De ondernemer blijkt geen CBW-lid te zijn, hoewel hij wel gebruik maakt van de CBW-voorwaarden.

  • Home >>
  • Wonen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Wonen    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WON-D01-0092

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil vloeit voort uit een in maart 2000 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst tot het leveren en leggen van een houten vloer tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van f 9.352,50. De levering en de overeengekomen werkzaamheden vonden plaats in april 2000.   De consument legde de klacht in april 2000 voor aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De houten vloer ligt niet overal vlak en zweeft. De afwerkplinten zouden opnieuw gelegd worden. Sommige delen van de vloer trekken bol.   De consument verlangt, zoals ter zitting nader toegelicht en geformuleerd, een schadevergoeding om herstelwerkzaamheden te kunnen doen uitvoeren.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Wij zijn bereid de klacht overeenkomstig het advies van de deskundige op te lossen. De consument kocht de vloer bij een bedrijf met een eigen inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel dat niet is aangesloten bij de Centrale Branchevereniging Wonen (CBW).   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld:   De vloer is niet vakkundig gelegd en dit uit zich in de volgende problemen en klachten. Hoewel de vloer nu al 3x is vrij gezaagd ligt hij op diverse plaatsen nog steeds klem tegen de muren en voor het keuken blok heeft de consument de vloer al zelf een keer extra vrij gemaakt daar de pootjes van de keuken weggedrukt werden. De parketvloer heeft op diverse plaatsen bol gestaan maar na de laatste herstel poging heeft de vloer zich hersteld en is weer vlak komen te liggen. De geplaatste randafwerking is ronduit slordig, de afdeklatten zijn niet of slecht in het verstek gezaagd en de afdeklatten laten los of zijn in het geheel nog niet geplaatst.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel NoordWest-Holland drijft de ondernemer sinds 1 oktober 1999 een eenmanszaak onder de handelsna(a)m(en) [handelsnaam].   Het bedrijf van de ondernemer is gevestigd op een adres waar voorheen een of meer Sian-vennootschappen waren gevestigd, die zijn aangesloten bij de CBW en (ook) handelen onder een [naam ondernemer]. Vanwege de vermelding van die Sian-vennootschappen op de CBW-ledenlijst is het geschil aanvankelijk in behandeling genomen tegen een Sian-vennootschap. Thans bevestigt de CBW echter de juistheid van het ondernemersstandpunt dat de onderhavige ondernemer niet is aangesloten bij de CBW en deelt de CBW mee de ledenlijst alsnog aan te passen.   Niet is gesteld of gebleken dat die foutieve inbehandelingneming en tenaamstelling in de correspondentie door de commissie bij de ondernemer enige onzekerheid of onduidelijkheid heeft doen ontstaan omtrent de verwerende of gedaagde partij. Waar de ondernemer zich van meet af aan in deze procedure stelde en verweerde, was het voor de ondernemer derhalve van meet af aan duidelijk dat de klacht tegen hemzelf was gericht en is de ondernemer daardoor geenszins in zijn belangen geschaad.   Blijkens de “kooporder” kwam in maart 2000 tussen partijen een overeenkomst tot stand. Reeds omdat de ondernemer niet is aan te merken als ondernemer in de zin van het Reglement Geschillencommissie Wonen (reglement), is de commissie niet bevoegd te oordelen over het onderhavige geschil. Artikel 1 van het reglement bepaalt immers dat onder ondernemer wordt verstaan: de deelnemer aan de Stichting Garantieregelingen Centrale Branchevereniging Wonen dan wel de ondernemer die zich bij de stichting voor de behandeling van geschillen door de commissie heeft laten registreren. Vast staat dat de ondernemer daaraan op het moment van het sluiten van de overeenkomst niet voldeed.   Dat de ondernemer op de “kooporder” verwees naar de Algemene Voorwaarden van de Centrale bond van Woninginrichters versie 365/76 (algemene voorwaarden) en zich blijkens de stukken ook overigens kennelijk ten onrechte bedient van (oude) Sian-papieren, is mogelijk tegenover de consument en tegenover de Sian-vennootschappen niet zonder rechtsgevolgen. Dergelijke handelingen of gedragingen waarbij onder meer ten onrechte wordt voorgewend of gesuggereerd CBW-lid te zijn of aangesloten te zijn bij de onderhavige geschillenregeling, kunnen er echter niet toe leiden dat de commissie daardoor toch bevoegd wordt om van het geschil kennis te nemen.   Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.   Beslissing   De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Wonen, op 10 september 2001.