De klacht vloeit niet voort uit de behandelingsovereenkomst met het ziekenhuis, maar uit het beleid van het ziekenhuis om bij het niet verschijnen op een afspraak een standaard bedrag in rekening te brengen. Deze klacht kan niet door de commissie worden behandeld

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: (Niet) Ontvankelijkheid    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 122782

De uitspraak:

In het geschil tussen

[Klaagster], wonende te [plaats], gemachtigde: [naam], en HagaZiekenhuis, gevestigd te Den Haag, (verder te noemen het ziekenhuis).

Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij wege van bindend advies door de Geschillencommissie Ziekenhuizen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Op 21 maart 2019 heeft buiten aanwezigheid van partijen de behandeling plaatsgevonden door de commissie. Partijen zijn niet opgeroepen om ter zitting te verschijnen, omdat eerst moet worden vastgesteld of klaagster ontvankelijk is in haar klacht.

Onderwerp van het geschil

De klacht betreft declaraties van het ziekenhuis wegens het niet verschijnen op een aantal afspraken.

Standpunt van klaagster

Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, in het bijzonder het vragenformulier dat de klaagster op 31 januari 2019 aan de commissie heeft gezonden.
In de kern komt het standpunt van klaagster op het volgende neer.

In de periode van juli 2018 tot januari 2019 is klaagster drie maal onterecht gevraagd een rekening van € 45,– te betalen voor het niet verschijnen op een afspraak. Alle  keren bleek het te gaan om een fout van het ziekenhuis. Klaagster heeft hierdoor grote last ondervonden, zowel psychisch als fysiek. Het ziekenhuis doet geen enkele moeite zich te verontschuldigen of schade te vergoeden.

Klaagster voelt zich aangetast in haar rechten als burger en heeft veel energie moeten stoppen in het afhandelen van deze foutieve handelswijze van het ziekenhuis.
De door haar geleden schade is niet in geld uit te drukken. Het gaat hier om psychische schade vanwege het tot driemaal toe onterecht te zijn beboet, waarbij zelfs wordt gedreigd met een deurwaarder door de financiële afhandelaar van het ziekenhuis.
Zij wil dat het ziekenhuis hiervoor op de vingers wordt getikt, zodat er niet nog meer mensen de dupe worden van deze praktijken. Niet iedereen is zo alert en in staat om een klacht in te dienen over de onterechte betalingen. Zo wordt burgers onterecht geld uit de zak geklopt.

Standpunt van het ziekenhuis

Bij brief van 6 maart 2019 heeft het ziekenhuis aangegeven dat klaagster op 10 december 2018 niet is verschenen op een afspraak op de poli diëtetiek en op 12 juni 2018 en 28 augustus 2018 niet is verschenen op afspraken op de poli longgeneeskunde zonder reden van afzegging.
Het ziekenhuis heeft na ontvangst van de bewaarschriften van klaagster tegen de facturen vanwege het niet verschijnen op een afspraak uit coulance deze facturen ingetrokken.

Beoordeling ten aanzien van de ontvankelijkheid

De commissie overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 3,  lid 1, van het reglement van de commissie heeft de commissie tot taak alle geschillen tussen cliënt en ziekenhuis te beslechten voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van gesloten behandelingsovereenkomsten.
De commissie verklaart de cliënt in zijn klacht ambtshalve niet-ontvankelijk indien hij geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de commissie (artikel 5. 1., onder e, van het reglement).

De commissie is van oordeel dat het geschil dat klaagster aan de commissie heeft voorgelegd niet voortkomt uit de behandelingsovereenkomst die klaagster met het ziekenhuis heeft gesloten, maar voortkomt uit het beleid van het ziekenhuis om bij het niet verschijnen op een afspraak een standaard bedrag van € 45,– in rekening te brengen. Het gaat hier om een beleidsbeslissing van het ziekenhuis. Gelet op het bepaalde in artikel 3, lid 1, van het reglement, valt het niet binnen de taakomschrijving van de commissie om daarover een oordeel te geven.

Voorts is de commissie van oordeel dat klaagster geen belang meer heeft bij de behandeling van dit geschil nu het ziekenhuis de facturen waarover wordt geklaagd heeft ingetrokken.

De commissie verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht.

Beslissing

De commissie verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus beslist op 21 maart 2019 door de Geschillencommissie Ziekenhuizen, bestaande uit
de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer dr. R.C. Zwart en de heer mr. P.O.H. Gevaerts, leden, waarbij mevrouw mr. W. Hartong van Ark als plaatsvervangend secretaris fungeerde.