De opgetreden motorschade is niet te wijten aan een gebruikersfout maar is te wijten aan de constructie van de motor. Kosten van vervanging van de motor zijn voor rekening ondernemer.

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Non conformiteit    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 107929 -2017

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 22 juli 2014 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een Volkswagen Touran tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 13.945,–.

De levering vond plaats op of omstreeks 25 juli 2014.

De consument heeft in mei 2016 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

In juli 2014 heb ik voor een bedrag van € 13.945,– een Volkswagen Touran van de ondernemer gekocht. De kilometerstand van de auto was op dat moment 71.121 km. In de week van 20 mei 2016 begon de motor van de auto in te houden. De kilometerstand van onze auto was op dat moment 98.283 km. In eerste instantie werd gedacht dat het inhouden met de versnellingsbak te maken had, maar dat bleek niet het geval. Na overleg tussen de ondernemer en een aantal collega garagehouders werd besloten de auto voor nader onderzoek over te brengen naar een bedrijf dat zich onder andere heeft gespecialiseerd in het reinigen van motoren. Tijdens onderzoek aldaar werd geconstateerd dat de motor ongeoorloofde mankementen vertoonde. Alle cilinderwanden waren beschadigd /gekrast en de motor bleek zwaar verontreinigd. Advies was het motorblok te vervangen. Volgens dit gespecialiseerde bedrijf was dit een regelmatig voorkomend probleem bij dit type Volkswagen.
Vervolgens heeft de ondernemer een revisiemotor aangeschaft en ingebouwd in mijn auto. Hiervoor heeft de ondernemer mij bij factuur d.d. 9 augustus 2016 € 4.752,06 in rekening gebracht, welk bedrag ik aan hem het voldaan. Het oude blok is zoals gebruikelijk retour gegaan.
Tijdens het contact met mijn rechtsbijstandverzekering werd mij duidelijk dat de ondernemer
aansprakelijk diende te worden gesteld voor de kosten van het vervangen van de motor omdat hier sprake is van non-conformiteit. Ik denk dan ook dat compensatie van de kosten op zijn plaats is. Met betrekking tot de onderhoudshistorie merk ik nog het volgende op. Volgens het onderhoudsboekje is de auto tot aan het moment dat de auto in mijn bezit kwam steeds in onderhoud geweest bij een Volkswagendealer en heeft de auto alle servicebeurten op tijd gehad. Sinds ik de auto in mijn bezit heb, is de auto steeds in onderhoud geweest bij de ondernemer en heeft hij alle onderhoudsbeurten op tijd gehad.

De consument verlangt € 4.752,06 van de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 22 juli 2014 heeft de consument een Volkswagen Touran 1.4 TSI bij mij gekocht. Twee jaar na aankoop richtte de consument zich tot mij met een klacht over de motor. De motor zou inhouden en stotteren. Daarop heb ik, geheel uit coulance, de auto nader laten onderzoeken. Hieruit bleek dat de motor vervuild was door koolafzetting in de inlaat en kooldeeltjes schade aan de cilinderwand hadden veroorzaakt. In overleg met de consument is besloten om een gereviseerde motor te plaatsen. Op 18 juni 2016 heb ik hiervan de factuur naar de consument gestuurd. Deze heeft de consument direct, en zonder op- en/of aanmerkingen, voldaan. Nu achteraf meent de consument aanspraak te kunnen maken op terugbetaling van de gemaakte kosten op basis van vermeende non-conformiteit.
Ik betreur dat de consument problemen heeft ondervonden aan zijn auto, maar betwist uitdrukkelijk aansprakelijk te zijn voor de opgetreden motorschade en de kosten die dat voor de consument met zich mee heeft gebracht. Ook ben ik van mening niet gehouden te zijn tot enig herstel en wel om de navolgende reden. Ik bestrijd namelijk dat het mankement (zo blijkt dat het er was) gezien kan worden als een gebrek in de zin van artikel 7:17 en 7:18 BW dat bovendien reeds ten tijde van levering (latent) aanwezig was (kortweg, er is geen sprake van non-conformiteit).
Het betrof hier een tweedehands product dat ten tijde van koop en levering meer dan 8 jaar oud was. Vanaf aankoop heeft de consument 29.000 km gereden (aankoop 71.121 km op teller, werkplaatsfactuur cliënte d.d. 18 juni 2016 98.283 op de teller). Toen de consument het mankement
constateerde en mij hierover informeerde, was hij al meer dan 2 jaar eigenaar en gebruiker van de auto, was de garantietermijn al ruimschoots verstreken (6 maanden BOVAG) en had de consument er inmiddels al meer dan 29.000 km extra mee gereden. Daarnaast ben ik nimmer in gebreke gesteld alvorens de reparatie plaatsvond. In overleg hebben partijen besloten om de motor te reviseren. De consument heeft de factuur daarvan vervolgens direct voldaan! Een auto is een gebruiksvoorwerp dat aan slijtage onderhevig is. Een mankement kan verschillende oorzaken hebben. Als het bewijs van non-conformiteit niet geleverd wordt of kan worden, moet het ervoor worden gehouden dat de oorzaak van het euvel extern gelegen is. De bewijslast daaromtrent ligt bij de consument. Dit is geenszins aangetoond en daarom verwerp ik dan ook elke aansprakelijkheid.
Gelet op het voorgaande verzoek ik de commissie dan ook de klacht van de consument af te wijzen en voor zover van toepassing te gebieden mijn kosten uit hoofde van onderhavige procedure te vergoeden.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

In juni 2016 is de motor stukgelopen en vervangen door een revisiemotor bij kilometerstand 98.283. Omdat in 2016 de motor reeds was vervangen waren er geen oude onderdelen meer aanwezig, de oude motor moest in verband met statiegeld geretourneerd worden. Wel kan het volgende worden opgemerkt. Zoals in de autowereld bekend is hebben de TSI motoren een slechte reputatie. Om aan de emissie-eisen te voldoen worden de motoren gebouwd om op een zeer arm brandstofmengsel te lopen. Dit wordt ook bereikt door het gewicht van de motor zo laag mogelijk te houden en het toepassen van een EGR-klep. Bij dit type motor wordt gebruik gemaakt van zuigers met een zeer geringe hoogte en worden olieschraapveren gebruikt met een minimale dikte. Het gevolg hiervan is dat de olieboringen in deze olieschraapveren dermate klein zijn dat deze dicht slibben met koolresten, hetgeen ten koste gaat van de smering tussen zuigers en cilinderwanden. De auto van de consument is bovendien voorzien van een automatische DSG transmissie, waardoor de transmissie doorschakelt bij zeer lage toerentallen. Tijdens het rijden met hogere toerentallen zal een deel van de koolresten reeds verbranden. Resumerend stel ik dan ook dat het stuk lopen van de motor is ontstaan ten gevolge van een gebrekkige smering ten gevolge van koolafzettingen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Kern van het onderhavige geschil betreft naar het oordeel van de commissie de vraag of de auto van de consument gezien diens klachten niet aan de eisen voldoet die hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.

De commissie merkt allereerst op dat tussen partijen niet ter discussie staat dat de auto van de consument alle onderhoudsbeurten op tijd heeft gehad. Voorts is niet gesteld of gebleken dat de in juni 2016 opgetreden motorschade die heeft geleid tot vervanging van de motor te wijten is aan een gebruikersfout van de consument. De commissie maakt uit de dossierstukken en dan met name uit het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige en de brief van het bedrijf [naam bedrijf] op dat de schade die heeft geleid tot het vervangen van de motor wel te wijten is aan de constructie van de motor. In het licht van het voorgaande en in het licht van de wijze waarop de commissie andere auto’s in het maatschappelijk verkeer ziet functioneren, behoefde de consument de opgetreden motorschade niet te verwachten bij een kilometerstand van 98.283 km. Dat de auto ten tijde van levering reeds meer dan acht jaar oud was en de consument vanaf het moment van levering reeds 29.000 km met de auto had gereden, doet er niet aan af.

De commissie is dan ook van oordeel dat de auto die de consument van de ondernemer heeft gekocht vanwege de motorschade die zich in juni 2016 heeft geopenbaard niet de eigenschappen bezit die de consument op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. In het licht van het voorgaande had de consument recht op kosteloos herstel en is de consument daarom thans gerechtigd het door hem betaalde bedrag van € 4.752,06 als onverschuldigd betaald terug te vorderen van de ondernemer. Dat de consument de ondernemer voorafgaand aan de door de ondernemer uitgevoerde vervanging van de motor niet in gebreke heeft gesteld, doet daar niets aan af.

Wellicht ten overvloede merkt de commissie nog op dat er ten gevolge van het monteren van een gereviseerde motor in plaats van een vervangende motor in de auto van de consument geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking aan de zijde van de consument. Gezien de problemen met het type motor waarvan de auto van de consument is voorzien zijn er namelijk geen of nauwelijks gebruikte motoren voorhanden, zo is de commissie uit eigen wetenschap bekend. Revisie biedt bovendien de mogelijkheid om een modificatie aan te brengen (hetgeen in casu ook geschied is), waardoor voorkomen kan worden dat het gebrek waarmee het betreffende type motor standaard is behept zich opnieuw door middel van het optreden van motorschade openbaart.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 4.752,06.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 600,–.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 10 maart 2017.