Consument mag kiezen of hij zich wendt tot de burgerlijke rechter of De Geschillencommissie

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Bevoegdheid/ overeenkomst    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bevoegdverklaring   Uitkomst: bevoegd   Referentiecode: 158610/164710

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak is een bevoegdverklaring; het Bindend Advies zal op een latere datum gegeven worden.
Dit geschil vloeit voort uit een gebruiksovereenkomst tussen consument en ondernemer. Hierbij heeft ondernemer zich verplicht een warmtepomp aan consument te verhuren. Ondernemer stelt dat De Geschillencommissie niet bevoegd is en consument niet ontvankelijk verklaard moet worden in zijn klacht. De ondernemer levert warmte aan consument doormiddel van de warmtepomp. De commissie oordeelt dat het van belang is dat ondernemer warmteleverancier is en daarmee onder de Warmtewet valt. In de Warmtewet is opgenomen dat verbruikers hun klachten kunnen voorleggen aan een onafhankelijke geschillencommissie.  De commissie verklaart zich bevoegd om dit geschil te behandelen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Uit de stukken blijkt dat eerst dient te worden vastgesteld of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De Geschillencommissie Energie (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2022 te Utrecht.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
In het onderliggende geschil gaat het om een vergoeding voor onderbreking van de levering van warmte. De commissie dient echter eerst haar bevoegdheid te beoordelen.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Consument heeft een contract met de ondernemer voor de huur van een warmtepomp waarmee warmte en warm tapwater geleverd wordt. De warmtepomp had in de periode van 26-11-2020 t/m 21-02-2021 een storing waardoor hij geen warmte had. Voortkomend uit de Warmtewet en vastgesteld door de ACM heeft de consument recht op een compensatie voor deze storing, echter wil de ondernemer deze compensatie niet betalen.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Conform het geldende Reglement van deze Geschillencommissie wenst de ondernemer zich op de niet ontvankelijkheid ten aanzien van de door de consument ingediende geschilklacht te beroepen. Zoals door de consument op het door hem ingevulde vragenformulier terecht wordt aangegeven, is er tussen de ondernemer en de consument een Gebruiksovereenkomst tot stand gekomen. Deze Gebruiksovereenkomst ziet enkel op de huur van de “EOI”. De EOI wordt vervolgens in de Begrippenlijst van de Gebruiksovereenkomst gedefinieerd als: “De energieopwekkingsinstallatie, zijnde het samenstel van waterpompen, boilervaten, bronnen, leidingen en (andere) toebehoren, welke installatie is aangesloten op de Binnen installatie.”. In artikel 8 (meer specifiek artikel 8 lid 2) van de Gebruiksovereenkomst is tussen partijen het volgende overeengekomen: “Alle geschillen die voortvloeien uit deze Overeenkomst zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter.”. Op basis van de overeengekomen bepaling is de ondernemer de mening toegedaan dat de consument zich met zijn klacht niet tot de juiste instantie heeft gewend en dat de Geschillencommissie consument niet ontvankelijk dient te verklaren. De ondernemer verzoekt de Geschillencommissie de consument niet ontvankelijk te verklaren ten aanzien van de door hem ingediende geschilklacht.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak gaat het eerst om de vraag of deze commissie het geschil kan behandelen, nu in de overeenkomst tussen partijen alleen de (burgerlijke) rechter bevoegd is verklaard.

Artikel 3b lid 1 van de Warmtewet luidt als volgt:
Verbruikers kunnen geschillen die voortvloeien uit een overeenkomst tot levering van warmte, onverminderd de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, voorleggen aan een onafhankelijke geschillencommissie.

Voornoemd artikellid impliceert dat deze commissie naast de burgerlijke rechter bevoegd is indien de Warmtewet van toepassing is.

Voor de vraag of de Warmtewet van toepassing is, is van belang dat de consument met de ondernemer een overeenkomst heeft gesloten betreffende de EOI. Van belang is verder dat het, voor zover in dit geschil relevant, gaat om de verhuur van een individuele waterpomp en de exploitatie van een collectieve bron voor de levering van warmte met een lage temperatuur. Voor het totaal betaalt de consument aan de ondernemer een vast bedrag per maand. Hij betaalt dus niet een aan de levering van de hoeveelheid warmte gerelateerd bedrag.

Cruciaal voor de beoordeling is dat de ondernemer vanuit de door de ondernemer geëxploiteerde bron warmte aan de consument levert. Niet van belang is dat de consument niet afzonderlijk voor de geleverde hoeveelheid warmte betaalt. Daarmee is de ondernemer warmteleverancier en valt de rechtsverhouding tussen partijen onder de Warmtewet. In die situatie is het hiervoor genoemde artikel 3b lid 1 van de Warmtewet van toepassing. De consument kan zich dan, ongeacht wat de tussen partijen gesloten overeenkomst bepaalt, naar keuze wenden tot de burgerlijke rechter of in casu deze geschillencommissie. Nu hij zich tot deze commissie heeft gewend is de commissie bevoegd.

Voor de volledigheid wijst de commissie erop dat zij tot taak heeft (artikel 3 reglement):
“geschillen tussen consument en ondernemer te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot de aansluiting en/of de levering van gas, warmte of elektrische energie en daarmee samenhangende leveringen en diensten.”
Nu er sprake is van een overeenkomst met betrekking tot de aansluiting en/of de levering van warmte, valt onderhavig geschil onder haar taak en is zij dus bevoegd het geschil te beoordelen. Anders dan de ondernemer betoogt, gaat het dan ook niet om de ontvankelijkheid van de consument in zijn klacht.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich bevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich bevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer en de heer H.W. Zuur, leden, op 9 augustus 2022.