De consument wil niet mee werken aan herstel door ondernemer. Is voor zijn risico.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Herstel    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT08-0020

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de koop van een vaartuig, welke overeenkomst tot stand kwam op 3 december 2005. Levering vond plaats op 19 januari 2006. De koopprijs bedroeg € 90.000,–.   De consument heeft de klachten schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.    Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak en kort samengevat als volgt.   1.  De boot hangt achterover. Doordat het schip achteroverhangt blijft er toch water in de ankerbak staan, roest het anker, schimmelt het ankertouw en loopt er een bruine streep over de romp van roestwater uit het loosgat. Bij verkoop van het schip zal dit achteroverhangen potentiële kopers afschrikken en de consument schat dat met dit gebrek het schip een bedrag van € 10.000,– tot € 15.000,– onder de dagwaarde zonder gebreken oplevert. 2. Waterlijn achter, onder water. De originele waterlijn, de ruimte tussen de waterlijn en de blauwe sierstreep en het deel van de blauwe sierstreep boven de waterlijn welke in het water ligt met aangroeiwerende verf, is overgeschilderd omdat er enkele maanden na oplevering pokken op de gelcoat boven de waterlijn groeiden. Hiervoor heeft de consument in het voorjaar van 2007 € 700,– ontvangen van de leverancier ontvangen. Zolang het schip niet horizontaal wordt getrimd, blijft dit een jaarlijks terugkerende activiteit. 3. Anti-fouling faalt. Er was een forse aangroei van pokken op de saildrive, de schroef, het roer, de bovenkant van het roer, de bulbkiel, de romp onder de waterlijn en de gelcoatrand boven de waterlijn die door het achterover hangen van het schip permanent in het water ligt. De pokken waren ingevreten in de gelcoat en de gelcoat beschadigde bij het verwijderen. Er was sprake van een forse aangroei waardoor de openingen voor het koelwater op de saildrive met schelpen verstopt raakten en met het risico van motorschade. Het meest kwalijke is dat door eventuele motoruitval gevaarlijk situaties kunnen ontstaan. 4. Boot ligt scheef door het gewicht van de accu’s. 5. Achter flap kuiptent sluit niet en doorvoer buiskap loopt tegen val. 6. Deuren ‘ribbelen’. 7. Brandstofmeter heeft vocht aan binnenzijde en roest aan buitenzijde. 8. Boorgruis in stuurmechanisme. Dit kunstofboorgruis is bij inbouw van de apparatuur in de stuurstand niet opgeruimd en komt tussen de tandwielen wat storingen op kan leveren. 9. Ketting stuurautomaat staat slap. 10. Niet uitgeharde verf binnenzijde. 11. Verouderde kaartplotter software geleverd. 12. Ratelend geluid van de motor wanneer deze warm is en stationair draait. 13. Warmwaterslangen onbetrouwbaar. Deze slangen zijn niet bestand tegen de hoge temperatuur uit de boiler en kunnen spontaan falen, waardoor de inhoud van de watertank in het schip leegloopt.   De commissie verwijst verder kortheidshalve naar de door de consument overgelegde stukken.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument zal niet meewerken aan herstel op de werf in [het buitenland]. De consument heeft er geen vertrouwen in; er is geen garantie dat de door de ondernemer aangeboden oplossing werkt. Als het schip al recht komt te liggen, is er geen garantie dat de vaareigenschappen niet verslechteren. Een plan van aanpak heeft de consument nooit gehad. De consument heeft een nieuw schip gekocht en de problemen zijn nu nog steeds niet opgelost. De consument wenst een schadevergoeding en desnoods herstel van de overige gebreken onder toezicht van de consument in Nederland. Daarna zal hij het schip verkopen.   De consument verlangt een vergoeding van in totaal € 14.000,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer is het niet eens met de probleemstellingen en de aangevoerde oplossingen van de consument. Toch wil hij graag uit de ontstane impasse komen en stelt het volgende voor.   Omdat naar zowel de mening van de fabrikant alsook de mening van de ondernemer het merendeel van de problemen het gevolg zijn van elkaar, wil de fabrikant de boot graag in [het buitenland] op de werf zien. Dan kan worden vastgesteld wat precies het probleem is en kunnen alle andere problemen in één keer opgelost worden. Het achterover hangen van de boot, de sierstrip, de antifouling en het opzijhangen hebben allemaal met elkaar te maken en dienen door de fabrikant te worden geïnspecteerd. Op deze wijze is er sprake van een eventuele oplossing die door de fabrikant wordt ondersteund en nog veel belangrijker, gegarandeerd onder de daarvoor geldende eisen en normen waaraan de boot dient te voldoen. Daarnaast zijn de volgende geschillen ook voor de verantwoordelijkheid van de fabrikant. Zonder deze als probleem te willen definiëren, wil de fabrikant deze graag onderzoeken en indien noodzakelijk oplossen: deuren, brandstofmeter, boorgruis, kettingstuurautomaat en grijze verf.   Blijft over: achterflap kuiptent en het kaartje van de software. De tent kan worden hersteld door de kappenmaker wanneer de boot op de werf in [het buitenland] staat. Op het moment van leveren heeft de ondernemer de software geleverd die op dat moment als meest actueel voorhanden was van de leverancier.   De kosten voor transport naar en van de werf in [het buitenland] zijn voor de leverancier.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De boot hangt iets meer achterover dan bij de meeste andere van dit type. Achteraf is gebleken dat bij een aantal boten, waaronder die van de consument, de kiel iets teveel naar achter is geplaatst. Herstel, ook van andere punten, is mogelijk en biedt de ondernemer (en fabrikant) ook aan. Wellicht is de communicatie niet altijd goed gegaan, maar de ondernemer wilt de problemen nu graag oplossen.   Als alternatieve schadevergoeding biedt de ondernemer € 3.000,– in totaal aan. De kosten voor vervoer naar [het buitenland] (inclusief afmasten) bedragen ongeveer € 2.000,–.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   1) Bij de boeg was zichtbaar dat de boot achterover getrimd te water lag. Bij de boeg “tilde” de antifouling waterlijn circa 8 cm boven de werkelijke waterlijn. Het achterschip lag dieper te water dan de oorspronkelijk aangebrachte anti-fouling lijn. De ondernemer beaamde dat de boot achterover lag en dat de meest voor de hand liggende wijze van correctie hiervan bestond uit het naar voren verplaatsen van de kiel, na nauwkeurige berekening en metingen door de ontwerpers van de boot. Andere opties, zoals het verplaatsen van gewichten naar het voorschip, zijn naar de mening van de ondernemer de minder goede oplossingen waarmee de deskundigen het eens is. De werf heeft aangeboden het verplaatsen van de kiel uit te willen voeren. Zonder verdere berekeningen te maken, schat de deskundige in dat de noodzakelijke verplaatsing naar voren van de kiel om de boot weer recht getrimd te krijgen eerder 9,1 cm dan 91 cm zal zijn. De deskundige schat de kosten in op tenminste € 10.000,–. 2) Waterlijn achterschip. Deze klacht zal zijn opgeheven als de langstrim door middel van het verplaatsen van de kiel is gecorrigeerd. 3) Anti-fouling. Om reden dat de boot te water lag en dat de consument in mei 2008 de boot van een andere soort anti-fouling heeft voorzien, heeft ondergetekende niets vast kunnen stellen. Desgevraagd werden foto’s per e-mail toegezonden die naar zeggen van de consument gemaakt zijn in 2006. Op deze foto’s is een behoorlijk aangroei zichtbaar op zowel het onderwaterschip, de saildrive, het roer en de kiel. Het is ondergetekende bekend dat het Veerse meer brakwater heeft en dat dit aandacht vraagt van de te gebruiken anti-fouling. Was de op de foto’s getoonde aangroei al na een paar maanden na oplevering aanwezig, dit is niet wat te verwachten was. Een anti-fouling behandeling kost € 600,–. Dit dient jaarlijks maar minimaal eenmaal in de twee jaar te geschieden als zijnde normaal onderhoud. 4) Bij het onderzoek helde de boot een weinig naar stuurboord. Gegeven eerdere ervaringen zou dit, naar zeggen van de ondernemer, gecorrigeerd kunnen worden door het verplaatsen van de accu’s van stuurboord naar bakboordzijde. Wel dient opgemerkt te worden, dat de lichte helling op de dag van inspectie is waargenomen met de watertank aan bakboordzijde leeg. In hoeverre het vullen van deze tank al een deel van deze helling opheft, zal eerst proefsgewijs onderzocht moeten worden. Daarnaast zal, zo dit wordt uitgevoerd, het verplaatsen van de kiel invloed gaan uitoefenen op de trim van de boot en derhalve dient ook de dwarsscheepse trim, in de metingen en herberekening van de ligging van de boot, met halfvolle tanks meegenomen dienen te worden. 5) De achterflap aansluiting van de aansluittent voor de kuip week van de spiegelrand, waardoor hemelwater in de kuip kon lopen. Om dit te voorkomen dient de achterflap groter gemaakt en voorzien te worden van bevestigingen aan de boven/buitenkant van de spiegelrand. Daarnaast loopt het doorvoeroog aan bakboordzijde aan de voorzijde van de buiskap, tegen een val, die daardoor heen gevoerd wordt vanuit de kuip naar voren. De kosten schat de deskundige in op circa € 400,– inclusief BTW. 6) Binnendeuren geribbeld oppervlak. Door middel van strijklicht en voelen zijn verticale ribbels waarneembaar in de drie houten deuren van de boot. De fabrikant heeft de ondernemer laten weten, dat de betreffende deuren in basis van massief verlijmde houten delen zijn gemaakt en als afwerking worden gefineerd. Door klimaatinvloeden werkende de massieve delen en ontstaan de waargenomen ribbels. Deze verklaring is naar de mening van de deskundige juist. Wel dient opgemerkt te worden dat het hier niet een constructief maar een esthetisch gebrek betreft. Kosten van het vervangen van de deur schat ondergetekende in op € 1.200,– inclusief BTW. 7) Bij het onderzoek trof ondergetekende geen vocht aan onder het glas van de brandstofmeter. Wel vertoonde een deel van de stalen kast roest alwaar de conservering was verdwenen. De betreffende meter, gemonteerd op de stuurstand, was niet van [het merk]. De kosten voor het plaatsen van een nieuwe brandstofmeter- afleesklok schat de deskundige in op € 300,– inclusief BTW. 8) In het stuurmechanisme, onder de stuurstand en in de onderliggende bak, lag polyester zaag/boorslijpsel. Dit kan eenvoudig verwijderd worden door onder andere het wegneembare plafond in de achterkajuit te verwijderen, om zodoende volledig toegang te krijgen tot de ruimte waar het slijpsel werd aangetroffen. 9) Met name de ketting bakboordzijde stond te slap. De spanner ervan is door het luik bovendeks in de stuurstand niet bereikbaar. Om deze te spannen moet het wegneembaar plafonddeel in de achterkajuit verwijderd worden, waarna toegang is tot de betreffende kettingspanner. Herstel van 8) en 9) schat de deskundige in op 4 uur werk à € 50,– is € 200,- inclusief BTW. 10) De blijkbaar niet uitgeharde verf is hersteld in opdracht en op kosten van de ondernemer. Daarbij is gemorst op onder andere de buiskap en de brandblusser, is er wat slordig gewerkt en is er kleurverschil waarneembaar op de plaatsen waar het herstel heeft plaatsgevonden. De herstelwerkzaamheden waren uitgevoerd in de bakskist, van de kuip aan stuurboordzijde en onder de kooien in het voorschip. Herstel schat de deskundige in op 8 uur werk à € 50,– en € 100,– aan materialen. 11) Volgens de ondernemer was de nieuwe software voor 2006 in april beschikbaar hetgeen ongeveer gelijktijdig is met de uitgifte van de ieder jaar door [de dienst] aanpaste en uitgegeven waterkaarten. 12) Ratelend geluid van de motor. Dit kon niet door de deskundige vastgesteld worden daar de voortstuwingsinstallatie nog “winterklaar” was en nog niet voor gebruik gereed gemaakt was. 13) Warmwaterslangen onbetrouwbaar. Ook dit kon niet door de deskundige vastgesteld worden, daar de boot winterklaar was. Wanneer de slangen niet voldoen, dan zijn de arbeidskosten 6 uur à € 50,– en € 100,– aan materiaalkosten.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De belangrijkste klacht van de consument betreft het achteroverhangen van het vaartuig. De ondernemer heeft deze klacht feitelijk erkend en aangeboden deze op de werf van de fabrikant in [het buitenland] op te lossen. Ter zitting heeft de ondernemer aangegeven dat de kiel in de productiefase teveel naar achteren is geplaatst, hetgeen het achteroverhangen verklaart. Op werf van de fabrikant in [het buitenland] kan de kiel op de juiste plaats gezet worden. De commissie acht de foutieve plaatsing van de kiel een plausibel verklaring voor het achterover hangen van de boot. Het aanbod van de ondernemer om deze fout ongedaan te maken op de werf van de fabrikant, die bekend staat als een gerenommeerd bedrijf, acht de commissie redelijk, temeer daar het aanbod inhoudt dat een aantal andere klachten eveneens opgelost wordt. Gezien het aanbod van de ondernemer en gezien de uit de van toepassing zijnde [branche]-voorwaarden voortvloeiende verplichting om de ondernemer eerst in de gelegenheid te stellen om voor herstel zorg te dragen, ziet de commissie geen aanleiding om de vordering van de consument om een vervangende schadevergoeding toe te kennen, te honoreren. De ondernemer heeft de klacht over het achteroverhangen van het schip weliswaar niet meteen voortvarend opgepakt en daarover is wellicht ook niet altijd voldoende gecommuniceerd, doch dat acht de commissie onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Hetzelfde geldt voor het bij de consument ontbrekende vertrouwen in de door de ondernemer voorgestelde oplossing. Het ontbrekende vertrouwen is niet gebaseerd op objectieve feiten. De oplossing wordt tenslotte gedragen en uitgevoerd door de fabrikant en ontwerper van de boot zelf.   De consument heeft ter zitting uitdrukkelijk te kennen gegeven niet mee te zullen werken aan herstel van zijn schip op de werf in [het buitenland]. Daarom wordt het niet zinvol geacht om dit bindend aan partijen op te leggen. Het niet meewerken aan het redelijke aanbod van de ondernemer is echter voor risico van de consument, hetgeen in dit geval betekent dat de door de consument verlangde vervangende schavergoeding niet wordt toegekend. Wel acht de commissie het redelijk dat de ondernemer de besparing die het niet behoeven uitvoeren van zijn aanbod met zich meebrengt, vergoedt aan de consument. Op basis van het verhandelde ter zitting stelt de commissie deze besparing naar redelijkheid en billijkheid vast op een bedrag van € 2.380,– inclusief BTW. In dat bedrag is een vergoeding voor de waterlijn en het scheefliggen inbegrepen, daar dit tegelijkertijd door de werf [in het buitenland] zou worden opgelost. Een vergoeding voor de anti-fouling is daarin niet begrepen. Op het moment van levering van de boot was er vanwege (EU-)regelgeving geen voldoende effectieve anti-fouling voor zout water beschikbaar. Een extra laag niet koperhoudende anti-fouling zou ook niet of nauwelijks een betere aangroeiwering hebben opgeleverd. De ondernemer valt daarom geen verwijt te maken. Overigens is koperhoudende anti-fouling inmiddels wel weer toegestaan.   Betreffende de overige gebreken volgt de commissie de bevindingen van de deskundige. Daaruit volgt dat de klachten over de kuiptent, de geribbelde binnendeuren, de brandstofmeter die roest vertoont, het boorgruis in het stuurmechanisme, de niet strak staande ketting van de stuurautomaat en de niet uitgeharde verf aan de binnenzijde gegrond zijn. De commissie acht het niet zinvol om deze klachten wel door de ondernemer te laten herstellen. De commissie zal daarom een vervangende schadevergoeding aan de ondernemer opleggen. Voor de hoogte van de schadevergoeding zal de commissie het deskundigenrapport volgen. De schadevergoeding bedraagt zodoende € 2.800,– inclusief BTW. De klacht over de software wordt onder verwijzing naar het deskundigenrapport afgewezen. Hetzelfde geldt voor de klacht over de warmwaterslangen. Uit het rapport volgt niet dat deze op dit moment niet voldoen. Dat dit anders zou zijn, is door de consument onvoldoende onderbouwd. De enkele melding van problemen door andere eigenaren van dit type boot volstaat niet. Omdat de klacht over het ratelende geluid van de motor binnen de garantieperiode bij de ondernemer is gemeld, gaat de commissie ervan uit dat de ondernemer deze onder zijn verantwoordelijkheid oplost.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 5.180,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 150,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 2 juni 2009.