Geen ingebrekestelling maar openbaar klagen op het internet. Klacht ongegrond .

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Klacht    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE03-0512

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 6 februari 2003 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto, merk Volkswagen, type Transporter, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 8.200,–.
De levering vond plaats op of omstreeks 20 februari 2003.
 
De consument heeft op 27 juni 2003 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt. 

De auto is verschillende malen na de aflevering door de ondernemer onder garantie gerepareerd. Over de noodzakelijkheid van de reparaties is discussie ontstaan. Uiteindelijk werd mij op 16 juni 2003 toegezegd, dat de remschijven zouden worden vervangen en dat een olielekkage zou worden hersteld. Toen ik op 20 juni de auto kwam ophalen, werd mij door de monteur meegedeeld dat de oliekeerring was vervangen en dat er tevens een nieuwe distributieriem was gemonteerd. Op 26 juni heb ik de auto op de verrichte reparaties laten controleren door de ANWB. Het bleek dat de motor nog steeds olielekkage vertoonde aan de zijde van de distributieriem. En dat vlak voor mijn vakantie! Mijn vertrouwen in de ondernemer was hierdoor tot nul gereduceerd. Ik heb mijn ervaringen op internet gezet. Hierover is de ondernemer in woede ontstoken. Hij heeft mij verschillende malen telefonisch lastig gevallen. Op mijn herhaalde vraag wat hij zou doen om het probleem op te lossen kwam geen antwoord. Bij brief d.d. 27 juni aan de ondernemer heb ik mijn twijfels uitgesproken over zijn vakmanschap en koopmanschap. Ik heb hem daarbij tevens om een schriftelijke reactie per ommegaande gevraagd. Bij brief d.d. 2 juli deelde de ondernemer mij mede dat hij contact had opgenomen met zijn advocaat en dat ik nader schriftelijk zou horen. Ik heb dat verder niet afgewacht en heb de auto elders laten repareren. Pas bij brief d.d. 15 juli verzocht de ondernemer mij een afspraak te maken voor herstel van het gebrek. Toen was het echter te laat. Ik heb de ondernemer verzocht de reparatiekosten van € 726,22 te vergoeden, maar de ondernemer weigert dit. Derhalve verzoek ik de commissie hierover een uitspraak te doen.
 
De consument verlangt vergoeding van het reparatiebedrag van € 726,22.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

In plaats van mij de gelegenheid te geven de kennelijk nog bestaande olielekkage te herstellen, heeft de consument mij eerst op internet zwart gemaakt, hetgeen tot diverse bedreigende reacties van derden heeft geleid (zie de overgelegde voorbeelden) en vervolgens schriftelijk gevraagd om mijn reactie schriftelijk kenbaar te maken. Ik heb daarop direct schriftelijk gereageerd met de mededeling dat ik de zaak aan mijn advocaat zou voorleggen en dat de consument nader schriftelijk zou vernemen. Nadat ik advies had ingewonnen bij mijn advocaat heb ik de consument bij brief d.d. 15 juli laten weten dat ik weliswaar de verplichting heb om gebreken te herstellen, maar dat de consument de verplichting had om mij daartoe in de gelegenheid te stellen. Vervolgens heb ik gevraagd contact op te nemen voor het maken van een afspraak. In die brief heb ik tevens mijn verontwaardiging geuit over het feit dat de consument zijn klachten aan derden heeft kenbaar gemaakt voordat hij mij hierover had ingelicht. Later vernam ik dat de consument de auto intussen door een ander bedrijf had laten repareren en dat hij de kosten daarvan op mij wil verhalen. Ik ga daarmee niet akkoord.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen.
 
Ingevolge artikel 6:74 BW in samenhang met artikel 6:82 BW bestaat slechts recht op schadevergoeding, indien de schuldenaar schriftelijk in gebreke is gesteld waarbij hem een redelijke termijn wordt gegund voor de nakoming van zijn verplichting en de nakoming binnen deze termijn is uitgebleven. Van een dergelijke in gebreke stelling is in dit geval niet gebleken, integendeel, de consument heeft zijn grieven tegen de ondernemer eerst via internet openbaar gemaakt en vervolgens slechts om een schriftelijke reactie van de ondernemer gevraagd. Deze handelwijze is onnodig grievend jegens de ondernemer, die daartegen dan ook terecht heeft geprotesteerd. De stelling van de consument dat hij zijn vertrouwen in de ondernemer had verloren rechtvaardigt de handelwijze van de consument niet. Het feit dat de consument de reparatie van de olielekkage door een ander bedrijf heeft laten uitvoeren is mitsdien voor zijn eigen rekening.
 
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen op 6 januari 2004.