Geen sprake van trage werkwijze advocaat, slechte communicatie en onnodige kosten

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Kosten    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 22480/23447

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënt moet een bedrag van € 4.999,– aan de advocaat betalen, maar wil dit niet. Volgens de cliënt was er sprake van een zeer trage werkwijze, was de communicatie slecht en zijn de in rekening gebrachte kosten veel te hoog. De advocaat geeft aan dat door de moeilijkheid van de zaak, het langer duurde om tot een dagvaarding te komen. Daarnaast heeft de advocaat de cliënt duidelijk aangegeven dat de kosten kunnen oplopen bij een eindvonnis. Ook was volgens de advocaat de communicatie niet moeizaam, omdat er juist is aangedrongen op een overleg op kantoor, maar hier is de cliënte niet op in gegaan. De commissie oordeelt dat het niet is gebleken dat de advocaat een zeer trage werkwijze had. De cliënt heeft ook met deze werkwijze ingestemd. Daarnaast stelt de commissie dat de communicatie tussen partijen misschien niet goed verlopen is, maar dat dit niet tot gegrondverklaring van de klacht leidt. Ook oordeelt de commissie dat er door de advocaat geen onnodige kosten bij de cliënt in rekening zijn gebracht. De klachten van de cliënt zijn ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De advocaat heeft de cliënt en zes andere cliënten bijgestaan in een kwestie waarbij zij stellen door de wederpartij te zijn opgelicht in een “Ponziescheme”. Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening en bovenmatig declareren.

De cliënt heeft een bedrag van € 4.999,– niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de advocaat
Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De advocaat verlangt betaling van een openstaande factuur tot een bedrag van € 4.999,– inclusief BTW. De advocaat maakt ook aanspraak op de overeengekomen rente van 1,5% per maand (artikel 10 van de algemene voorwaarden) dan wel de wettelijke rente. Kosten rechtens.

In eerste instantie is een kort geding overwogen, maar met name vanwege de complexiteit van de zaak is uiteindelijk een bodemzaak aanhangig gemaakt met een provisionele vordering. Zo was een kort geding niet meer nodig en is griffierecht bespaard. Met het vonnis in het incident is de wederpartij veroordeeld tot overlegging van de volledige administratie. Dat heeft deze niet gedaan waardoor dwangsommen zijn verbeurd. Gezien de korte verjaringstermijn is een aantal malen de verjaring van de dwangsommen door de deurwaarder bij exploot gestuit.

Eind december 2018 gaven de cliënten aan een eindvonnis te willen en niet dat er nog veel kosten werden gemaakt. De advocaat heeft gewaarschuwd dat die kosten vermoedelijk tot iets zouden leiden. Met het verhaal van de dwangsommen zou duidelijk worden of verhaal überhaupt nog mogelijk zou zijn en of de nadere investering in de bodemzaak nog zinvol zou zijn.

In de e-mail van 2 mei 2019 wordt de advocaat verweten dat de communicatie moeizaam zou zijn. De advocaat vindt dit onterecht, omdat er juist is aangedrongen op een overleg op kantoor zodat na een toelichting een weloverwogen besluit kon worden genomen. Dit aanbod is niet aangenomen. De kosten van de deurwaarder liepen inderdaad op en zonder een effectief verhaal dienen die door de cliënten te worden betaald. Hiervoor kan de advocaat niet verantwoordelijk worden geacht. De advocaat is gebleken dat de cliënten in overleg waren met de wederpartij over afspraken omtrent het terugbetalen van de investeringen.

De werkzaamheden tot en met het ontstaan van de volledige dwangsommen zijn zonder protest steeds betaald, zodat het alleen gaat om de werkzaamheden die hierna hebben plaatsgevonden. Bij mail van 19 september 2019 is de eindfactuur (factuurnummer 33350) verzonden omdat een andere advocaat had gemeld dat hij de werkzaamheden zou overnemen. Deze factuur werd niet betaald. Eerst op 9 oktober 2019 ontving de advocaat een e-mail van de cliënt dat er klachten zouden zijn geweest over de dienstverlening en dat de procedure veel kosten met zich had meegebracht. Het leek erop dat de cliënten teleurgesteld waren in de uitwinning van het zeer gunstige tussenvonnis.
De werkzaamheden die met deze factuur in rekening zijn gebracht waren noodzakelijk om de deurwaarder te begeleiden en de dwangsommen verbeurd te krijgen en om uiteindelijk toch een eindvonnis te krijgen.

De advocaat weerspreekt hetgeen door de cliënt in het vragenformulier is aangevoerd. Juist is dat de wederpartij op het kantoor van de advocaat is geweest en daar stukken heeft achtergelaten waarvan hij meende dat het de administratie was. Dit waren slechts enige printjes uit zijn systeem. De dwangsommen waren dan ook verbeurd. Het gesprek met de wederpartij was heel beperkt. Wat is besproken is aan de cliënten doorgegeven en de administratie is volledig doorgezonden.
De advocaat heeft geen kansen laten schieten of zeer traag gehandeld. Er was geen andere advocaat nodig om de advocaat aan te sturen. Aan de betreffende advocaat moest juist worden uitgelegd wat de mogelijkheden waren. Het nut van de inzet van de betreffende advocaat is niet duidelijk geworden en heeft alleen tijd gekost.

De advocaat heeft nooit aangegeven dat hij de expertise niet in huis zou hebben. Er is een seniorjurist in dienst gekomen die bij een deurwaarderskantoor had gewerkt en die wellicht nog mogelijkheden zou zien om tot inning van de dwangsommen over te gaan.

Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënt wil dat de factuur met nummer 33350 ten bedrage van € 5.003,42 komt te vervallen en dat de door de cliënt en de andere cliënten gemaakte kosten van € 4.598,– door de advocaat worden betaald.

Er was sprake van een zeer trage werkwijze. De advocaat heeft kansen laten schieten door geen beslag te leggen in 2017 toen dat nog mogelijk was en er nog voor € 100.000,– aan voertuigen aanwezig was. Het heeft uiteindelijk twee-en-een-half jaar geduurd voordat er een eindvonnis was.

De advocaat was moeilijk bereikbaar, hij was zeer traag in het beantwoorden van e-mails. Ook werd in e-mails en telefoongesprekken onbegrijpelijk juridisch jargon gebruikt. De advocaat heeft de wens van de cliënt en de andere cliënten om een eindvonnis te verkrijgen niet opgevolgd.

De advocaat heeft een onnodig langdurig traject gecreëerd. De kosten staan niet in verhouding tot het verkrijgen van een eindvonnis. Aan de belofte om de kosten laag te houden is niet voldaan. Er werden 6 minuten of een veelvoud daarvan in rekening gebracht ook al betrof het een korte mail met een vraag of een simpele bevestiging. De gemaakte uren en kosten worden in twijfel getrokken.

Uiteindelijk gaf de advocaat na twee jaar aan dat hij zelf niet de expertise in huis had en dat hij een jurist in dienst had genomen die thuis is in deurwaarderszaken. De cliënt en de andere cliënten hebben extra kosten moeten maken om de advocaat door een andere advocaat achter de vodden te zitten.

De advocaat heeft in de dagvaarding een beginnersfout gemaakt waardoor een herstelexploot moest worden uitgebracht. De klachten zijn reeds in een vroeg stadium geuit. In de e-mail van 5 oktober 2017 is reeds aangegeven dat de cliënt en de andere cliënten geen zaken meer met de advocaat wilden doen.
De wederpartij kwam op 8 mei 2018 onaangekondigd bij de advocaat langs om de gevraagde administratie te overhandigen. Een leek kon zien dat de stapel papier slechts screenshots waren van de kavels op zijn website, maar de advocaat gaf aan dat de cliënt en de andere cliënten deze “administratie” maar door een accountant moesten laten bekijken.

De cliënt vraagt zich af in wiens belang de advocaat handelde.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelende advocaat.

De cliënt klaagt puntsgewijs over (1) een zeer trage werkwijze, (2) de communicatie, (3) kosten en (4) onkunde.

(1) Zeer trage werkwijze
De advocaat heeft er lang over gedaan om tot een dagvaarding te komen. De cliënt heeft regelmatig gevraagd naar de stand van zaken. De advocaat heeft daarop aangegeven dat in eerste instantie een kort geding is overwogen maar met name vanwege de complexiteit van de zaak uiteindelijk een bodemzaak aanhangig is gemaakt met een provisionele vordering. De cliënt heeft daar kennelijk destijds mee ingestemd. Weliswaar wijst de cliënt erop dat hij al op 5 oktober 2017 heeft aangegeven geen zaken meer met de advocaat te willen doen, maar hij en de andere cliënten zijn bij de advocaat gebleven. Dat er verhaalsmogelijkheden zijn verspild door traag handelen aan de zijde van de advocaat wordt weliswaar door de cliënt gesteld, maar blijkt nergens uit. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

(2) De communicatie
De kern van dit klachtonderdeel betreft het niet opvolgen van de wens van cliënt om een eindvonnis te verkrijgen. De advocaat heeft uitgelegd dat hij eerst heeft geprobeerd de verbeurde dwangsommen te innen zodat duidelijk zou worden of verhaal überhaupt nog mogelijk zou zijn en of de nadere investering in de bodemzaak nog zinvol zou zijn. Die werkwijze komt de commissie niet ongebruikelijk voor. De communicatie tussen partijen is kennelijk niet goed verlopen, maar naar het oordeel van de commissie kan de advocaat daarvan geen zodanig verwijt worden gemaakt dat dit zou leiden tot gegrondverklaring van de klacht. Tegenover het verwijt van de cliënt dat de advocaat slecht bereikbaar was staat immers de reactie van de advocaat dat hij heeft aangedrongen op een overleg op kantoor, welk aanbod niet is aangenomen. Dat de cliënt een tweede advocaat heeft ingeschakeld om de advocaat achter de broek te zitten komt de commissie als onnodig voor. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

(3) Kosten
Naar het oordeel van de commissie zijn er door de advocaat geen onnodige kosten bij de cliënt in rekening gebracht. Er was sprake van een complexe situatie waarbij de wederpartij weigerde conform het tussenvonnis inzage in de administratie te bieden en (uiteindelijk) geen verhaal bood. Dat valt de advocaat niet te verwijten. Daar waar de cliënt de gefactureerde uren in twijfel trekt heeft hij dat onvoldoende geconcretiseerd. De extra kosten die de cliënt heeft gemaakt voor het inschakelen van een tweede advocaat zijn naar het oordeel van de commissie niet noodzakelijk geweest en dienen voor zijn rekening en risico te blijven. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

(4) Onkunde
Na de aanvankelijk langzame start heeft de advocaat naar het oordeel van de commissie adequaat gehandeld. De advocaat heeft de kwestie van de dwangsommen kundig aangepakt en een begrijpelijke strategie gevolgd. De advocaat heeft op een later moment versterking in zijn team gekregen. Dat betekent niet dat er voor die tijd geen of onvoldoende expertise aanwezig was. In de periode van executie moet nauw contact gehouden worden met de deurwaarder. Om in dat geval een medewerker in te zetten die voorheen bij een deurwaarderskantoor heeft gewerkt, komt de commissie niet onbegrijpelijk voor. Het is onhandig te noemen dat de advocaat achteraf opmerkt dat hij de komst van de medewerker van het deurwaarderskantoor heeft afgewacht, maar niet is gebleken dat de advocaat daadwerkelijk enige (noodzakelijke) handeling heeft opgeschort in afwachting van de komst van die medewerker, Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Hetgeen partijen voorts nog hebben aangevoerd en ingebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klachten van de cliënt ongegrond zijn en zal bepalen dat de cliënt aan de advocaat €4.999,– dient te betalen te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand vanaf de vervaldatum van de factuur alsmede het door de advocaat aan de commissie betaalde klachtengeld.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Bepaalt dat de cliënte aan de advocaat een bedrag van €4.999,– dient te betalen, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand vanaf de vervaldatum van de factuur;

Bovendien dient de cliënt overeenkomstig het reglement van de commissie het klachtengeld aan de advocaat te vergoeden, namelijk een bedrag van € 90,75.

Met inachtneming van bovenstaande wordt het depotbedrag van € 4.999,– in zijn gehele uitbetaald aan de advocaat.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw mr. M.J. de Groot, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L Kramer, secretaris.