Gebreken aan motor van tweedehands vaartuig. Niet gekeurd. Geen ondeugdelijke levering.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden voor de verkoop van gebruikte pleziervaartuigen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT02-0047

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een mondeling tussen partijen gesloten overeenkomst tot de (ver)koop van een gebruikt vaartuig d.d. 2 juli 2002 ten bedrage van € 15.250,–.
 
De consument heeft de koopprijs volledig voldaan.
 
De consument heeft zijn klacht schriftelijk op 27 augustus 2002 aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De consument heeft het schip gekocht onder de voorwaarde dat hij technisch in orde zou zijn, hetgeen door de ondernemer is toegezegd. Op zaterdagmiddag 13 juli 2003 vertrok de consument met de boot richting Groningen. Tijdens deze reis sloeg op zondag 21 juli 2002 de motor op eens af. Het vaartuig is toen met behulp van derden de haven van Spakenburg in gesleept. De dag erna heeft de consument de ondernemer gebeld, doch deze bood geen hulp aan.
De consument heeft vervolgens een derde ingeschakeld die constateerde dat een koelvloeistofslang volledig gescheurd was. De monteur vertelde dat soortgelijke slangen al 7 jaar niet meer gebruikt mogen worden. Daarnaast bleek ook de waterpomp stuk te zijn en diende de cilinderkop opnieuw gevlakt te worden. Voor de reparaties heeft de consument een bedrag van in totaal € 1.395,– betaald.
De consument stelt zich op het standpunt dat een aangeboden motorschip in deze prijscategorie en verkocht onder HISWA-voorwaarden zonder noemenswaardige problemen een vaartocht moet kunnen doorstaan. Bovendien had van een professioneel bedrijf als die van de ondernemer verwacht mogen worden dat een schip niet verkocht wordt zonder te wijzen op de gebreken als een verouderde koelslang. De consument is afgegaan op de expertise en het vakmanschap van de ondernemer en heeft het schip daarom niet laten keuren.
 
De consument verlangt vergoeding van de reparatiekosten ten bedrage van € 1.395,–.
 
Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
 
Er is gesproken over een keuring, doch de consument is uitgegaan van de goede naam van de ondernemer en de toezegging van de ondernemer dat de motor technisch in orde zou worden gemaakt.
De proefvaart duurde maar een half uur, bij een lage snelheid, zodat op grond daarvan niet veel te constateren viel.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
 
De ondernemer heeft het schip verkocht namens een derde. Tijdens de verkoop is uitvoerig gesproken over de geschiedenis van de boot en de staat van onderhoud van casco en motor. Gezien het beperkte inzicht van de consument heeft de ondernemer de mogelijkheid van een keuring aangehaald, om zo uitsluitsel te krijgen over de staat van het schip en de motor. De consument heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Wel werd als koopvoorwaarde opgenomen de mogelijkheid tot het maken van een proefvaart. De ondernemer heeft telkens medegedeeld niet garant te kunnen staan voor het schip noch de motor.
Het schip is uiteindelijk verkocht voor een prijs aanmerkelijk onder de vraagprijs, onder de uitdrukkelijke mededeling dat de derde-verkoper niet bereid zou zijn verder iets te doen aan het schip. De proefvaart zou wel gehandhaafd blijven.
Tijdens het ‘proefvaart klaar maken’ van het schip – wat inhield het aansluiten van de accu’s, het controleren van het olie- en koelvloeistofpeil en het geruime tijd proefdraaien op verschillende toerentallen – heeft de ondernemer één accu vervangen daar deze in slechte staat was. Voor de rest liep de motor naar behoren, rekening houdend met de leeftijd van het schip, en vertoonde op dat moment geen gebreken. Ook de proefvaart in het bijzijn van de consument verliep goed.
 
Toen de consument belde vanwege de problemen met de motor, heeft de ondernemer vanwege logistieke complicaties de consument geadviseerd een monteur in te schakelen in de buurt van de plek waar hij was gestrand. De gemaakte begroting voor de reparatie komt de ondernemer reëel voor.
 
De ondernemer stelt niet aansprakelijk te zijn voor de schade, omdat hij niet de eigenaar van het schip was en er ook geen garantie is afgegeven. Bovendien trad het probleem met de motor pas op na 2 dagen intensief varen. Verder vraagt de ondernemer zich af of de consument niet te lang heeft doorgevaren met een te warme motor. Cilinderkoppakkingen raken pas defect als er te lang met een te warme motor wordt doorgevaren. Het defect aan de mechanische ‘interne’ waterpomp kan slechts leiden tot gering verlies van koelvloeistof (druppels).
 
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.
 
De motor is weldegelijk gecontroleerd, doch dat betreft de standaardprocedure waarbij niet in de motor gekeken wordt.
Indien er garantie zou zijn verleend, had dit op de orderbevestiging gestaan.
De ondernemer heeft de consument verwezen naar een monteur in de buurt van de plek waar de consument gestrand was, omdat hijzelf geen monteur in dienst had. Er is wel overleg geweest met de consument.
 
De ondernemer verzoekt de commissie de klacht van de consument ongegrond te verklaren.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen.
 
Conform de bevoegdverklaring d.d. op 13 februari 2003 dient de ondernemer als verkoper van het vaartuig in kwestie beschouwd te worden.
 
De commissie overweegt vervolgens dat ingevolge artikel 5 van de HISWA Algemene Voorwaarden voor de Verkoop van Gebruikte Pleziervaartuigen en Gebruikte Scheepsmotoren bij de aankoop van een gebruikt pleziervaartuig slechts garantie wordt verleend, indien door de ondernemer het HISWA-garantiebewijs is verstrekt dan wel anderszins door hem garantie is toegezegd. In dit geval is geen HISWA-garantiebewijs verstrekt, noch is uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, gebleken dat er schriftelijk of mondeling op andere wijze garantie is toegezegd.
 
Wel is denkbaar dat het gekochte vaartuig vanwege het daaraan klevende gebrek aan de motor niet voldoet aan datgene dat daarvan redelijkerwijs door de consument mocht worden verwacht (op basis van het in de wet vastgelegde zogeheten conformiteitsbeginsel), ongeacht of wel of niet garantie ter zake is verstrekt. Dat is hier echter niet het geval. Omdat het door de consument gekochte vaartuig een gebruikte vaartuig betreft dat gebouwd is in 1974, de consument er bewust voor gekozen heeft om het vaartuig niet te laten keuren en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de ondernemer meer heeft toegezegd dan het bedrijfsklaar maken van de motor, had de consument er rekening mee moeten houden dat er gebreken aan de motor zouden kunnen kleven.
 
Verder overweegt de commissie dat het verwijzen van de ondernemer naar een monteur ter plekke onder de omstandigheden van het geval begrijpelijk, althans niet onbehoorlijk is, hoewel de commissie de teleurstelling daarover van de consument begrijpt. De problemen die met de motor ontstonden deden zich echter voor op geruime afstand van het bedrijf van de ondernemer en de ondernemer had geen monteur in dienst die de consument had kunnen helpen.
 
Op grond van het bovenstaande acht de commissie de klacht van de consument ongegrond.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie op 16 juni 2003.