Consument klaagt jaar na aankoop tweedehands buitenboordmotor. Op consument rust daarom bewijslast gebreken

  • Home >>
  • Waterrecreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden voor de verkoop van gebruikte pleziervaartuigen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT07-0047

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op koop van een gebruikte buitenboordmotor d.d. 10 juli 2006. De koopprijs bedroeg € 1.500,–.   De consument heeft de klacht op 2 oktober 2007 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft in juli 2006 een gebruikte Mercury 50 pk motor gekocht bij de ondernemer, ter vervanging van een Johnson 55 pk motor uit 1985. Er is een garantie van drie maanden verstrekt. Bij aanschaf deelde de ondernemer mede dat het bouwjaar 1993 betrof. Achteraf blijkt de motor ouder te zijn; ergens tussen 1980-1985. Toen de consument in juli 2007 zijn eerste vaartocht maakte met de motor, bleek deze nauwelijks vermogen te hebben en bleek één van de cilinders niet te werken. De motor bleek total loss en de ondernemer liet weten de schade niet zullen herstellen. De consument is van mening dat hij niet behoeft te verwachten dat een motor het na 30 kilometer varen begeeft en total loss is. Er is sprake van non-conformiteit.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument heeft de motor met de boot op een trailer opgehaald. Thuisgekomen heeft hij eerst de boot opgeknapt. Met de motor heeft hij in de tussentijd niets gedaan. Deze is achter de boot blijven hangen. De boot stond in een schuur. De motor is niet winterklaar gemaakt. Voor zover dat had gemoeten, had het op de weg van de ondernemer gelegen hem daar op te wijzen. De prijs van € 1.500,– is inclusief inruil van de oude motor. Dus eigenlijk is de prijs € 1.850,–. De ondernemer wist dat de consument het eerste jaar niet zou varen met de motor, maar wilde niet meer dan drie maanden garantie geven.   De consument verlangt ontbinding van de koop.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   In eerste instantie is de motor verkocht met een garantie van vier weken. Op verzoek van de consument is deze verlengd tot drie maanden. Elke motor die door de ondernemer wordt geleverd krijgt een uitgebreide servicebeurt en een proefvaart. Zo ook de motor die de consument heeft gekocht. De motor is door de ondernemer op een technisch verantwoorde wijze achter de boot gebouwd en is in een technisch goede staat afgeleverd. Bij de verkooptransactie was geen leeftijd van de motor bekend en is deze ook niet genoemd. Ook in het verkoopcontract wordt geen leeftijd gemeld. Vanwege de verkoopprijs en de verstrekte vier weken garantie had de consument overigens kunnen weten dat hij te maken had met een oudere gebruikte motor. Dat de consument pas in juli 2007 voor het eerst met de motor heeft gevaren, komt de ondernemer onwaarschijnlijk voor. Op zijn minst mag verwacht worden dat er met een pas aangeschafte motor in ieder geval tijdens de garantieperiode – zeker als die op verzoek wordt verlengd tot drie maanden – wordt gevaren om te beoordelen of de motor voldoet aan de verwachtingen en of deze geen gebreken vertoont. Daarnaast heeft ook een motor waarmee niet gevaren wordt een winterbeurt nodig. De motor van de consument heeft geen winterbeurt gehad. Hierdoor kan schade zijn ontstaan, omdat de motor voor de aflevering wel proefgevaren heeft. De consument beroept zich op non-conformiteit. Een dergelijk beroep kan alleen slagen wanneer er problemen ontstaan bij normaal gebruik en normaal onderhoud van de motor. De ondernemer stelt grote vraagtekens bij het normaal gebruik en onderhoud van de motor.   De ondernemer is van mening dat hij geen wanprestatie heeft gepleegd en dat hij, meer dan een jaar na dato, niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de schade aan de motor.

Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De consument heeft een gebruikte motor gekocht, waarbij een garantie is verstrekt van drie maanden. Dat een garantie voor een langere termijn zou zijn verstrekt – eventueel mondeling toegezegd – heeft de commissie niet vast kunnen stellen. Evenmin heeft de commissie vast kunnen stellen dat de ondernemer heeft gegarandeerd dat de motor uit bouwjaar 1993 stamt. Nu omtrent de leeftijd van de motor niets schriftelijk is vastgelegd (de motor is in de koopovereenkomst wel geïndividualiseerd door vermelding van het motornummer), is de enkele stelling van de consument dat wel degelijk het bouwjaar 1993 door de ondernemer is gemeld, onvoldoende om dat aannemelijk te achten, omdat de ondernemer dat gemotiveerd heeft betwist.   Wat betreft de problemen die de consument met de motor ondervindt, stelt de commissie voorop dat de consument zijn klacht eerst ongeveer één jaar na aankoop bij de ondernemer heeft gemeld. De door ondernemer verstrekte garantietermijn was toen reeds geruime tijd verstreken. Dat geldt ook voor de wettelijke ‘garantietermijn’ van zes maanden, die voortvloeit uit artikel 7:18 lid 2 BW. Consequentie hiervan is dat het aan de consument is om aan te tonen dat de gebreken aan de motor al bestonden op het moment van aflevering van de motor. De consument is in dat bewijs niet geslaagd. De consument heeft de gebreken eerst na ongeveer één jaar geconstateerd en niet uit te sluiten valt dat deze gebreken in de tussenliggende periode zijn ontstaan door onvoldoende onderhoud (waaronder het niet winterklaar maken van de boot) en/of onoordeelkundig gebruik. Weliswaar heeft de consument gesteld dat hij de motor een jaar lang niet heeft gebruikt, maar de enkele stelling van de consument acht de commissie onvoldoende om dat aannemelijk te achten. Nader bewijs van zijn stelling heeft de consument niet aangeboden.   Op grond van het vorenoverwogene is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 20 mei 2008.