Distributiekettingbreuk geen non-conformiteit volgens garantie- en wettelijke termijnen

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Non conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 227408/235726

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De uitspraak betreft een geschil tussen een consument en een ondernemer over een auto waarbij de distributieketting voortijdig is gebroken. De consument stelt dat dit een geval van non-conformiteit is en eist herstel of vergoeding van de kosten. De auto werd gekocht in september 2020 en de distributieketting brak in november 2022 bij een kilometerstand van ongeveer 153.000, ondanks regelmatig onderhoud volgens voorschriften. De ondernemer heeft aangeboden de motor te vervangen tegen betaling, maar de consument vond dit onaanvaardbaar. De deskundige constateerde dat de ketting gebroken was en wees op mogelijke verhoogde slijtage door rijgedrag. De commissie concludeerde dat het euvel buiten garantie- en wettelijke termijnen viel, en niet aantoonbaar was dat de distributieketting ondeugdelijk was bij aankoop. Daarom wees de commissie de eis van de consument af.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Onderwerp van het geschil betreft het antwoord op de vraag of de ondernemer op grond van non-conformiteit van de door hem aan de consument geleverde auto gehouden is tot nakoming van het door de
consument verlangde.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt
het standpunt op het volgende neer.

Op 22 september 2020 heeft de consument voor een bedrag van € 7.300,- een tweedehands Opel Combo
bij de ondernemer gekocht. Op dat moment bedroeg de kilometerstand van de auto 116.501.
Vanaf de aankoop heeft de consument de auto jaarlijks laten onderhouden door [naam Opel-dealer]. De laatste onderhoudsbeurt heeft plaatsgevonden op 1 september 2022.

Op 30 november 2022 is de consument bij een kilometerstand van ongeveer 153.000 stil komen te staan
met motorproblemen. Kort daarna is door [naam Opel-dealer] vastgesteld dat de distributieketting is gebroken.
De ondernemer heeft vervolgens aangeboden voor C 5.000,- een nieuwe motor in de auto te zetten, maar
hier kon de consument zich niet in vinden. Op 27 december 2022 is de ondernemer namens haar
aangeschreven met de sommatie om over te gaan tot kosteloos herstel, omdat de auto niet aan de
overeenkomst beantwoordt. De distributieketting is immers voortijdig gebroken. Hierbij is verwezen naar
twee uitspraken van uw commissie, waarin is vastgesteld dat de distributieketting de volledige levensduur
van de auto moet meegaan. De ondernemer heeft daarop echter aansprakelijkheid afgewezen.
Omdat de vertegenwoordiger van consument ermee bekend was dat er een zaak bij uw commissie
aanhangig was waarin onder meer de levensduur van de distributieketting centraal stond, is de uitspraak in
deze zaak vervolgens afgewacht. Uiteindelijk is op 9 mei 2023 in deze zaak beslist. In deze beslissing
wordt (voor dat geval) teruggekomen op de eerdere uitspraken met betrekking tot de levensduur van de
distributieketting. In plaats van de volledige levensduur van de auto, wordt in deze zaak een levensduur
van 10 jaar aangenomen. Ook deze levensduur was in onderhavig geval echter nog lang niet verstreken.
Op het moment dat de distributieketting van de auto van de consument brak, was de auto namelijk pas
ongeveer 8 jaar oud. Naar aanleiding van deze uitspraak is ervoor gekozen de ondernemer nog eenmaal
de gelegenheid te bieden om over te gaan tot kosteloos herstel. Op 1 juni 2023 is de gemachtigde van de
ondernemer hiertoe dan ook aangeschreven. Echter, wederom heeft de ondernemer aansprakelijkheid
afgewezen.

Doordat in deze reactie kosteloos herstel opnieuw van de hand werd gewezen, ziet de consument zich
genoodzaakt om uw commissie in te schakelen.

Samenvattend draait deze kwestie om een voortijdig gebroken distributieketting. Deze distributieketting is
bij een leeftijd van ongeveer 8 jaar en een kilometerstand van ongeveer 153.000 gebroken, terwijl de
consument de auto altijd conform de voorschriften heeft laten onderhouden. Dit heeft gelet op de hiervoor
aangehaalde beslissingen van uw commissie tot gevolg dat sprake is van non-conformiteit. Of de normale
levensduur van de distributieketting nu de volledige levensduur van de auto of 10 jaar is, de ketting is te
vroeg gebroken. Dit terwijl de consument haar auto altijd periodiek heeft laten onderhouden door een
BOVAG-garage. Dit heeft tot gevolg dat sprake is van non-conformiteit. Immers, of de ketting nu slecht is
onderhouden voor de aankoop van de auto, of de ketting al vanuit de fabriek zwak was, dit komt voor
rekening van de ondernemer.

Op grond van het voorgaande verzoekt de consument:
Primair;
de ondernemer te veroordelen om binnen 21 dagen na datum uitspraak de kosten voor het herstel te
vergoeden;
subsidiair;
de ondernemer te veroordelen om binnen 21 dagen na datum uitspraak de waardevermindering van de
auto die als gevolg van het breken van de distributieketting en de daardoor veroorzaakte gevolgschade op
dat moment is ontstaan te vergoeden;
meer subsidiair;

de ondernemer te veroordelen om binnen 21 dagen na datum uitspraak kosteloos de distributieketting te
vervangen en de schade als gevolg van het breken van de distributieketting te herstellen.

Naar aanleiding van het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige merkt de consument
nog het volgende op. Voorafgaand aan het breken van de ketting is haar nooit opgevallen dat de
distributieketting aan het rammelen was. Ook bij de laatste onderhoudsbeurt, die ongeveer 3,5 maand voor
het stilvallen van de auto heeft plaatsgevonden, is dit niet opgemerkt, terwijl [naam Opel-dealer] de auto ook met
koude motor heeft horen starten. Zie hiervoor de email van [naam Opel-dealer] waarin dit wordt bevestigd. De
consument heeft dan ook nooit een indicatie gehad, waaruit afgeleid had moeten worden dat de
distributieketting aan vervanging toe was.

De consument had ook geen rekening met vervanging van de distributieketting hoeven houden. Zoals door
de deskundige is vastgesteld, heeft het onderhoud vanaf de aankoop door de consument tijdig
plaatsgevonden en gaat het om een zogenaamde long-life ketting waarvoor geen vervangingsinterval van
toepassing is. Als de distributieketting al op een zeker moment preventief vervangen had moeten worden,
waar de consument ten tijde van de aankoop met het oog op het ontbreken van een vervangingsinterval en
de op dat ogenblik door uw commissie gedane, al in mijn eerdere brieven aangehaalde, uitspraken
redelijkerwijs niet op had hoeven rekenen, had de consument in ieder geval nog niet hoeven verwachten
dat de distributieketting nu al vervangen had moeten worden.

Ook als een distributieketting, zoals de deskundige stelt, niet meer de volledige levensduur van een motor
hoeft mee te gaan, bijvoorbeeld vanwege het nieuwe rijden of het geregeld in een file staan, had de
consument immers zeker niet hoeven verwachten dat de distributieketting al bij een kilometerstand van
ongeveer 150.000 kapot zou gaan. Redelijkerwijs had immers van de auto verwacht mogen worden dat hij
een veelvoud van dit kilometeraantal mee zou gaan. Voor dergelijke bestelbusjes wordt immers
aangenomen dat die 300.000 tot 500.000 kilometer mee zou moeten gaan.

Hoewel het zeker voorstelbaar is dat het lastig is om een exact kilometeraantal of een exacte leeftijd voor
het vervangen van een distributieketting vast te stellen, zal dit dan ook in ieder geval een stuk meer dan
ongeveer 150.000 kilometer of ongeveer 8 jaar moeten zijn. Als dit anders was geweest, had hier immers
wel een vervangingsinterval voor van toepassing geweest. Voor distributieriemen is die vervangingsinterval
er namelijk ook voor bijvoorbeeld 120.000 kilometer. Ook uw commissie heeft hier in een beslissing van 9
mei vorig jaar wel degelijk een vervangingsinterval voor kunnen vaststellen. Uw commissie oordeelde
hierbij dat de distributieketting een levensduur van 10 jaar zou moeten hebben. Deze termijn was ten tijde
van het breken van de distributieketting nog lang niet verstreken. Ook bij toepassing van deze beslissing
had de distributieketting van de auto van cliënt dan ook nog niet moeten breken.

Gelet op het voorgaande is ook de op een na laatste zin van het vaktechnisch oordeel van de deskundige
niet te volgen, althans wordt dit onvoldoende onderbouwd. Hoewel gerust kan worden aangenomen dat de
distributieketting geen acuut gebrek vertoonde ten tijde van de levering, omdat anders inderdaad geen
ongeveer 38.000 kilometer gereden had kunnen worden, zegt dit nog niets over de algehele kwaliteit van
de distributieketting en daarmee over de conditie. De algehele kwaliteit kan immers nog steeds zodanig
slecht zijn dat de ketting eerder knapt dan verwacht had hoeven worden, ook als dat wel een behoorlijke
tijd na de aankoop is. Laat deze situatie zich nu precies voordoen.

Gelet op het voorgaande moet dan ook worden geconcludeerd dat de distributieketting eerder is geknapt
dan de consument redelijkerwijs had hoeven verwachten, terwijl het onderhoud vanaf de aankoop altijd
tijdig heeft plaatsgevonden, waardoor de vorderingen van de consument moeten worden toegewezen.
Mocht uw commissie deze conclusie niet delen, dan lijkt in ieder geval nader onderzoek naar de oorzaak
van het breken van de distributieketting noodzakelijk, te meer daar de consument zich geen gerammel uit
de motor kan herinneren en er bij de laatste onderhoudsbeurt geen gerammel te horen was.

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop voor zover nodig hieronder bij de beoordeling
van het geschil zal worden ingegaan.

Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang,
het volgende vastgesteld.

Op 18 september 2020 kocht de consument bovenomschreven voertuig bij de ondernemer. Het voertuig
had toen 116.501 kilometer gepresteerd. Op 30 november 2022 bij kilometerstand 154.473 is de auto
stilgevallen. Het voertuig werd gerepatrieerd naar [naam Opel-dealer] en daar constateerde men
dat de distributieketting gebroken was.

Onderzoek
Het onderzoek vond plaats op 12 januari 2024 bij [naam Opel-dealer] in het bijzijn van de
consument, de ondernemer en ondergetekende.

Duidelijk zichtbaar is dat het voertuig vanaf 30 november 2022 buiten heeft gestaan.
Na het openen van de motorkap constateerde de deskundige dat er ongedierte onder de motorkap bezig
zijn geweest. Tevens is zichtbaar dat er niets aan de motor is gedemonteerd.

Daar de accu geen spanning meer had heeft de deskundige een startbooster aangesloten en later nog een
startaccu. Toen was de kilometerstand af te lezen.

Vervolgens startte de deskundige de motor en constateerde dat de motor los was en vrij kon ronddraaien,
echter hij sloeg niet aan. Tijdens het ronddraaien van de motor was er geen metallisch contact hoorbaar.
In gesloten toestand van de motor kon de deskundige niet vaststellen wat er exact defect is.

Vervolgens werd via de OBD-poort het motormanagement uitgelezen en een totale scan gemaakt. Hieruit
blijkt dat er geen brandstofdruk is wat impliceert dat de brandstofpomp niet wordt aangedreven. Hieruit blijkt
dat er een defect is in de distributie en met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de
distributieketting is gebroken.

Gelet op het feit dat de motor gesloten was heeft de deskundige de distributieketting, de spanner en de
tandwielen niet kunnen inspecteren/beoordelen.

Vaktechnisch oordeel
Het voertuig is uitgevoerd met een distributieketting, waar geen vervangingsinterval op van toepassing is.
Men noemt dit ook wel een long-life ketting.

Dit impliceert echter niet dat elke ketting een motorleven lang meegaat, aan alles komt helaas een eind.
Door het gebruik van het voertuig, bijvoorbeeld het ‘nieuwe rijden’ of in de file staan enzovoort is de
belasting op de ketting zeer hoog. Er wordt dan kortstondig aan de ketting getrokken, wat een verhoogde
slijtage tot gevolg heeft.

De levensduur van de ketting kan niet worden uitgedrukt in kilometers of jaren.
Zodra een ketting begint te rammelen moet deze vervangen worden.
Daarnaast zijn er nog meerdere oorzaken voor een defect aan de distributieketting, namelijk de spanner en
de tandwielen.

Voor de deskundige staat vast dat de ketting bij aankoop van het voertuig in goede conditie was, immers
dan had het voertuig geen bijna 38.000 kilometer kunnen presteren. Om de exacte oorzaak vast te stellen
zullen er diverse delen van de motor gedemonteerd moeten worden.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie neemt de bevindingen en conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare.
Voorts stelt de commissie voorop dat een vaste lijn in haar uitspraken en in uitspraken van de
overheidsrechter met betrekking tot klachten over distributiekettingen (nog) niet kan niet worden
vastgesteld, omdat de problematiek daarvoor (nog) te casuïstisch is. Gelet daarop geldt het uitgangspunt
dat bij het breken van een distributieketting na een overeengekomen garantieperiode en/of na het
verstrijken van de in artikel 7:18 lid 2 genoemde termijn (waarvan in casus sprake is) het in beginsel op de
weg van de consument ligt om voldoende aannemelijk te maken dat het breken van de distributieketting te
wijten is aan feiten en/of omstandigheden die de consument niet op grond van de koopovereenkomst
behoefde te verwachten. Het enkele feit dat een distributieketting, zoals zich in het onderhavige geval laat
aanzien, meer dan twee jaar na levering en nadat er bijna 38.000 met de auto is gereden bij een
kilometerstand van 154.473 km breekt – ook al is de auto na levering regulier onderhouden – is niet
voldoende om non-conformiteit aan te nemen.

Aldus is het optreden van het euvel voor eigen verantwoordelijkheid van de consument geweest waar het
buiten de genoemde termijnen heeft plaatsgevonden, nu niet zonder meer kan worden gezegd dat de
consument dit bij deze leeftijd van de auto en kilometerstand niet heeft mogen verwachten.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers,
voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse, de heer mr. A. van Aldijk, leden, op 5 maart 2024.