Consument vrijgesteld van betaling bij vermeend excessief waterverbruik

  • Home >>
  • Water >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Water    Categorie: Deskundigenonderzoek / Kosten    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 196728/203625

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In dit geschil tussen de consument en de ondernemer draait het om een vermeend excessief waterverbruik. Het standpunt van de consument is dat het gemeten verbruik niet realistisch is, zonder lekkage, en wijst op mogelijk onjuiste werking van de watermeter. De ondernemer stelt dat de meter correct functioneert en verwijst naar een technisch onderzoek waarbij geen gebreken zijn gevonden. De commissie overweegt dat de watermetergegevens bindend zijn, tenzij de meter onjuist functioneert of er fouten zijn gemaakt bij het opnemen of verwerken van de stand. Na grondige overweging concludeert de commissie dat het eenmalig excessief hoge verbruik verklaard kan worden door een te vroeg verspringen van het duizendtal op de meter, iets wat niet ondenkbaar is. Het technisch onderzoek van de watermeter geeft echter geen expliciet bewijs voor deze mogelijke oorzaak. Daarom oordeelt de commissie dat de consument niet verantwoordelijk is voor het in rekening gebrachte verbruik van 1.066m3. De klacht wordt gegrond verklaard, en de consument is niet verplicht het bedrag van de jaarrekening over de betwiste periode te betalen.

De uitspraak?

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft het vraag of in de periode 17 augustus 2021 tot 26 juli 2022 sprake is geweest van een
verbruik van 1.066m3.

De consument heeft het bedrag van € 1729,84 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt
het standpunt op het volgende neer.

Op de factuur wordt een bedrag van 1066 m3 water in rekening gebracht, terwijl de afgelopen jaren steeds
sprake was van een verbruik dat rond 40 m3 lag. Het gemeten verbruik kan onmogelijk het werkelijke
verbruik zijn. Er is geen sprake geweest van enige lekkage. De enige verklaring kan zijn dat het duizendtal
op de meter te vroeg is versprongen.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern
komt het standpunt op het volgende neer.

Op 26 juli 2022 heeft de consument via internet de meterstand doorgegeven. Daaruit volgt dat sprake is
van een in vergelijking met voorgaande jaren onwaarschijnlijk hoog verbruik. Door de consument is een
loodgieter ingeschakeld die aangaf dat sprake was van een kleine lekkage in de binnenleiding welke niet
de moeite was om te dichten. De ondernemer heeft de meteropstelling laten controleren. Volgens de
terugmelding van de controleur ter plaatse kwam de meterstand overeen en was er geen lekkage
waargenomen. Er heeft een meterijking plaatsgevonden waaruit blijkt dat de watermeter goed functioneert.
Op kosten van de ondernemer is de watermeter technisch onderzocht. Uit de uitslag blijkt dat er geen
beschadigingen zijn aangetroffen en dat er sprake was van minimale vervuiling. Een ‘verspringing’ zoals de
consument stelt, lijkt niet aan de orde. Sinds de hoge stand is weer sprake van normaal gebruik.
Hoe vervelend het ook is dat de consument geen oorzaak van het hoge verbruik kan vast stellen, het is niet
aan de ondernemer om dat te verklaren. Het staat vast dat de geregistreerde hoeveelheid drinkwater door
de watermeter is gestroomd en daarmee aan de consument is geleverd. Zeker nu is vastgesteld dat de
watermeter geen gebreken vertoont en verspringing van het telwerk is uitgesloten, ziet de ondernemer
geen aanleiding af te wijken van de geregistreerde gegevens. De consument is daarom betaling van het
haar in rekening gebrachte verbruik verschuldigd.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat vaste regel is dat indien het vaststellen van de omvang van de levering
geschiedt door middel van een watermeter, de hiermee verkregen gegevens bindend zijn voor het
vaststellen van het verbruik tenzij de watermeter niet juist zou hebben gefunctioneerd of bij het opnemen of
verwerken van de meterstand een fout is gemaakt.

Uit de stukken blijkt dat bij de consument geen sprake is geweest van lekkage of een situatie waardoor
water op een andere wijze in haar woning kan zijn weggelekt. Een meterijking heeft plaatsgevonden en
daaruit volgt dat de watermeter goed heeft gefunctioneerd. De geconstateerde afwijking beweegt zich
binnen de toegestane marge (plus vier procent min vier procent) zoals aangegeven in de Algemene
Voorwaarden voor de levering van Drinkwater. De ondernemer heeft een tweede onderzoek laten
plaatsvinden waarbij de watermeter volledig is gedemonteerd. Bij dat onderzoek zijn geen beschadigingen
en slecht minimale vervuiling aangetroffen. Volgens de ondernemer betekent dat dat de meter ook een
tweede keer goed is bevonden en dus goed heeft gefunctioneerd.

Vast staat verder dat de consument weduwe is, een eenpersoonshuishouden voert en gedurende de
onderhavige periode een korte tijd onderdak heeft geboden aan drie Oekraïense vluchtelingen. Verder
verblijft zij naar eigen zeggen op korte periodes na, steeds in de woning. De commissie heeft geen reden
om daar aan te twijfelen. Voorts staat vast dat, afgezien van het excessief hoge verbruik waar het hier om
gaat, sinds 2016 sprake van een consistent waterverbruik van 40-46m3 op jaarbasis. Voorts blijkt dat na
het onderhavige hoge verbruik weer sprake is van normaal gebruik.

Alles overziende kan naar het oordeel van de commissie dit eenmalig excessief hoge verbruik alleen maar
verklaard worden als ervan wordt uitgegaan dat inderdaad sprake is geweest van het te vroeg verspringen
van het duizendtal van het telwerk van de watermeter. Geheel ondenkbaar is dit niet.

Uit het rapport met betrekking tot het technisch onderzoek van de watermeter blijkt niet specifiek en
uitdrukkelijk dat bij dat onderzoek ook deze mogelijke oorzaak expliciet is betrokken en onderzocht.
Volgens ondernemer is daarop wel een uitvraag gedaan maar het rapport vermeld daar niets over.
Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat er geen sprake van is geweest dat daadwerkelijk
1066m3 door de watermeter van consument is gestroomd zodat dit verbruik dan ook niet aan de
consument in rekening gebracht kan worden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Bepaalt dat de consument het bedrag van de jaarrekening over de periode 2021/2022 niet verschuldigd is.
Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de ondernemer een bedrag van € 27,50 aan de
consument te vergoeden ter zake van het klachtrecht.

Met in achtneming van het bovenstaande dient het depotbedrag aan de consument te worden terug
gestort.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit mevrouw mr. E.A.G.M. van Rens,
voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 22 mei 2023.