Factuurbedrag voor verwijderen van gasaansluiting; ondernemer moet haar afnemers non-discriminatoir behandelen en hanteert daardoor een standaard tarief voor het wegnemen van de meters.

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 95636

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het factuurbedrag voor het verwijderen van de gasaansluiting.

De consument heeft op 11 december 2014 de klacht bij de ondernemer aangekaart.

De consument heeft het onbetaald gelaten bedrag van € 182,79 bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Hoewel de consument op de hoogte was van de hoogte van het bedrag om de gasaansluiting te laten verwijderen, is hij van mening dat het bedrag niet in verhouding staat tot de geleverde prestatie.

Na veel moeite en tegenwerking heeft hij een specificatie van de kosten ontvangen. Toen bleek dat er met afgeronde tijdsdelen wordt gewerkt: voorrijden 1 uur, terwijl het 15 minuten in werkelijkheid was en werktijd 1 uur, terwijl het ongeveer 5 minuten was. Vanwege het sociale karakter van het nutsbedrijf was de verwachting van de consument dat de kosten in overeenstemming zouden zijn met de hoeveelheid werk.

De consument wenst een factuur op basis van de feitelijke reistijd en werktijd.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

In oktober 2014 heeft de consument een verzoek gedaan aan de ondernemer om zijn gasmeter te laten verwijderen. De ondernemer heeft een offerte uitgebracht tegen de genoemde kosten, waartegen de consumenten toen geen bezwaar heeft gemaakt. Op 3 november 2014 heeft de ondernemer akkoord ontvangen om de werkzaamheden te verrichten tegen betaling van € 151,07 exclusief BTW.

Op 13 januari 2015 heeft de ondernemer desgevraagd een standaard specificatie van de standaard kosten verstrekt. Hierbij heeft de ondernemer de Tarievencode Gas zoals opgenomen in artikel 2.5.1.11 en volgende gevolgd. Hierin in sprake van een standaard offerte/factuur voor deze eenmalige werkzaamheden.

De ondernemer moet haar afnemers non-discriminatoir behandelen en hanteert daardoor een standaard tarief voor het wegnemen van de meters. Gezien de systematiek van voorcalculatie kan er geen rekening worden gehouden met de individuele situatie van de aanwezige aansluiting. De berekening is gebaseerd op de gemiddelde kosten voor het wegnemen van de meter.

Daarnaast heeft er tussen partijen sedert 1987 een overeenkomst bestaan, waarop de Algemene voorwaarden voor aansluiting en transport elektriciteit en gas voor kleinverbruikers van toepassing is. De consument beroept zich op die voorwaarden om het geschil bij de commissie aanhangig te maken. Conform artikel 14 van die voorwaarden is de contractant aan de netbeheerder bedragen verschuldigd voor het deactiveren van de aansluiting. Daartoe heeft de consument op 3 november 2014 opdracht gegeven.

De ondernemer verwijst naar een uitspraak van de commissie in dossier 94466.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Voorop staat dat de consument een overeenkomst van opdracht heeft gesloten met de ondernemer tegen een prijs van € 151,07 exclusief BTW.

Ter zitting heeft de consument gewezen op het feit dat [naam gasdistribiteur] voor het afsluiten van stadsverwarming in 2007/2008 een bedrag van € 65,– in rekening bracht. De consument verliest daarbij uit het oog dat het in dat voorbeeld om niet-gereguleerde kosten gaat, terwijl dat bij gas en elektriciteit wel het geval is. Bovendien zijn de standaardtarieven door de ACM ( Autoriteit Consument en Markt) goedgekeurd.

De commissie wijst er op dat niet alleen de werktijd en reistijd bepalend zijn voor het in rekening gebrachte standaard tarief, maar ook de administratieve voor- en nawerkzaamheden. De ondernemer heeft er terecht op gewezen dat zij haar klanten in het door haar te bedienen gebied niet discriminatoir mag behandelen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
 
Mitsdien wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Het in depot gestorte bedrag van € 182,79 zal worden overgemaakt aan de ondernemer.

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, op 6 augustus 2015.