Geschil betreft Wet zorg en dwang; commissie onbevoegd

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Gehandicaptenzorg    Categorie: Bevoegdheid    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 215702/239818

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Vanwege zorgen omtrent de veiligheid van de cliënte heeft de zorgaanbieder de cliënte in 2020 tijdelijk overgeplaatst van haar woonlocatie in Almelo naar een locatie in Oldenzaal. De cliënte verwijt de zorgaanbieder dat de tijdelijke crisisplaatsing onvrijwillig nog steeds voortduurt waardoor de cliënte ver van de voor haar bekende omgeving woont.
Naar het oordeel van de commissie ziet de klacht van de cliënte niet op de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder aan de cliënte heeft geleverd, maar op het onvrijwillige karakter van de verlenging van de tijdelijke crisisplaatsing. Op deze onvrijwillige zorg is de Wet zorg en dwang (Wzd) van toepassing die een eigen rechtsgang kent. De commissie is uitsluitend bevoegd om te oordelen over geschillen die zien op de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De commissie verklaart zich dan ook onbevoegd het geschil te behandelen.

De uitspraak

In het geschil tussen

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënte)

en

Aveleijn, gevestigd te Borne
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).
gemachtigde: mevrouw mr. [naam], [naam advocatenkantoor]

Samenvatting
Vanwege zorgen omtrent de veiligheid van de cliënte heeft de zorgaanbieder de cliënte in 2020 tijdelijk overgeplaatst van haar woonlocatie in Almelo naar een locatie in Oldenzaal. De cliënte verwijt de zorgaanbieder dat de tijdelijke crisisplaatsing onvrijwillig nog steeds voortduurt waardoor de cliënte ver van de voor haar bekende omgeving woont.
Naar het oordeel van de commissie ziet de klacht van de cliënte niet op de kwaliteit van de zorg die de zorgaanbieder aan de cliënte heeft geleverd, maar op het onvrijwillige karakter van de verlenging van de tijdelijke crisisplaatsing. Op deze onvrijwillige zorg is de Wet zorg en dwang (Wzd) van toepassing die een eigen rechtsgang kent. De commissie is uitsluitend bevoegd om te oordelen over geschillen die zien op de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). De commissie verklaart zich dan ook onbevoegd het geschil te behandelen.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 14 maart 2024 te Utrecht.

Partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunt toegelicht. De cliënte heeft de zitting digitaal bijgewoond en werd bijgestaan door mevrouw [naam], cliëntvertrouwenspersoon. Mevrouw [naam], collega van mevrouw [naam] was als toehoorder aanwezig.

Ter zitting werd de zorgaanbieder vertegenwoordigd door de heer [naam], manager locatie de Citadel in Oldenzaal, mevrouw [naam], gedragswetenschapper en mevrouw [naam], advocaat.

Beoordeling

Klacht van de cliënte
De cliënte heeft tot de zomer van 2020 zelfstandig in Almelo gewoond in een woning met eigen ingang en tuin. Zij ontving begeleiding vanuit de nabijgelegen woonlocatie Hedeman van de zorgaanbieder. In de zomer van 2020 is de cliënte vanwege een onveilige situatie tijdelijk in crisisopvang geplaatst in locatie De Citadel in Oldenzaal. De cliënte heeft meteen aangegeven dat zij het niet eens was met de crisisplaatsing. Na de crisisplaatsing van zes tot acht weken is zonder overleg met de cliënte door de zorgaanbieder besloten dat de cliënte op de locatie in Oldenzaal moest blijven wonen. Haar woning in Almelo werd aan iemand anders toegekend. De cliënte werd op onterechte gronden wilsonbekwaam verklaard, maar dat is teruggedraaid. Pas na anderhalf jaar, in maart 2022, werd de cliënte in contact gebracht met haar huidige cliëntvertrouwenspersoon Wzd. Met haar hulp heeft de cliënte de zorgaanbieder verzocht haar weer een woning in Almelo toe te kennen, maar dat is nog steeds niet gelukt. De cliënte verwijt de zorgaanbieder dat zij niet meteen na de crisisplaatsing heeft kunnen terugverhuizen naar haar woning in Almelo. Sinds september 2020 verblijft de cliënte tegen haar wil in Oldenzaal. Door toedoen van de zorgaanbieder is de cliënte haar leefomgeving, haar sociale contacten en haar plezier in het leven kwijtgeraakt. De cliënte verlangt een schadevergoeding voor de door haar geleden schade van € 25.000,– van de zorgaanbieder. Die schade bestaat uit een materieel deel ten aanzien van de kosten die zij zal moeten maken voor de herinrichting van een nieuwe woning en uit een immaterieel deel ten aanzien van het emotionele leed dat de cliënte door de zorgaanbieder is aangedaan.

Standpunt van de zorgaanbieder
Vanaf 2007 ontving de cliënte ambulante begeleiding van de zorgaanbieder in Almelo. In 2014 is zij verhuisd naar een woning die verbonden is aan de locatie Hedema waarmee de cliënte meer in de nabijheid van de begeleiding was en gemakkelijker een beroep op hen kon doen. Begin 2019 waren er zorgwekkende signalen over de thuissituatie van de cliënte. Er waren vermoedens dat de zoon van de cliënte drugs dealde in haar woning en de cliënte door hem werd bedreigd. In september 2019 is de cliënte tweemaal kort durend in crisisopvang op een locatie van de zorgaanbieder geplaatst. In 2020 waren er weer zorgen omtrent de veiligheid van de cliënte en in augustus 2020 is de cliënte op haar eigen verzoek tijdelijk ondergebracht op een andere locatie, omdat zij werd mishandeld door haar zoon. De cliënte is op 11 augustus 2020 overgeplaatst naar locatie De Citadel in Oldenzaal. De bedoeling was dat dit verblijf tijdelijk zou zijn en ondertussen een plan zou worden opgesteld voor de langere termijn om de cliënte elders naartoe te verhuizen. De cliënte gaf al snel aan dat ze zich niet prettig en afgesloten voelde op de locatie in Oldenzaal. Vanwege de weerstand die de cliënte ervoer tegen het wonen in Oldenzaal heeft de zorgaanbieder zich gaandeweg gerealiseerd dat wellicht de Wzd van toepassing was op de situatie van de cliënte en het stappenplan van de Wzd had moeten worden gevolgd. De zorgaanbieder is tot het inzicht gekomen dat in 2020 te veel is gehandeld vanuit de zorg voor veiligheid van de cliënte, maar dat niet met de cliënte is besproken hoe zij zelf de verhuizing had ervaren en wat haar wensen waren. De zorgaanbieder heeft de cliënte in contact gebracht met een cliëntvertrouwenspersoon Wzd en er is ingezet op de terugkeer van de cliënte naar Almelo. Er is intensief naar alternatieven voor de cliënte gezocht, maar dit was niet eenvoudig vanwege veiligheid van de cliënte en haar woonwensen. De cliënte heeft een klacht op grond van de Wzd ingediend bij de Regionale Klachtencommissie Twente (RKC). Tegen een advies van de RKC staat geen beroep open bij de Geschillencommissie, maar bij de civiele rechter. Zowel de cliënte als de zorgaanbieder wensen de klacht en het verzoek tot het toekennen van schadevergoeding aan de commissie voor te leggen als ware het een klacht in het kader van de Wkkgz.

Hoorzitting
Tijdens de hoorzitting heeft de manager van de locatie van de zorgaanbieder in Oldenzaal te kennen gegeven dat inmiddels een woning voor de cliënte in Almelo is gevonden die voldoet aan de wensen van de cliënte. De cliënte heeft dat ter zitting bevestigd. De woning is gelegen in haar voormalige buurt waar zij bekend en vertrouwd is. De locatiemanager heeft ter zitting toegezegd dat de woning wordt gestoffeerd en ingericht op kosten van de zorgaanbieder in samenspraak met de cliënte waarmee volledig aan haar verzoek tot het toekennen van een materiële schadevergoeding wordt voldaan.

Oordeel commissie
Alvorens de commissie zich inhoudelijk kan buigen over de klacht van de cliënte dient zij zich uit te spreken over de vraag of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.

De klacht van de cliënte ziet op de onvrijwilligheid van de zorg die haar door de zorgaanbieder is verleend. Hoewel de cliënte al vanaf augustus 2020 bij een tijdelijke crisisplaatsing in Oldenzaal te kennen had gegeven terug te willen verhuizen naar Almelo werd zij niet gehoord en werd haar verzoek niet gehonoreerd. De zorgaanbieder heeft erkend dat de cliënte al in 2020 te kennen had gegeven dat zij zich niet prettig en afgesloten voelde op de locatie in Oldenzaal en dit bij haar veel weerstand opriep. De zorgaanbieder heeft in dit kader opgemerkt dat wellicht de Wzd op de situatie van de cliënte van toepassing is en het stappenplan van de Wzd had moeten worden doorlopen. De commissie deelt dat standpunt. De klacht van de cliënte ziet dan ook op de toepassing van de Wzd, of liever het ten onrechte achterwege laten daarvan. De zorgaanbieder heeft de cliënte om die reden in contact gebracht met een cliëntenvertrouwenspersoon Wzd, zo begrijpt de commissie. Met haar vertrouwenspersoon heeft de cliënte op grond van de Wzd een klacht ingediend bij de RKC. Voor zover en indien partijen zich niet kunnen vinden in een uitspraak van die commissie staat een rechtsgang naar de gewone rechter open. Partijen hebben evenwel de commissie gevraagd het geschil te toetsen. De commissie is slechts bevoegd om geschillen te toetsen waarop de Wkkgz van toepassing is. De commissie is om die reden niet bevoegd het geschil tussen partijen te behandelen.

De klacht van de cliënte ziet immers niet op de kwaliteit van de aan haar geleverde zorg (Wkkgz), maar op de onvrijwilligheid van het kader waarin haar die zorg is verleend. Op die onvrijwillige zorg is een andere, specifieke wettelijke regeling van toepassing, de Wzd. Dat beide partijen hebben aangeven een toetsing door de commissie te verlangen maakt de beslissing van de commissie niet anders.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Gehandicaptenzorg, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer drs. P. Quaedvlieg, mevrouw mr. O.A.M. Floris, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. J.C. Quint, secretaris, op 14 maart 2024.