Energiekosten op camping moeten per jaar berekend worden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 202586/206286

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Dit geschil betreft het tussen partijen afrekenen van energiekosten als onderdeel van de jaarlijkse servicekosten. Consument had met de eigenaar van de camping afspraken gemaakt omtrent energiekosten, nadat zij zonnepanelen had geïnstalleerd. Er is een nieuwe eigenaar van de camping en die verrekent de kosten per kwartaal in plaats van per jaar. Consument vindt dat zij op deze manier teveel betaald en dat de kosten niet op deze manier berekend moeten worden. Tijdens de zitting geeft ondernemer aan dat hij de kosten jaarlijks gaat berekenen in plaats van per kwartaal. De klacht wordt gegrond verklaard.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Recreatie (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2023 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Ter zitting werd de ondernemer vertegenwoordigd door de heer [naam].

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft het tussen partijen afrekenen van energiekosten als onderdeel van de jaarlijkse servicekosten.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

In oktober 2016 heb ik na goed overleg met de beheerder van de camping zonnepanelen op het chalet laten plaatsen. Hierbij is gekeken of het elektriciteitsnet dat aan kon en zijn afspraken gemaakt over het gebruik. Het chalet beschikt over een analoge meter die terugdraait. De terug levering levert geen problemen op.

Verder zijn afspraken gemaakt over de verrekening van de kosten. De afrekening vond aan het einde van het seizoen in september plaats.
De afspraak was dat indien ik meer terug zou hebben geleverd dan verbruikt, deze kosten niet worden terugbetaald, maar dat de nieuwe meterstand aan het begin van het seizoen gelijk zou zijn als die van het vorige seizoen. Hierdoor had ik de gelegenheid om de te veel teruggeveerde energie in het nieuwe seizoen te consumeren. Het is tot nu toe nog niet voorgekomen dat ik meer energie heb teruggeleverd dan ik heb verbruikt.

In 2017 is de camping overgenomen door een nieuwe eigenaar. De voorwaarden voor de levering zijn niet aangepast. Door de energiecrisis is de ondernemer overgegaan tot verrekening per kwartaal in plaats van per jaar. Dit betekent dat ik in de wintermaanden met weinig opbrengst de verbruikte energie moet betalen en in de zomermaanden voor de te veel teruggeveerde energie gecompenseerd moet worden met dezelfde kosten als het tarief voor de levering.

De ondernemer brengt echter wel de verbruikte energie in rekening, maar weigert de teruggeveerde energie te vergoeden. Dit is onrechtvaardig en gaat in tegen de uitspraak van de Geschillencommissie Energie.

Verder ligt er een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep tegen camping ‘Het Nederlands Nationaal Naturistenterrein (N.N.T.) B.V.’ , zaaknummer 200.259.332/01
Dit betreft een vergelijkbare klacht.

Het hof is duidelijk in deze uitspraak:

“3.5.4. Het hof leidt uit het voorgaande af dat de salderingsregeling aldus dient te worden toegepast dat als een bepaald bedrag per afgenomen kWh in rekening wordt gebracht, (‘precies’) dat zelfde bedrag ook moet worden vergoed per teruggeleverd kWh. Dat betekent dat als NNT per verbruikt kWh € 0,27 in rekening brengt, zij ook € 0,27 per teruggeleverd kWh moet vergoeden. In zoverre slaagt in ieder geval grief 2 van [appellanten]

3.5.5. Voor zover een aanbieder de ‘vaste kosten’ in rekening brengt per kWh (zoals NNT tot op heden doet door per kWh een all-in tarief van € 0.27 per kWh in rekening te brengen) dan betekent dat dat de kleingebruikers van een aansluiting, die evenveel gebruiken als via duurzaam opgewekte energie terugleveren, inderdaad niet meebetalen aan de kosten van aanleg en onderhoud van het net; immers wat aan hen via het all-in tarief aan vaste kosten in rekening wordt gebracht, krijgen zij na saldering op de in rov. 3.5.4. bedoelde wijze weer vergoed. Dat is dan de consequentie van de wijze waarop zo’n leverancier, zoals NNT, haar (netwerk)kosten in rekening brengt.”

In de wintermaanden zou ik dan bij het huidige tarief gemiddeld € 100,– per maand moeten betalen. En
in de zomermaanden zou ik bij het huidige tarief gemiddeld € 100,– per maand terug moeten ontvangen.
Dat is niet handig. Dit is de reden dat er gebruikelijk per jaar werd afgerekend. Het verbruik over een jaar wordt dan weggestreept tegen de opbrengst.

Een voorschot en een jaarlijkse eindafrekening is voor mij dan ook belangrijk. In het geval dat de ondernemer het verbruik wel in rekening brengt, maar de terug geleverde energie niet vergoedt word ik zeer benadeeld. Dat zou betekenen dat het plaatsen van zonnepanelen geld kost in plaats van dat het geld oplevert.

Voorts stelt de consument dat de ondernemer verplicht is aan te geven:
1. bij welke energiemaatschappij de ondernemer de energie betrekt en koopt tegen welk tarief;
2. welke opslag past de ondernemer toe op de doorberekening aan de bewoners van het park.

De consument heeft niet de mogelijkheid om te kiezen voor een andere energieleverancier. Voor hem is dit inzicht dan ook belangrijk.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na het lezen van alle stukken en de zienswijze van de consument is de ondernemer inmiddels bereid om de consument, als enige uitzondering, jaarlijks te factureren en is bereid dit standpunt als schikking in te brengen.

De ondernemer vraagt zich af of de commissie bevoegd is dit geschil te behandelen nu het hier een consument betreft met eigen grond. Voorts is de ondernemer van mening niet verplicht te zijn enige inzicht te geven over de inkoop van energie, over de energieleverancier of welke andere kosten in welke vorm dan ook. Het betreft hier bedrijfsinformatie. Wel kan de ondernemer de consument verzekeren dat de ondernemer uiteraard inkoopt tegen de laagst mogelijke prijs. Dit is ook in het belang van de ondernemer aangezien ook de ondernemer uiteraard energie verbruikt op het park welke niet kan worden doorberekend aan de recreanten.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie is in deze bevoegd dit geschil te behandelen gelet op de omstandigheid dat partijen tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd hebben aangegeven een inhoudelijke beslissing van de commissie in deze te wensen en nu de ondernemer lid is van de vereniging RECRON het hier een geschil betreft, zoals aangegeven in artikel 3 lid 1 van het reglement van de Geschillencommissie Recreatie.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de ondernemer uitdrukkelijk aangegeven dat de regeling met de consument inzake de energie, zoals deze dit wenst en ook eerder afgesproken was na te willen komen.

Concreet betekent dit dat er, zoals eerder gebruikelijk was, jaarlijks met de consument de energie zal worden afgerekend en in de situatie dat hij meer energie heeft terug geleverd dan verbruikt dit meerdere door de consument gratis mag worden verbruikt in het nieuwe jaar en de meter voor het nieuwe jaar aldus wordt teruggezet. De consument behoudt de analoge meter die kan worden teruggedraaid en indien deze wegens defect moet worden vervangen zal bij de consument eenzelfde meter worden geïnstalleerd.

De consument heeft ter zitting bevestigd dat dit is hetgeen hij wenst.

De ondernemer heeft ter zitting voorts aangegeven de energie te betrekken via de energiespecialist die ten behoeve van de ondernemer en de consument bij de meest voordelige energieleverancier de energie betrekt. De opslag is niet hoger dan de gebruikelijke 16 eurocent zoals de consument ook bekend is.

De ondernemer is naar het oordeel van de commissie dus tegemoetgekomen aan hetgeen de consument in deze wenst, welke tegemoetkoming de commissie ook redelijk voor komt.

Hetgeen de consument voorts nog heeft aangevoerd behoeft geen bespreking meer nu dit niet tot een ander oordeel zal leiden.

Hoewel de ondernemer ter zitting vrijwillig eerder genoemde informatie heeft verstrekt heeft de consument onvoldoende onderbouwd op grond waarvan de ondernemer verplicht zou zijn de door hem gewenste informatie te verstrekken.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat de ondernemer jaarlijks met de consument de energie afrekent en in de situatie dat hij meer energie heeft terug geleverd dan verbruikt dit meerdere door de consument gratis mag worden verbruikt in het nieuwe jaar en de meter voor het nieuwe jaar aldus wordt teruggezet. De consument behoudt de analoge meter die kan worden teruggedraaid en indien deze wegens defect moet worden vervangen zal door de ondernemer bij de consument eenzelfde soort meter worden geïnstalleerd.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp, mevrouw drs. P.C. Hoogeveen-de Klerk, leden, op 22 augustus 2023.