Defensiebelang weegt zwaarder dan individuele wens om medische gegevens te verwijderen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Defensie Geneeskundige Zorg    Categorie: Medisch dossier    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 107045/132318

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt heeft aan de Verantwoordelijk Militair Arts (VMA) gevraagd om delen van zijn medisch dossier te vernietigen. De VMA heeft dit verzoek afgewezen. De cliënt vindt dit vervelend omdat nu onjuiste gegevens bij zijn commandant terecht kunnen komen. De zorgaanbieder stelt dat de VMA steeds in staat moet zijn een inzetbaarheidsadvies te geven over de krijgsmacht als geheel. Daarvoor moet de VMA alle informatie hebben en wordt het individuele belang afgewogen tegen het defensiebelang. In dit geval vindt de zorgaanbieder dat het defensiebelang zwaarder weegt en is daarom het verzoek tot vernietiging afgewezen. De commissie oordeelt dat militair geneeskundige dossiers pas vernietigd mogen worden 100 jaar na de geboortedatum van de militair. Omdat de delen die de cliënt verwijderd wil hebben betrekking hebben op zijn mentale gezondheid en dit gevolgen heeft voor zijn inzetbaarheid, heeft de zorgaanbieder het verzoek afgewezen. Het defensiebelang weegt hierin zwaarder dan het individuele belang van de cliënt. De klacht is ongegrond. Wel geeft de commissie aan dat de militair geneeskundige dienst de gegevens niet mag delen met het SMT en dat Dde cliënt de mogelijkheid heeft om zijn dossier aan te vullen met een eigen verklaring over de, volgens hem onjuiste, delen.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Cliënt], wonende te [woonplaats]

en

de Militair Geneeskundige Dienst, optredend namens
de Minister van Defensie, zetelende te ‘s-Gravenhage
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Defensie Geneeskundige Zorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 16 februari 2022 te Zwolle.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Onderwerp van het geschil
De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de weigering van het verzoek van de cliënt gegevens uit zijn medische dossier te vernietigen.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt heeft aan de Verantwoordelijk Militair Arts – de ‘huisarts’ voor militairen – verzocht delen van zijn medisch dossier te vernietigen. De VMA heeft dat verzoek afgewezen. De cliënt vindt het vervelend dat zijn medische dossier onjuiste gegevens bevat, omdat die gegevens bij zijn commandant terecht kunnen komen.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder heeft toegelicht dat haar wettelijke taak zich niet beperkt tot het verlenen van geneeskundige zorg aan militairen. De arts moet steeds in staat zijn een weloverwogen inzetbaarheidsadvies te kunnen geven over de krijgsmacht als geheel. Daarom wordt het belang van de individuele militair om vernietiging van medische gegevens altijd afgewogen tegen het defensiebelang. Zo is ook het verzoek van de cliënt beoordeeld. Naar de mening van de zorgaanbieder weegt het defensiebelang zwaarder en is het verzoek om vernietiging van de gegevens terecht afgewezen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De geneeskundige zorg aan militairen.

Aan de ambtenaar in werkelijke (militaire) dienst wordt gezondheidszorg verleend door de militair geneeskundige dienst. Anders dan bij de civiele gezondheidszorg heeft de militair daarin geen keuze. Er kunnen zelfs situaties bestaan waarin de militair verplicht is zich te ‘onderwerpen’ en zijn medewerking te verlenen aan de militair geneeskundige dienst. Dit is wettelijk zo geregeld (in artikel 12h van de Wet Ambtenaren Defensie).

De rol van de militair geneeskundige dienst is in die zin anders, dat zij enerzijds een zorgverlener is maar anderzijds ook de rol van bedrijfsarts vervult. Dat betekent dat de militair geneeskundige dienst in staat moet zijn een oordeel te geven over de inzetbaarheid van de militairen. De krijgsmacht heeft behoefte aan inzicht in de inzetbaarheid van de militair, zowel voor een veilige inzet van het individu als van de eenheid waartoe hij behoort. Uiteraard is het ook in het belang van de militair zelf om te weten of een eventuele aandoening kan leiden tot verdere gezondheidsschade of disfunctioneren.

Bovendien mogen militair geneeskundige dossiers pas worden vernietigd 100 jaar na de geboortedatum van de militair.

Het verzoek van de cliënt en de afwijzing daarvan.
De cliënt heeft op 23 november 2020 aan de praktijkmanager verzocht zijn medisch dossier betreffende de periode de datum van indiensttreding tot 1 januari 2020 te vernietigen. Naar aanleiding van een persoonlijk gesprek heeft de cliënt zijn verzoek beperkt tot vernietiging van alle MGGZ-gerelateerde gegevens. De achtergrond van zijn verzoek heeft te maken met de verschillen in diagnoses die zijn gesteld door de MGGZ en een civiele GGZ. Daarbij heeft de cliënt de vrees voor een etiket. Het hebben van een etiket kan snel bij een commandant bekend worden.

De luitenant-kolonel arts heeft het verzoek per e-mail van 25 januari 2021 afgewezen. Die afwijzing heeft de arts als volgt gemotiveerd: ‘Voor het beoordelen van uw inzetbaarheid in de toekomst is deze informatie van wezenlijk belang. Het risico op herhaling van soortgelijke psychische klachten is niet denkbeeldig. Ook is er sprake van gebruik van psychofarmaca op voorschrift, wat in de nabije toekomst niet gestaakt zal worden’.

De beoordeling door de commissie.
De cliënt heeft aan zijn klacht ten grondslag gelegd dat hij met de afwijzing van zijn verzoek door de VMA niet eens is, omdat de gegevens bij de specialist beschikbaar blijven. Hij stemt er wel mee in dat zijn huidige medicijngebruik opgenomen blijft, alleen het historische medicijngebruik wenst de cliënt verwijderd te hebben uit zijn dossier. In het verweerschrift en ter zitting heeft de zorgaanbieder echter toegelicht welke belangen defensie heeft bij het intact houden van het medische dossier. Naar het oordeel van de commissie wegen die belangen zwaarder dan het belang van de cliënt. Enerzijds speelt daarbij een rol dat het huidige medicijngebruik een indicatie geeft welke achtergrond de cliënt heeft. In zoverre schiet de cliënt met verwijdering van zijn gegevens weinig op. Anderzijds weegt de commissie mee dat sprake is van psychiatrische diagnoses, die op verschillende momenten door verschillende psychiaters zijn gesteld. Ter zitting heeft de arts toegelicht dat sprake is geweest van een ‘ernstig voorval’ in het verleden. In het geval de cliënt op uitzending moet, bestaat er een risico dat psychiatrische klachten acuut worden. Daarop moet alert worden gereageerd en daarvoor zijn ook de gegevens uit het verleden van belang. Het opvragen van de gegevens bij specialisten is dan een te omslachtige route en brengt het risico mee dat niet op het juiste moment de juiste informatie beschikbaar is voor de VMA bij de beoordeling van de inzetbaarheid.

Mogelijke oplossingen.
Ter zitting heeft de commissie twee mogelijke oplossingen aan de orde gesteld. Op de eerste plaats heeft de militair geneeskundige dienst een duidelijke instructie dat zij de medische gegevens niet mag delen in het SMT. Zou dat wel aan de orde zijn, dan is sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

En op de tweede plaats heeft de commissie de cliënt erop gewezen dat hij zijn dossier mag aanvullen met een eigen verklaring inzake de gegevens die volgens hem onjuist zijn. Een volgende arts kan met die aanvulling rekening houden.

De slotsom.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de cliënt verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Defensie Geneeskundige Zorg, bestaande uit mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, dr. R. van der Meer, dr. A.J. van Leusden, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 16 februari 2022.