Geen werkende airconditioning. Klager heeft reisorganisator onvoldoende gelegenheid gegeven tot reparatie.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Accommodatie    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI08-1490

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 14 maart 2008 via een boekingskantoor met de reisorganisator tot stand gekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een verblijf in een vakantiewoning te Altea in Spanje op basis van logies, voor acht personen, gedurende de periode van 16 tot en met 23 augustus 2008, voor de som van € 2.600,–.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   Als gevolg van een gebrekkige elektrische installatie functioneerde de airconditioning niet. De accommodatie werd gekozen vanwege de aanwezigheid van airconditioning in verband met het meereizen van twee kinderen, waar onder een zuigeling. Bij aankomst op zaterdagavond lag er een brief gereed met zaken die ’s maandags zouden worden hersteld. De meeste gebreken zijn inderdaad op maandag hersteld. De man die de reparaties uitvoerde beschikte echter niet over een installatietekening. Aangezien het er vervolgens naar uitzag dat op z’n vroegst pas op woensdag of donderdag over een werkende installatie beschikt kon worden en klager het gedoe na twee van de vijf dagen zat was, heeft klager een fan aangeschaft en besloten af te zien van verdere reparatie-interventies. Klager is van mening dat de reisorganisator is tekortgeschoten omdat hij de villa en de uitrusting daarvan niet deugdelijk heeft opgeleverd. De gebreken waren bekend en de villa was in ieder geval de week voorafgaand aan klagers verblijf niet verhuurd. De gebreken hadden derhalve reeds voor klagers aankomst verholpen kunnen worden.   De naastgelegen villa werd bewoond door een groep jongeren die geluidsoverlast veroorzaakten. Een verzoek om assistentie bij het burenconflict werd door de verhuurder afgewezen. De commissie wordt gevraagd zich uit te spreken over hetgeen in een dergelijke situatie van een verhuurder mag worden verwacht. Klager ziet af van een schadeloosstelling voor dit klachtonderdeel.   Klager gaat niet akkoord met de aangeboden vergoeding van € 100,– totaal, maar verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   Bij aankomst bleek de airconditioning niet te functioneren. Klager heeft hiervoor ter plaatse een document ondertekend en de (ter plaatse betaalde) kosten voor de airconditioning (€ 125,–) zijn aan hem gerestitueerd. Er zijn vervolgens electriciens gestuurd om de airco te repareren, maar aan hen is de toegang tot de villa geweigerd.   Een ongemak als geluidshinder kan noch door de reisorganisator, noch door de verhuurder worden voorzien en ook niet worden beïnvloed. Wel wordt altijd geprobeerd klanten te helpen. De stelling van klager dat de verhuurder niet wilde meegaan naar de politie is incorrect. De ervaring leert dat als je naar de politie gaat op het moment dat er geen overlast is, de politie niets kan en zal doen. Daarom is het advies gegeven om direct de politie te bellen bij het eerstvolgende moment van overlast. Voor zover valt na te gaan is dit ook gebeurd.   De reisorganisator heeft op 9 oktober 2008 als tegemoetkoming voor het ongemak een vergoeding aangeboden van € 100,–, en vindt dit redelijk.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Klager mocht erop rekenen dat de gehuurde villa zou voldoen aan de door de reisorganisator verstrekte beschrijving en ook voorts geen gebreken zou vertonen. In dat kader is de commissie met klager van oordeel dat de reisorganisator dan wel de beheerder had moeten zorg dragen voor herstel van de gebreken zoals deze eerder waren geconstateerd en opgeschreven, zodat bij aankomst van klager alles zou werken. Klager stelde immers, en dit is niet door de reisorganisator bestreden, dat de villa de week voor de aankomst van klager niet was verhuurd. Er was derhalve voldoende gelegenheid om de gebreken nog voor klagers aankomst te verhelpen. Anderzijds had klager de beheerder in de gelegenheid moeten stellen het gebrek aan de elektriciteitsvoorziening dan wel de airconditioning te verhelpen, waarna klager nog een aantal dagen over werkende airconditioning had kunnen beschikken en de schade beperkt was gebleven.   Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat enerzijds de reisorganisator het verwijt valt te maken dat de bij de beheerder bekende gebreken in de villa niet werden verholpen voor klagers aankomst en anderzijds klager valt te verwijten dat deze bij de beheerder onvoldoende heeft aangedrongen op een spoedige reparatie van de elektrische installatie dan wel de airconditioning en voorts zelfs geheel heeft afgezien van een reparatie gedurende zijn verblijf. De commissie is derhalve van oordeel dat de reisorganisator klager weliswaar een hogere vergoeding verschuldigd is dan werd aangeboden, maar tevens dat het redelijk is dat de hoogte van de vergoeding wordt beperkt omdat klager de beheerder onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld de vereiste reparatie uit te voeren. Derhalve stelt de commissie de vergoeding voor het ontbreken van werkende airconditioning gedurende klagers verblijf, in redelijkheid en billijkheid vast op 10% van de reissom.   Ter zake de klacht over de gebrekkige assistentie bij het oplossen van het conflict met de buren merkt de commissie op dat in beginsel een reisorganisator, noch een accommodatieverschaffer aansprakelijk kan worden gesteld voor het gedrag van bewoners van omliggende villa’s in een woonwijk. Waar het betreft de reactie van de beheerder op het verzoek van klager, spreken partijen elkaar tegen. De beheerder stelt dat hij klager heeft geadviseerd de politie te bellen op het moment dat de overlast zich weer zou voordoen. Klager stelt dat de beheerder hem heeft ontmoedigd de politie in te schakelen en ook heeft geweigerd om mee te gaan naar de politie. De commissie is van oordeel dat een huurder die zich in een dergelijk geval tot een beheerder dan wel tot een reisorganisatie richt afhankelijk van de situatie wel enige bijstand mag verwachten. Het advies om de politie in te schakelen op het moment dat de overlast zich weer zou voordoen vindt de commissie, gezien de geschetste omstandigheden, een adequaat advies. De beheerder heeft daarmee, in dit geval, voldoende bijstand geboden.   De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 260,–. Het reeds aangeboden bedrag is hierin begrepen. Betaling, indien en voor zover nog niet geschied, dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 100,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 16 juli 2009.