Gelet op de aankoopprijs van de auto hoeft de consument een dergelijke, niet geringe hinderlijke (rij-)eigenschap c.q. producteigenschap niet te verwachten. Overeenkomst ontbonden.

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Fabricagefout    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: VOE06-0683

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 12 april 2004 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte [merk auto] [type] [model] tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 21.500,–.   De overeenkomst is uitgevoerd op 23 april 2004.   De consument heeft op in mei 2004 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De auto is in twee jaar tijd zeven maal gerepareerd aan het benzine-inspuitsysteem, maar zonder resultaat. De auto rijdt nog steeds niet goed. Zowel de ondernemer als [importeur] erkennen het probleem van dit type motor.   De consument heeft na al deze reparaties geen vertrouwen meer in de auto.   De consument is niet bereid het aanbod van de ondernemer om de periodieke kosten van het reinigen van de [type] motor, zolang zij eigenaar blijft van de auto, voor haar rekening te nemen aangezien dit geen oplossing is voor het probleem.   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De kilometerstand bij aankoop was 48.126; de teller staat nu op ongeveer 90.000 km. De deskundige heeft de auto onderzocht kort nadat door de ondernemer de motor voor de zoveelste keer is gereinigd.   Het probleem is dat de motor inhoudt. Bij langzaam gas geven gaat het iets beter. Het probleem blijft bestaan. Een andere brandstof is niet de oplossing.   Ik ben er met de ondernemer niet uitgekomen aangezien ik alleen bereid ben om in het kader van een inruil het prijsverschil volgens de koerslijst tussen de oude en de nieuwe auto te betalen.   De consument verlangt een structurele oplossing van het probleem en wenst ontbinding dan wel vervanging door een gelijkwaardige auto zonder directe benzine-inspuiting.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer is bereid, na interventie van [importeur], om de reinigingskosten van de [type] motor die nog moeten komen te vergoeden zolang de consument eigenaar van de auto is.   De ondernemer heeft de intentie het probleem uit de wereld te helpen.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   [Merk] is in 2004 met de productie van de motor gestopt. Men had langer moeten testen. Het is een ontwikkelingsfout. Het probleem blijft ook al wordt er andere brandstof toegepast. De door ons uitgevoerde aanpassingen aan de motor hebben niet tot een structurele verbetering geleid.   We hebben de consument diverse aanbiedingen gedaan maar we zijn er niet uitgekomen. De consument was niet bereid een redelijke afschrijving voor haar rekening te nemen.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   De klacht betreft structurele problemen met het [type] systeem (direct ingespoten benzine).   Vooronderzoek: [Merk] en andere merken hebben gedurende een vrij korte periode een direct ingespoten benzine motor in de markt gezet. In de praktijk functioneerden deze motoren niet helemaal vlekkeloos, op lange afstanden en fors door rijden ging het wel, maar bij kortere ritten en stadsverkeer ontstonden er problemen met de “gelijkloop”van de motor en inhouden van deze. De grondoorzaak is dat de brandstof koud wordt ingespoten, vervolgens op het “porselein” van de bougies komt en een grote thermische belasting veroorzaakt. De roetvorming die dan kan ontstaan “hoopt” zich op in diverse plekken, zuigerveren gaan vastzitten, cilinderkop vervuilt et cetera. Met alle geschetste problemen van dien. Als de genoemde problemen een te grote omvang aannamen, dan was de- en montage van de cilinderkop, reinigen, zomede kleppen vervangen en andere delen van de motor, met name zuigerveren noodzakelijk. Kortom een hele klus. Maar er zijn wel preventieve maatregelen te nemen; brandstof van een hoogwaardige kwaliteit gebruiken (RON 98, V-Power). Een periodieke reiniging van de motor wordt zeer sterk aanbevolen, zelfs verplicht. De lichte verontreinigingen – als ze tijdig opgespoord worden – voorkomen de negatieve aspecten. Hoe een en ander te controleren valt, zal ik bij onderzoek aangeven. Genoemde problemen hebben aanleiding gegeven de productie te staken.   Onderzoek: Bij de auto van de consument zijn auto zijn in januari van dit jaar de reparaties uitgevoerd welke ik bij vooronderzoek heb beschreven. Een controle hierop is door het uitvoeren van een viergastest, met name aandacht voor het HC gehalte (onverbrande koolwaterstof) en deze is uitstekend. Te hoge waarden zijn onjuist (roet). Ook de katalysator doet uitstekend zijn werk. Het uitlezen van de On Board Diagnostic (OBD) systemen, bracht geen storing aan het licht. In de bijlage ziet men het resultaat, 0 storingen.   Resumé; motor “draait” nu goed en is niet vervuild. Constructie van de fabrikant is niet te wijzigen. Inherent aan de uitvoering. Let op adviezen inzake reinigen van de motor (eventueel een additief) en brandstof van een goede kwaliteit.   Herstel is technisch niet mogelijk, onderhoud wel.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie stelt voorop dat tussen partijen niet in het geding is dat sprake is van een minder prettige eigenschap van de motor van de auto van de consument, die daaruit bestaat dat de auto bij het gasgeven in meerdere of mindere mate inhoudt en dat de auto als gevolg van het gekozen inspuitsysteem vervuilt en regelmatig moet worden gereinigd.   De ondernemer stelt zich op het standpunt dat hij alles in het werk heeft gesteld om het euvel te verhelpen, maar dat er geen technische oplossing voorhanden is.   De consument stelt zich op het standpunt dat nu na talloze reparaties in de afgelopen jaren is gebleken dat het probleem niet is te verhelpen hem een structurele oplossing van het probleem moet worden aangeboden.   De commissie is van oordeel dat hoewel sprake is van een producteigenschap daarmee nog niet gezegd is dat de consument deze eigenschap voor lief heeft te nemen, te meer niet nu is komen vast te staan en ook door het onderzoek van de door de commissie ingeschakelde deskundige wordt bevestigd dat het euvel zich voordoet en niet voor herstel vatbaar is.   Met de consument is de commissie dan ook van mening dat mede gelet op de aankoopprijs van de auto van de consument een dergelijke hinderlijke (rij-)eigenschap niet behoefde te verwachten.   Het euvel is naar het oordeel van de commissie niet van zo’n geringe betekenis dat de consument in redelijkheid op deze grond geen ontbinding zou kunnen vorderen. Daarbij neemt de commissie in overweging dat de auto de afgelopen periode tenminste zeven maal voor de onderhavige klacht in de garage van de ondernemer ter reparatie is aangeboden. Van de consument kan dan ook in redelijkheid niet worden verwacht dat zij zonder verdere vergoeding genoegen moet nemen met het aanbod van de ondernemer de kosten van het periodiek reinigen van de auto voor zijn rekening te nemen.   De commissie heeft ter zitting geconstateerd dat beide partijen een structurele oplossing voor hun geschil wensen, maar dat de door de ondernemer aangedragen oplossingen voor de consument niet aanvaardbaar waren.   Gelet op het voorgaande zal de commissie de ontbinding uitspreken. De commissie is van mening dat een redelijke gebruiksvergoeding gelet op het aantal gereden kilometers op zijn plaats is en stelt het door de ondernemer aan de consument in het kader van de uit te spreken ontbinding te betalen bedrag vast op € 13.500,– waartegenover de consument gehouden is de auto met toebehoren aan de ondernemer ter beschikking te stellen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De overeenkomst van 12 april 2004 wordt ontbonden verklaard. Dit betekent dat de consument de auto bij de ondernemer moet inleveren met alle daarbij behorende bescheiden zoals het kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs, de sleutels en het onderhoudsboekje. Hiertegenover is de ondernemer gehouden een bedrag van € 13.500,– aan de consument te betalen en deze een vrijwaringsbewijs te verstrekken.   Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit dit bindend advies te voldoen.   Een en ander dient te geschieden binnen een termijn van vier weken na de verzenddatum van dit bindend advies.   Indien een en ander door nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied betaalt de ondernemer, zonder dat een nadere in verzuimstelling noodzakelijk is, in plaats daarvan aan de consument een schadevergoeding van € 5.000,– en staat het de consument vrij naar goeddunken over de auto te beschikken.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie, na matiging, een bedrag van € 51,25 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 222,50.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, op 25 mei 2007.