Consument niet gebonden aan afspraken ondernemers (B’con issues)

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Switchprocedure    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ENE08-1215

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft correctie op de eindafrekening met betrekking tot de levering van elektriciteit.

De consument heeft in februari 2008 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Hij is in februari 2008 over gestapt naar de ondernemer 2. Hij heeft de meterstanden doorgegeven en kreeg vervolgens van de ondernemer 1 te horen dat de meterstanden niet klopten.
Nadat hij de juiste meterstanden had doorgekregen kreeg hij een rekening van € 1.933,72 die later is verminderd met een bedrag van € 387,12.
De consument heeft bezwaar gemaakt en kreeg van de ondernemer 1 te horen dat hij bij de ondernemer 2 moet zijn voor een correctie op de eindafrekening. De ondernemer 2 zegt dat de consument daarvoor bij de ondernemer 1 moet zijn.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Inmiddels zijn de meterstanden gecorrigeerd door de netbeheerder die de teveel in rekening gebrachte kosten wel heeft betaald aan de consument.

De consument verlangt betaling van een bedrag van € 1.581,60.

Standpunt van de ondernemer 1

Het standpunt van de ondernemer 1 luidt in hoofdzaak als volgt.

Op de betwiste eindafrekening is voor elektriciteit uit gegaan van een eindstand per 1 maart 2008 van 60.474. Volgens de consument moet die meterstand 50.586 zijn. De ondernemer 1 heeft van de netbeheerder bericht gekregen dat de stand in het meetregister is aangepast. Op basis van dat bericht is het netwerkgedeelte gecrediteerd. De ondernemer 2 dient het leveringsdeel te crediteren. De ondernemer 2 staat een onjuiste uitleg voor van de twee B’con Issues HD205E en HD205F.

Ter zitting heeft de ondernemer 1 verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De in de branche afgesproken regels zijn nu eenmaal zo dat de ondernemer 2 het de consument toekomende bedrag dient te betalen als er zoals in dit geval sprake is van het aanpassen van de meterstanden. De vraag of de ondernemer 1 meer betaald heeft gekregen dan hij heeft geleverd is gelet op de tussen energieleveranciers gemaakte afspraken niet relevant. De ondernemer 2 heeft een voordeel doordat de beginstanden van de consument lager zijn en de ondernemer 2 dus meer energie kan verkopen.

Standpunt van de ondernemer 2

Het standpunt van de ondernemer 2 luidt in hoofdzaak als volgt.

Het betwiste verbruik is door hem en niet door de ondernemer 1 geleverd. Hij brengt dit verbruik in rekening bij de consument en de ondernemer 1 dient de consument voor dat bedrag een creditnota te sturen. De ondernemer 1 is de enige energieleverancier die zich in dit soort situaties beroept op de genoemde B’con issues terwijl de andere leveranciers de handelwijze van de ondernemer 2 volgen.

Ter zitting heeft de ondernemer 2 – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Als  de gedachtegang van de ondernemer 1 wordt gevolgd dan wordt de ondernemer 2 dubbel belast; hij heeft geleverd en daarvoor niet betaald gekregen en zou daarbij het desbetreffende bedrag ook nog terug moeten betalen aan de consument terwijl de ondernemer 1 zich in dat scenario ongerechtvaardigd verrijkt. Die heeft immers niet geleverd en wel betaald gekregen.
De B’con issues betreffen afspraken die energieleveranciers onderling hebben gemaakt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de behandeling ter zitting staat onomstotelijk vast dat de consument een bedrag van € 1.581,60 toekomt omdat hij heeft betaald voor een hoeveelheid energie die hem niet is geleverd.
De ondernemer 1 betwist niet dat hem dat bedrag is betaald zonder dat de daarmee samenhangende hoeveelheid energie door hem aan de consument is geleverd, maar beroept zich op tussen de energieleveranciers gemaakte afspraken waaruit zou blijken dat in gevallen als deze de ondernemer 2 het teveel betaalde crediteert op de rekening van de consument.
De ondernemer 2 betwist de uitleg van de ondernemer 1.

De commissie stelt voorop dat zij te oordelen heeft over het conflict tussen de consument en de ondernemer(s). Deze commissie is niet bevoegd te oordelen over een conflict tussen beide ondernemers. De commissie stelt vast dat de B’con issues afspraken behelzen tussen enkele leveranciers en niet is komen vast te staan op welke gronden de consument gebonden is aan deze afspraken. Het is niet aan de commissie om in dit verband te oordelen over de uitleg van genoemde B’con issues waarover tussen de ondernemer 1 en de ondernemer 2 kennelijk verschil van inzicht bestaat.
Wat van de uitleg van bedoelde afspraken ook zij, nu vast staat dat de consument aan de ondernemer 1 geld heeft betaald voor een hoeveelheid energie die niet aan hem is geleverd door de ondernemer 1, dient de ondernemer 1 het teveel betaalde aan de consument terug te betalen. Het is dan vervolgens aan de ondernemer 1 of hij in het kader van de al eerder genoemde afspraken tussen energieleveranciers waarop hij zich beroept de ondernemer 2 aanspreekt voor het uitbetaalde bedrag.
Naar het oordeel van de commissie kan het onder de gegeven omstandigheden niet zo zijn dat de consument de dupe wordt van verschillen van inzicht tussen energieleveranciers als deze.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht tegen de ondernemer 2 is ongegrond.

De klacht tegen de ondernemer 1 is gegrond.

De ondernemer 1 betaalt aan de consument een vergoeding van € 1.581,60.
Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer 1 overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer 1 aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 25,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie en Water op 29 oktober 2008.