Eindresultaat onvoldoende ; gedeeltelijke ontbinding ten aanzien van meerwerk gerechtvaardigd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Klussenbedrijven    Categorie: Prijs    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: KLU04-0071

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 27 juni 2004 totstandgekomen overeenkomst.   De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het doen van metsel- en voegwerkzaamheden tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 5.500,–. De werkzaamheden zijn verricht op of omstreeks 18 september 2004.   De consument heeft een bedrag van € 470,47 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd. De consument heeft op 20 september 2004 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik ben niet gehouden de meerwerkfactuur ad € 470,47 te voldoen. Er is namelijk geen opdracht gegeven tot meerwerk. Dit omdat het herstel van tekortkomingen betrof, waarvan de kosten voor rekening van de ondernemer moeten blijven.   Ik heb de volgende klachten: er zijn beschadigingen overgebleven na het uitkappen van de voegen; ik ben niet tevreden over het voegwerk; de rollaag zit iets scheef en is zeer slecht gevoegd; de meerwerkfactuur ad € 470,47 is niet verschuldigd.   Ik verlang geen herstel vanwege de ingrijpendheid van de herstelwerkzaamheden. Omdat jaren tegen de muur aangekeken moet worden verlang ik wel een schadevergoeding. Het is jammer dat de deskundige geen begroting van de schade heeft gemaakt.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Ik blijf bij wat ik heb aangevoerd. We wensen dus geen nakoming/herstel maar een schadevergoeding, die mijn inziens moet worden bepaald op € 750,–. Daarnaast verlang ik dat de commissie bepaalt dat op de meerwerkfaktuur niet hoeft te worden betaald.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Het resultaat van de werkzaamheden voldoet aan de daaraan te stellen eisen, dit ook omdat de ondernemer de werkzaamheden heeft moeten uitvoeren bij warm weer.   De beschadigingen veroorzaakt door uitkappen, zijn gering. De consument heeft bovendien meegeholpen aan dat uitkappen. Ik heb het werk niet achtergelaten zoals het is gefotografeerd. De waarheid zou achterhaald moeten worden.   Het in rekening gebrachte meerwerk is terecht. Na het optreden van kleurverschil, is afgesproken dat de consument de arbeidsuren zou vergoeden en zou helpen met de werkzaamheden. Naar aanleiding van het rapport van de deskundige wil ik het volgende opmerken. Dit is de eerste keer dat ik klachten heb over dit voegzand dat ik al sedert 1997 gebruik. De deskundige oordeelt terecht dat de klacht over het voegwerk nauwelijks is te zien. Ter oplossing van het geschil ben ik bereid de meerwerknota te laten schieten. Daarbij zou het dan moeten blijven.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport en zijn aanvullend briefrapport van 6 april 2005, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Partijen waren aanwezig bij mijn bezoek ter plaatse.   De muur is met een te fijne voegspecie afgevoegd en in diverse hoeken van de stenen niet geheel vol gevoegd. De muur is verder strak en recht. De geconstateerde gebreken zijn onopvallend en bijna niet te zien. Herstel is technisch mogelijk door de voegen van de gehele muur uit te kappen en de gehele muur opnieuw te voegen. Let wel, tijdens het uitkappen van de bestaande voegen kunnen er nog meer stenen worden beschadigd. Mijn advies om extra beschadigingen te voorkomen, is om de muur te laten zoals die is.   Voor een berekening van de herstelkosten is het volgende van belang: de muur is circa 28 meter lang en circa 0,7 meter hoog. De geschatte arbeidskosten en kosten materiaal bedragen circa € 24,–exclusief BTW per vierkante meter.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Anders dan de deskundige, is de commissie van oordeel dat het eindresultaat (na herstelwerk) nog niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Het op de foto’s goed zichtbare vlekkerige kleurverschil van de voegen springt naar het oordeel van de commissie in het oog. Verder is her en der sprake van ondeugdelijk – immers niet geheel vol – voegwerk. Naar het oordeel van de commissie is de ondernemer onverkort verantwoordelijk gebleven voor het eindresultaat. Uit niets blijkt dat daarover anders is afgesproken. De omstandigheid dat de consument op onderdelen bij het doen van herstelwerkzaamheden heeft meegeholpen, maakt niet dat hierover anders moet worden geoordeeld.   Voor de stelling van de ondernemer dat de consument een deel van de tekortkomingen aan zichzelf heeft te wijten c.q. de tekortkomingen voor risico moeten komen van de consument, is door de commissie geen steun gevonden in het dossier, zodat die stelling moet worden verworpen.   De qua omvang en ernst overigens meevallende onvolkomenheden rechtvaardigen naar het oordeel van de commissie wel degelijk een gedeeltelijke ontbinding van de gemaakte afspraken in die zin dat de consument van de aanneemsom moet worden terugbetaald € 470,–. Daar staat dan tegenover dat de ondernemer is ontheven van de verplichting om meer en ander herstelwerk te doen. De commissie vraagt hier aan toe dat de begroting van dat bedrag van € 470,– geheel losstaat van de hoogte van de meerwerk factuur.   Voor wat betreft de meerwerk factuur van 25 november 2004 oordeelt de commissie als volgt. Het daarin aangeduide bedrag van € 58,– exclusief BTW voor “Afbreken deel muur en reparatie op uw verzoek”, is de consument terecht en met reden in rekening gebracht. De consument heeft daarvoor opdracht gegeven, zoals ter zitting nog eens is herhaald. Dit betekent dat de consument hiervoor gehouden is aan de ondernemer te betalen € 69,02 inclusief 19% BTW.   Voor wat middels die factuur verder in rekening is gebracht, geldt dat niet is komen vast te staan dat die werkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van een (nieuwe) opdracht van de consument. Het betreft hier immers steeds werkzaamheden die vallen onder de noemer van herstel/reparatie van het resultaat van de eerder opgedragen werkzaamheden. De ondernemer was gehouden die herstel- c.q. nakomingwerkzaamheden te doen op basis van de eerder gemaakte afspraak met de consument. De kosten van herstel komen dan ook voor rekening en risico van de ondernemer en mogen niet de consument in rekening worden gebracht.   De slotsom is dat door de consument grotendeels terecht is geklaagd en dat in na te melden zin moet worden beslist. Op basis van het reglement van deze commissie is de ondernemer tevens gehouden om het klachtengeld te voldoen aan de consument.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De overeenkomst van partijen wordt om reden als voormeld gedeeltelijk ontbonden verklaard, en wel in die zin dat de consument alsnog gedeeltelijk wordt ontheven van de verplichting tot betaling van een deel van de aanneemsom groot € 470,–. De ondernemer is bij wijze van ongedaanmaking gehouden dit bedrag aan de consument terug te betalen. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.   Bepaalt in dat verband tevens dat de ondernemer is ontheven van de verplichting om meer en ander herstelwerk te doen.   Bepaalt voorts dat de consument op basis van de factuur van 25 november 2004 slechts gehouden is aan de ondernemer te betalen € 69,02 (inclusief 19% BTW).   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 45,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 470,47 geheel terugbetaald aan de consument. Aldus wordt (terug)betaald: € 401,45 (te weten € 470,47 minus het in beginsel aan de ondernemer toekomende bedrag van € 69,02); € 45,– wegens aan de consument toekomend klachtengeld, en € 24,02 (als aanbetaling op het door de ondernemer aan de consument te betalen bedrag van € 470,–) zodat door de ondernemer aan de consument resteert te betalen: € 445,98.   Wijst af hetgeen door de ondernemer en de consument meer of anders is verzocht.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Klussen- en Vloerenbedrijven op 27 mei 2005.