Consument is niet de opdrachtgever van postbedrijf, commissie onbevoegd

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Post    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: voorbeslissing   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 72008/90251

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stuurde een wijnkoeler op ter reparatie. Tijdens het transport door de ondernemer is de wijnkoeler beschadigd, aldus de consument. De consument heeft daarbij het retourlabel dat de verkoper van de wijnkoeler beschikbaar heeft gesteld gebruikt. De commissie is van oordeel dat de verkoper van de wijnkoeler de opdrachtgever van het postbedrijf was. Er is kortom geen overeenkomst tot stand gekomen tussen de consument en het postbedrijf, zodat de Geschillencommissie Post onbevoegd is om het geschil inhoudelijk te behandelen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Post (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juni 2021 te Den Haag.

De commissie heeft de behandeling van het geschil op basis van de stukken, zonder mondelinge behandeling, afgedaan.

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een beschadigde zending.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb een [merk wijnkoeler] wijnkoeler gekocht bij [supermarkt]. Na overleg met de reparatiedienst van [merk wijnkoeler] heb ik de wijnkoeler in de originele doos op 8 januari 2021 via [de ondernemer] verstuurd aan [reparateur] met gebruikmaking van een door [merk wijnkoeler] aan mij verstuurde service voucher. Ontvangst van de zending is bevestigd op 12 januari. Op 19 januari werd mij bericht dat reparatie niet onder garantie valt, omdat product tijdens transport is beschadigd. Dit blijkt ook uit foto’s. Volgens [de ondernemer] ben ik geen partij, omdat gebruik is gemaakt van een door [merk wijnkoeler] aan mij verstrekte voucher. [Merk wijnkoeler] verwijt mij het pakket niet goed te hebben ingepakt.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De heer [consument] heeft op 8 januari 2021 een pakket ter reparatie retour verzonden naar [merk wijnkoeler]. In het pakket zat een wijnkoeler. De heer [consument] heeft bij het retour zenden van het pakket gebruikgemaakt van een retourlabel die [merk wijnkoeler] beschikbaar heeft gesteld. Het pakket zou schade hebben opgelopen tijdens het transport. Hierdoor kon [merk wijnkoeler] de wijnkoeler niet meer repareren en/of vielen de reparatiemogelijkheden niet onder de garantie.

Na zijn melding bij [de ondernemer] Customer Service is hij doorverwezen naar [merk wijnkoeler] aangezien zij de opdrachtgever waren voor het verzenden van het pakket. Het antwoordnummer op de retourlabel is immers een postbus waar [merk wijnkoeler] de kosten voor het versturen van de zending betaalt. Hierdoor hoeft de verzender (de heer [consument] in dit geval) geen kosten te betalen voor het retour zenden van het pakket. Het pakket is dan ook verzonden onder de overeenkomst die [de ondernemer] heeft afgesloten met [merk wijnkoeler]. Dit betreft een abonnement dat [de ondernemer] heeft met [merk wijnkoeler] en waarvoor [merk wijnkoeler] maandelijks een bedrag betaalt. Dat betekent dat [merk wijnkoeler] de contractspartij is van [de ondernemer] voor het verzenden van het pakket.

[De ondernemer] is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat de commissie onbevoegd is dit geschil te behandelen.

In het reglement van de commissie is bepaald dat de commissie tot taak heeft geschillen tussen consumenten en [de ondernemer] te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door [de ondernemer] te leveren of geleverde diensten (artikel 3). Als consument wordt aangemerkt de natuurlijke persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of een bedrijf en die als contractant gebruik maakt van een dienst van [de ondernemer] (artikel 1).

De heer [consument] kan in dit geschil niet als consument worden aangemerkt omdat hij bij het verzenden van het pakket niet als consument en derhalve niet als contractant gebruik heeft gemaakt van de diensten van [de ondernemer] (zie artikel 1 van het Reglement Geschillencommissie Post). [Merk wijnkoeler] is de contractspartij van [de ondernemer].

Conclusie
[De ondernemer] concludeert dat de commissie onbevoegd is deze zaak inhoudelijk te beoordelen nu de heer [consument] niet aangemerkt kan worden als consument zoals bedoeld in het reglement van de Geschillencommissie.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie onderschrijft in grote lijnen het standpunt van [de ondernemer]. Tussen de consument en [de ondernemer] is geen overeenkomst tot stand gekomen, al was het maar omdat de consument aan [de ondernemer] zelf geen prijs voor het vervoer heeft betaald. De overeenkomst op basis waarvan het vervoer heeft plaatsgevonden is een overeenkomst tussen [merk wijnkoeler] en [de ondernemer].

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

De commissie is zich ervan bewust dat een andere geschillencommissie in een vergelijkbaar geval tot de conclusie is gekomen dat op het moment van het ten vervoer aanbieden van een product met gebruikmaking van een voucher of een andersoortig verzendlabel een overeenkomst tot stand komt tussen de verzender en [de ondernemer]. Uit wat hiervoor is overwogen blijkt dat deze conclusie niet is gebaseerd op een helder inzicht in de processen van [de ondernemer].

Het is de commissie bekend dat veel internetaanbieders aan kopers de service aanbieden om het aangekochte product te retourneren met gebruikmaking van een verzendlabel. In dergelijke gevallen wordt het product verzonden naar een antwoordnummer, hetgeen niet alleen inhoudt dat de koper voor het retourneren van het aangekochte geen prijs aan [de ondernemer] betaalt, maar ook dat aan de koper veelal geen track and trace bewijs van verzending wordt gegeven. Het bewijs van verzending wil dan ook niet meer zeggen dan dat de koper bewijs heeft van verzending. De koper heeft, omdat hij geen contractspartij is, zelf geen aanspraak jegens [de ondernemer] bij vermissing of beschadiging van de zending.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. D.J. Buijs, voorzitter, De heer drs. G.J.F.M. Klaas, De heer mr. P. P. van der Neut, leden, op 23 juni 2021.