essentieel zijn voor een verblijf op een recreatieonderneming. Als de ondernemer deze niet kan aanbieden, betekent dit dat de overeenkomst niet kan worden nagekomen. De commissie heeft al eerder geoordeeld dat wanneer de ondernemer de overeenkomst niet kan nakomen, dat de consument dan recht heeft op terugbetaling en geen genoegen hoeft te nemen met een voucher. Aangezien de sanitaire voorzieningen bij de ondernemer gesloten zijn, betekent dit dat de consument recht heeft op terugbetaling van het bedrag dat hij heeft betaald. De klacht is gegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit de op 8 november 2019 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst.

Daarbij heeft de consument bij de ondernemer een Lenteplaats geboekt voor de periode van 27 maart 2020 tot en met 26 juni 2020 voor een bedrag van € 797,50.

Standpunten van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overlegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In zijn vragenformulier van 28 augustus 2020 aan de commissie heeft de consument aangegeven dat hij het door hem betaalde bedrag van € 797,50 terug wil ontvangen van de ondernemer. Vanwege de coronacrisis kon de ondernemer de overeenkomst niet nakomen. Ter compensatie heeft de ondernemer de consument een voucher aangeboden. Omdat de consument de voorwaarden van die voucher niet passend vindt, wil hij zijn geld terug.

De consument heeft op 20 oktober 2020 als volgt gereageerd op het bericht van de ondernemer: “N.a.v. telefonisch contact wil ik aangeven niet op het voorstel van [naam ondernemer] in te gaan, n.a.v. dat zelfde voorstel zijn we juist naar de geschillencommissie gestapt.”

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overlegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het verweer dat de ondernemer op 15 oktober 2020 bij de commissie heeft ingediend luidt als volgt: “Schikkingsvoorstel is om na het verstrijken van de geldigheidstermijn (1 jr) van de aangeboden voucher (=75% van de huursom) de waarde ervan terug te betalen. [Naam consument] verliest daarmee wel alle vanuit het verleden opgebouwde rechten op het opnieuw huren van dezelfde kampeerplaats.”

Beoordeling van het geschil
1. De commissie heeft in eerdere uitspraken over voucher-zaken al geoordeeld dat een consument recht heeft op terugbetaling van het geld en geen genoegen hoeft te nemen met een door de ondernemer aangeboden voucher in de volgende twee gevallen:
a. als de ondernemer de overeenkomst heeft geannuleerd; of
b. als de ondernemer de gesloten overeenkomst niet kon nakomen.

2. Vast staat dat de sanitaire voorzieningen op het vakantiepark van de ondernemer als gevolg van de coronamaatregelen pas vanaf 15 juni 2020 weer open waren. De commissie is van oordeel dat sanitaire voorzieningen, anders dan bijvoorbeeld een zwembad of een restaurant, essentieel zijn voor een verblijf op een recreatieonderneming. Als een ondernemer geen sanitaire voorzieningen kan aanbieden, staat dit naar het oordeel van de commissie juridisch gezien gelijk aan de hierboven onder b. bedoelde omstandigheid dat de ondernemer de gesloten overeenkomst niet kon nakomen. In zo’n situatie heeft de consument dus recht op terugbetaling van het bedrag dat hij heeft betaald voor de overeenkomst. Overmacht voor de ondernemer, zoals in dit geval de corona-uitbraak, maakt dat niet anders. Het bovenstaande betekent dat de klacht van de consument gegrond is. De ondernemer moet het bedrag van € 797,50 aan de consument terugbetalen. De gegrondverklaring van de klacht brengt tevens met zich mee dat de ondernemer het klachtengeld aan de consument moet vergoeden en dat hij behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is.

Beslissing
De ondernemer dient aan de consument binnen 30 kalenderdagen na verzending van deze beslissing een bedrag te betalen van € 797,50.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden in verband met het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit mr. J. L. Sierkstra, voorzitter, drs. P. C. Hoogeveen-de Klerk en mr. M. de Rooij-Slager, leden, op 19 april 2021.