Geen sprake van dwang bij afsluiten en opnieuw aansluiten van energieaansluitingen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie    Categorie: Aansluiting    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 40055/43050

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Het geschil gaat over de door de ondernemer in rekening gebrachte kosten voor het af- en aansluiten van elektriciteit en gas. De consument klaagt dat hij onterecht gedwongen werd om deze kosten te maken en dat hij achteraf gezien goedkoper uit was geweest als de afsluiting achterwege was gebleven. Hij wil dat de ondernemer hem de gemaakte kosten terugbetaald. De ondernemer geeft aan wanneer de consument zijn contract met een energieleverancier opzegt, wat in dit geval zo is, voorkomen moet worden er als leverancier wordt opgetreden. Dit is namelijk volgens de wet verboden. De ondernemer moet maatregelen nemen die dus voorkomen dat hij in zo een positie terecht komt en daarom zijn de aansluitingen, op verzoek van de consument zelf, afgesloten. De commissie volgt het standpunt van de ondernemer en wijst de klacht van de consument af. Op het moment dat de consument aangaf zijn contract met de energieleverancier te hebben beëindigd, is door de ondernemer meegedeeld dat de aansluitingen tijdelijk of definitief afgesloten moesten worden, zodat de ondernemer niet als leverancier optreedt. Er is geen sprake geweest van de dwang. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de door de ondernemer in rekening gebrachte kosten voor het af- en aansluiten van elektriciteit en gas.

De consument heeft op 8 januari 2020 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft met ingang van 1 december 2019 zijn energiecontract opgezegd. Op 2 december 2019 heeft de consument contact gezocht met de ondernemer en gevraagd hoe hij de gaskraan moest dichtdraaien en alle schakelaars in de meterkast omlaag zetten. De ondernemer deelde hem mee dat dit afsluiten altijd door een monteur dient te geschieden en dat de kosten € 138,44 zouden bedragen. De consument voelde zich bedreigd en heeft zich door de medewerker van de ondernemer laten overhalen om het bedrag te betalen om de meters op de juiste wijze te laten afsluiten. Op 3 december 2019 is de afsluiting gerealiseerd.

Op 28 januari 2020 is het contract met de nieuwe energieleverancier van de consument ingegaan. Daarop heeft de consument van de ondernemer een welkomstbrief ontvangen. De ondernemer wilde dat de consument opdracht zou geven en zou gaan betalen om weer te worden aangesloten. De consument beschikte niet over de financiële ruimte om dat te betalen. Uiteindelijk heeft een familielid van de consument het bedrag van de aansluitkosten voorgeschoten en op 9 maart 2020 is de consument weer op het net aangesloten.

De consument is van mening dat hij door toedoen van de ondernemer in de schulden is geraakt en ziet het standpunt van de commissie graag tegemoet. Achteraf bezien was de consument beter af geweest met het enkel opzeggen van zijn leveringscontract.

Standpunt van de ondernemer
De ondernemer levert vanaf 6 juni elektriciteit aan de consument.

De consument heeft om een tijdelijke afsluiting van zijn aansluitingen verzocht. Na de opdracht daartoe van de consument zijn de aansluitingen op 3 december 2019 afgesloten. De hoofdzekering is verwijderd en er is een slot geplaatst over de gesloten hoofdgaskraan. Op 9 maart 2020 zijn op verzoek van de consument de aansluitingen weer geactiveerd.

De consument is van mening dat de gemaakte kosten onnodig zijn geweest en vraagt deze terug.

In de Elektriciteitswet is het verboden voor netbeheerders om commerciële activiteiten te verrichten waarmee zij in concurrentie treden. De netbeheerder mag niet gaan functioneren als energieleverancier. De energiemarkt is immers geliberaliseerd en een concurrentiemarkt geworden. Dit houdt in dat wanneer een leveringscontract wordt opgezegd en er geen nieuwe leverancier is, de ondernemer feitelijk als leverancier optreedt. Dit is in strijd met de wet. Om die reden heeft de ondernemer zijn processen zo ingericht dat er actie wordt ondernomen wanneer de leverancier zich op een bepaald adres afmeldt en zich geen nieuwe leverancier meldt. Als een consument de ondernemer meedeelt geen leverancier te hebben zal de ondernemer erop wijzen dat de aansluiting ook fysiek moet worden gesloten, omdat in dat geval de kosten van de netbeheerder doorlopen en afsluiten wettelijk verplicht is. Dit is aan de consument verteld. Ook de heraansluiting is in opdracht van de consument uitgevoerd. Hierdoor is het gerechtvaardigd dat de ondernemer kosten in rekening brengt. Gezien de korte duur van de afsluiting heeft deze inderdaad weinig nut gehad en naar vermoeden is de consument nu duurder uit dan zonder afsluiting. Dat is een eigen keuze van de consument geweest. Ook als de consument zelf had afgesloten was een verboden situatie ontstaan. Er moet altijd worden afgesloten als er geen leverancier is. De ondernemer kan de veiligheid niet langer dan 12 maanden garanderen als de gasaansluiting als deze is verzegeld met een slot op de hoofdkraan. Het risico zit in de tijdsduur, niet in de verzegeling zelf.

De ondernemer heeft de kosten terecht in rekening gebracht.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

In het onderhavige geschil klaagt de consument over de aan hem in rekening gebrachte kosten voor het tijdelijk afsluiten van zijn energieaansluitingen en het na verloop van tijd weer aansluiten.

De consument stelt dat hij ten onrechte gedwongen werd om deze kosten te maken en dat hij achteraf bezien goedkoper uit was geweest als de afsluiting achterwege was gebleven.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer en wijst de klacht van de consument af.

De ondernemer wijst er terecht op dat in geval de consument zijn contract met een energieleverancier opzegt, moet worden voorkomen dat de ondernemer de facto als leverancier gaat optreden en dat dit bij wet is verboden. De ondernemer dient in dat geval maatregelen te nemen die voorkomen dat hij in een dergelijke positie terecht komt.

Naar de commissie begrijpt is dit ook aan de consument meegedeeld op het moment dat deze aangaf zijn contract met de leverancier te hebben beëindigd. Van dwang van de ondernemer om tot tijdelijke afsluiting over te gaan is dan ook geen sprake geweest. Tijdelijke of definitieve afsluiting was de enige mogelijkheid voor de consument om geen kosten voor energie te maken, hetgeen hij beoogde.

De consument heeft telkens zelf opdracht gegeven voor de uitgevoerde werkzaamheden en wist of had kunnen weten dat daaraan kosten waren verbonden.

De omstandigheid dat de tijdelijke afsluiting gelet op de korte duur weinig of geen soelaas heeft geboden is niet aan de ondernemer toe te rekenen, maar behoort tot de risicosfeer van de consument. Daar staat de ondernemer buiten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Om die reden wordt beslist als volgt

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. Sj. S. Bakker en mr. H.W. Zuur, leden, op 9 november 2020.