Geen beroep mogelijk op artikel 13 lid 1 algemene voorwaarden, wel op artikel 13 lid 2 algemene voorwaarden

  • Home >>
  • Wonen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Wonen    Categorie: Algemene voorwaarden    Jaartal: 2007
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WON-D02-0511

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil vloeit voort uit een op 12 juni 1999 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer verplichtte zich daarbij tot het leveren van 6 eetkamerstoelen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 1.293,27. De levering vond plaats op 20 augustus 1999.   De consument legde de klacht in januari 2002 voor aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Toen de rugleuningen na een jaar loslieten, werd dat gratis verholpen. Nu de rugleuningen twee jaar later al weer loszitten, wil de ondernemer mij 2/3 van de kosten laten betalen.   De consument verlangt kosteloze reparatie met volledige garantie bij reparatie of, zoals de consument ter zitting nader toelicht, ontbinding en het aankoopbedrag terug.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De stoelen hebben de eigenschappen die de consument bij normaal gebruik mocht verwachten, waarbij mede dient te worden betrokken dat het geen relatief dure stoelen waren. Wij zijn bereid de stoelen te herstellen volgens het op 23 januari 2002 gedane aanbod om binnen de overeengekomen garantiestaffel te herstellen, maar we doen dit aanbod slechts tot 20 augustus 2002 gestand. Daarna is de overeengekomen garantietermijn vervallen.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.   De stoelen ogen degelijk. De constructie: verlijmde pen en gat verbindingen en een toepassing van hoekklossen zouden normaal gesproken zo’n stoel, bij normaal huiselijk gebruik, een ‘levensduur’ moeten bieden van circa 10 jaar. Over de aanvankelijke uitvoering kan ik achteraf geen oordeel meer geven daar de stoelen binnen het eerste jaar van gebruik degelijk onderhanden genomen zouden zijn. Bij onderzoek aan een van de stoelen waaraan nu bij het zitten een merkbare speling is ontstaan, blijkt de aanhechting: zitting-zijregel / achterstijl nog dermate stevig dat met de hand slechts een zeer geringe speling merkbaar is. Deze speling wijst er op dat door een of andere oorzaak de lijmverbinding of het inwendige hout daaromheen niet 100% meer in orde is. In vakkringen is bekend dat een goed geslaagde houtlijmverbinding nog sterker is dan het hout zelf. Het opgetreden mankement kan bij de onderhavige stoelen ontstaan door abnormaal gebruik, bijvoorbeeld achterover wippen op de stoel door iemand die op de stoel zit of door een matige of slechte lijmverbinding van de achterstijlen met zittingregels. Dit laatste kan ik ter plaatse niet beoordelen daar met speciale gereedschappen daartoe de stoel moet worden gemonteerd en met een krachtwerktuig de verbindingen moeten worden losgetrokken.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Vooropgesteld wordt dat de omstandigheid dat de consument de juistheid van een door de ondernemer gedane aanbod in rechte wil laten toetsen, er in de regel niet toe kan en mag leiden dat de consument zijn aanspraken door de enkele duur van de procedure verliest.   Het door de consument gedane beroep op artikel 13, eerste lid, van de, blijkens de schriftelijke Koopovereenkomst toepasselijke, Algemene Voorwaarden van de Centrale Branchevereniging Wonen versie 304/1995 (algemene voorwaarden) faalt. Ingevolge artikel 13, eerste lid, eerste volzin, van de algemene voorwaarden moet de afgeleverde zaak die eigenschappen bezitten die de afnemer op grond van de overeenkomst bij normaal gebruik mag verwachten. Volgens de tweede volzin van dit eerste artikellid geldt dit tevens bij bijzonder gebruik voor zover dit door partijen bij het sluiten van de overeenkomst is voorzien. Niet gebleken is echter dat aan deze verwachtingen niet is voldaan. Op grond van het deskundigenrapport kan niet worden geoordeeld dat de eetkamerstoelen niet de eigenschappen bezitten die de consument op grond van de overeenkomst mocht verwachten, of dat de stoelen niet de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de consument de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. De deskundige rapporteert immers dat de lijmverbinding of het inwendige hout daaromheen niet 100% meer in orde is, maar niet blijkt dat dit wordt veroorzaakt door een aan de ondernemer toerekenbare oorzaak en volgens de deskundige kan het ook zijn veroorzaakt door abnormaal gebruik.   Daarmee is anderzijds echter nog niet aannemelijk geworden dat de klacht het gevolg is van niet met de bestemming corresponderend gebruik, zoals de ondernemer suggereert. De consument heeft dus mogelijk wel garantie-aanspraken op grond van artikel 13, tweede lid, van de algemene voorwaarden. Volgens de eerste volzin van dit tweede artikellid heeft de afnemer immers ook garantie, voor zover het gebreken betreft waarvan de ondernemer niet aannemelijk kan maken dat deze het gevolg zijn van niet met de bestemming corresponderend gebruik. Ingevolge de tweede volzin van dit tweede artikellid wordt de garantie in beginsel gegeven volgens een bepaald systeem. Dat systeem houdt onder meer in dat na twee jaar en tot drie jaar na factuurdatum de kosten van reparatie respectievelijk vervanging, met inbegrip van de vracht- en voorrijkosten, voor 1/3 gedeelte voor rekening van de ondernemer komen. Volgens de derde volzin van dit tweede artikellid komt het recht op vervanging de afnemer niet toe voor zover het gebrek redelijkerwijs is te herstellen. Waar het gebrek redelijkerwijs is te herstellen, komen de kosten van reparatie, met inbegrip van de vracht- en voorrijkosten, derhalve op grond van de algemene voorwaarden voor 1/3 gedeelte voor rekening van de ondernemer en voor 2/3 gedeelte voor rekening van de consument. De ondernemer heeft in dit geval echter een verderstrekkend aanbod gedaan. Voor zover de ondernemer in de brief van 23 januari 2002 aan de consument aanbood dat de consument 1/3 deel moest bijdragen in de herstelkosten van € 37,80 per te repareren stoel en dergelijk herstel op grond van het deskundigenrapport redelijk en billijk te oordelen is, had de consument dat uiterst coulante aanbod van de ondernemer dan ook kunnen en moeten accepteren.   Ingevolge artikel 17, derde lid, van het commissiereglement kan de commissie de oplossing die door de ondernemer aan de consument werd voorgesteld voordat deze het geschil bij de commissie aanhangig maakte maar die door de consument niet werd geaccepteerd, bindend opleggen onder ongegrondverklaring van de klacht. De commissie zal van die bevoegdheid gebruik maken en dienovereenkomstig beslissen.   Op grond van het voorgaande wordt de klacht ongegrond geoordeeld en als volgt beslist.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   De ondernemer is gehouden te handelen overeenkomstig zijn aanbod dat de consument 1/3 deel moet bijdragen in de herstelkosten van € 37,80 per te repareren stoel. Herstel dient te geschieden binnen een termijn van 12 weken na de verzenddatum van dit bindend advies. Betaling dient contant te geschieden zodra herstel is uitgevoerd en wanneer de stoelen na herstel bij de consument worden afgeleverd.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Wonen, op 18 november 2002.