Cconsument maakte binnen drie dagen geld over om het saldo op te hogen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Openbaar Vervoer    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 121850

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een beëindiging van een abonnement.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument wilde haar abonnement verlengen, enkele dagen vóór de einddatum dd. 12 oktober 2018.

Dat lukte niet in verband met onvoldoende saldo op haar rekening. Toen zij dat bemerkte heeft zij binnen drie dagen en wel op 15 oktober 2018 geld overgemaakt.

De consument kon pas sinds 10 december 2018 weer gebruik maken van haar abonnement.
De consument wil nu dat het abonnement met terugwerkende kracht wordt hersteld. In ieder geval wenst zij vergoeding van het op saldo reizen over de periode 12 oktober 2018 tot 10 december 2018, zijnde € 9,– per dag over 6 werkdagen per week. De consument werkt in de horeca en werkt op afwisselende tijden zes dagen per week.

De ondernemer beweert dat er een blokkade van de bankrekening van de consument was, maar dat is onjuist.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt:

Op 24 september 2019 (lees: 2018) incasseerde de ondernemer € 62,– voor het [naam abonnement vorm] maand abonnement met ingangsdatum 12 september 2018. Op 1 oktober 2018 liet de bank van de consument aan de ondernemer weten dat de incasso mislukt was, omdat de IBAN van de consument was geblokkeerd voor deze machtiging.
Het gebeurde al eerder dat een incasso niet lukte. Bijvoorbeeld de incasso op 24 april 2018.

Omdat er sprake was van een betalingsachterstand is de verlenging van het abonnement met ingang van 13 oktober 2018 niet verwerkt. In de algemene voorwaarden staat dat wanneer een consument een betalingsachterstand heeft het niet mogelijk is andere producten via de ondernemer aan te schaffen.

De consument kan wel een ander abonnement aanschaffen en direct betalen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat het spijtig is dat de ondernemer zich heeft beperkt tot een betrekkelijk summier schriftelijk verweer. Eveneens spijtig is dat de ondernemer niet de moeite heeft genomen op de zitting te verschijnen om het verweer te verduidelijken of aan te vullen.

Ter zitting heeft de consument onweersproken verklaard dat zij in oktober 2018 van de ondernemer een bericht heeft ontvangen waarin haar werd verzocht binnen enkele dagen geld over te maken. Ook staat onweersproken vast dat de consument binnen drie dagen geld heeft overgemaakt om het abonnement te kunnen verlengen. Er stond dus niets in de weg om het abonnement te verlengen, althans zijn er geen of onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel nopen.

Dat betekent dat het abonnement onterecht niet is verlengd, hetgeen ertoe leidt dat, gemeten naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, de consument recht heeft op vergoeding van het op saldo reizen.

Onweersproken is gebleven dat de consument in de periode 12 oktober 2018 tot en met 9 december 2018 wekelijks gedurende zes dagen per week op saldo heeft gereisd.
De berekening luidt als volgt:
8 weken keer 6 dagen per week is 48 keer € 9,– minus twee maanden uitgespaard abonnement ad
€ 62,– maakt € 308,–.

Op grond van het voorgaande oordeelt de commissie dat de klacht gegrond moet worden verklaard en dat de ondernemer aan de consument een bedrag van € 308,– dient te vergoeden.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond.

Verstaat dat de ondernemer aan de consument een bedrag vergoedt van € 308,–;

Verstaat dat de ondernemer tevens het klachtengeld ad € 27,50 aan de consument vergoedt;

Een en ander te betalen binnen een maand na verzending van het bindend advies.

Aldus beslist op 6 maart 2019 door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit
de heer mr. B. Hagendoorn, voorzitter, de heer mr. D. van Setten en de heer mr. P. Rijpstra, leden.