Door ondernemer gehanteerd beding in strijd met algemene voorwaarden brancheorganisatie en wettelijke bepalingen

  • Home >>
  • Thuiswinkel >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 114668

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een overeenkomst, die de consument op of omstreeks 13 november 2017 met de ondernemer heeft willen sluiten.

Het geschil gaat over de betaalmogelijkheden die de ondernemer biedt en de daaruit voortvloeiende verplichting van de consument om de volledige koopprijs vooruit te betalen.

De consument heeft op 14 november 2017 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer biedt aan de consument niet de mogelijkheid om op een andere wijze te betalen dan via een bankoverschrijving. Daarbij dient het volledige bedrag vooruit betaald te worden.

Het is echter niet toegestaan om voor meer dan 50% van het aankoopbedrag vooruitbetaling te vragen.

Bovendien mag de ondernemer niet slechts één, door de ondernemer te bepalen, wijze van betaling aanbieden.

De consument verlangt dat de ondernemer verplicht wordt naast vooruitbetaling via een bankoverschrijving tenminste één andere betaalmethode mogelijk te maken en daarnaast een compensatie voor de ergernis en de moeite ten bedrage van € 500,–.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Bij een bestelling krijgt de consument alleen de mogelijkheid om vooraf te betalen. Op grond van artikel 3 lid 1 van de algemene voorwaarden van de ondernemer is dat toegestaan. De ondernemer bekijkt per bestelling welke betaalwijzen mogelijk zijn. Als betaling op rekening of met een creditcard niet mogelijk is kan de consument gebruik maken van één van de andere betaalmogelijkheden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft geprobeerd via internet een koopovereenkomst tot stand te brengen met de ondernemer. Daarbij staat niet ter discussie dat de consument daarbij niet handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf en deze dus heeft gesloten als consument. Er is daarom sprake van een (voorgenomen) consumentenkoop en koop op afstand in de zin van artikel 7:5 en 6:230g lid 1 onder c en e BW.

Tussen partijen is voorts niet in geschil dat de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden vallen onder het begrip algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 sub a BW.

Bij het tot stand brengen van de overeenkomst is de consument, anders dan voorheen bij eerdere overeenkomsten tussen partijen, geconfronteerd met de eis dat het volledige te betalen bedrag vooraf per bankoverschrijving betaald diende te worden. De ondernemer heeft daarbij verwezen naar artikel 3 lid 1 van haar algemene voorwaarden, die toestaan dat deze wijze van betalen verlangd wordt. De ondernemer stelt geen invloed te hebben op de aan te bieden betaalwijzen, omdat de aan te bieden wijzen van betaling door een geautomatiseerd systeem worden vastgesteld op grond van tevoren vastgestelde criteria. De vertegenwoordigers van de ondernemer waarmee de consument contact had hebben aangegeven geen invloed te hebben op de criteria en/of de uitkomst van het systeem.

Volgens de consument is een vooruitbetaling van de volledige koopprijs in strijd met de wet en dient de ondernemer een andere wijze van betaling mogelijk te maken, bijvoorbeeld via IDEAL of per creditcard.

Artikel 7:26 lid 2 BW bepaalt met betrekking tot koopovereenkomsten:
De betaling moet geschieden ten tijde en ter plaatse van de aflevering. Bij een consumentenkoop kan de koper tot vooruitbetaling van ten hoogste de helft van de koopprijs worden verplicht.

De door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden zijn voor zover de ondernemer op grond van die voorwaarden volledige vooruitbetaling van de koopprijs kan verlangen naar het oordeel van de commissie in strijd met het bepaalde in artikel 7:26 BW. De uitkomst van de toepassing van het beding resulteert immers in een verplichting, niet van een vrije keuzemogelijkheid. Van enig alternatief dat wel voldoet aan het bepaalde in artikel 7:26 lid 2 BW is niet gebleken.

Artikel 7:6 BW bepaalt:
1 Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken en kunnen de rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent, niet worden beperkt of uitgesloten.
2 Lid 1 is niet van toepassing op de artikelen 12, 13, eerste en tweede zin, 26 en 35, doch bedingen in algemene voorwaarden waarbij ten nadele van de koper wordt afgeweken van die artikelen, worden als onredelijk bezwarend aangemerkt.
3 (…)

Het beding in artikel 3 lid 1 van de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden wordt door de commissie met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:6 lid 2 BW dan ook aangemerkt als een onredelijk bezwarend beding in de zin van artikel 6:233 onder a BW.
De commissie is voorts van oordeel dat het door de ondernemer gehanteerde beding in strijd is met de artikelen 15 en 19 van de Algemene Voorwaarden Thuiswinkel van Nederlandse Thuiswinkel Organisatie.

De commissie merkt overigens terzijde op dat ook de door de consument verlangde betaalmogelijkheid via IDEAL slechts als een volledige vooruitbetaling kan worden aangemerkt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

De ondernemer dient de consument de mogelijkheid te bieden om een overeenkomst te sluiten zonder dat daarbij als voorwaarde een volledige vooruitbetaling van de koopprijs verlangd kan worden.

De consument verlangt een schadevergoeding voor de aan deze zaak gespendeerde tijd en als morele schadevergoeding, een totaalbedrag van € 500,–. De commissie is van oordeel dat de gevorderde schade in het geheel niet is onderbouwd en zal deze daarom afwijzen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie stelt vast dat artikel 3 lid 1 van de door de ondernemer gehanteerde algemene voorwaarden als onredelijk bezwarend beding aangemerkt moet worden.

De ondernemer dient de consument in de gelegenheid te stellen een koopovereenkomst tot stand te brengen, zonder dat daarbij volledige betaling van de koopprijs vooraf bedongen wordt.

De door consument gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel op 23 februari 2018.