Geschil ligplaatsverhuur: Oordeel inzake opzegging en restitutie

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Water    Categorie: Beëindiging / opzegging / HISWA-voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 210957/229481

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil draait om een ligplaatsverhuur vanaf 1 juni 2022, opgezegd door de consument in februari 2023 vanwege financiële redenen. Hij verzocht om restitutie van de betaalde huur voor 2023, wat de ondernemer weigerde volgens HISWA-voorwaarden. De consument bood aan het contract over te dragen aan een nieuwe huurder, wat ook geweigerd werd. De commissie oordeelde dat de opzeggingstermijn niet volgens HISWA-voorwaarden was, waardoor de huurovereenkomst doorliep tot april 2024 en de consument geen recht had op restitutie. Hoewel begrip werd getoond voor de frustratie van de consument, wees de commissie de vordering af omdat er geen overeenkomsten waren voor restitutie. De ondernemer was boos vanwege een advertentie op Marktplaats voor de ligplaats. Uiteindelijk concludeerde de Geschillencommissie Waterrecreatie dat de klacht van de consument ongegrond was en wees het verzoek om restitutie af.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de verhuur van een ligplaats voor de periode vanaf 1 juni 2022 tot wederopzegging van
één van beide partijen, voor een huurprijs van € 719,87 per jaar, exclusief overige kosten.
De consument heeft in februari 2023 de klacht per e-mail aan de ondernemer voorgelegd.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt
het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft een ligplaats gehuurd bij de ondernemer. Op 6 februari 2023 heeft de consument de
huur van de ligplaats opgezegd. De consument heeft om financiële redenen de boot van de hand moeten
doen in januari 2023. De consument had de factuur voor de huur van de ligplaats voor het jaar 2023 al
voldaan en verzocht daarom om restitutie. Toen dit werd geweigerd heeft de consument voorgesteld om
zijn contract over te dragen aan een nieuwe huurder. Ook dit werd door het bestuur geweigerd, zonder
enige motivatie. De ondernemer bleek niet bereid het liggeld terug te betalen. De consument verlangt
terugbetaling van het liggeld.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern
komt het standpunt op het volgende neer.

De consument was per 1 juni 2022 huurder van een ligplaats. Op 6 februari 2023 ontving de ondernemer
per e-mail de opzegging van de ligplaats. De ondernemer hanteert de HISWA-voorwaarden voor de haven
en de Recron-voorwaarden voor het campinggedeelte. Conform de HISWA-voorwaarden restitueren zij
geen betaalde gelden indien in de loop van het jaar de ligplaats wordt opgezegd. Hiervoor is ook nergens
een afwijkingsclausule opgenomen. Ingeval van overlijden van de man c.q. vrouw, kunnen zij, na overleg in
het bestuur, wel overgaan tot gedeeltelijke restitutie. De door de consument opgegeven financiële reden is
geen reden tot restitutie.

De ondernemer heeft de consument ook meegedeeld dat de door hem voorgestelde overname van het
contract niet mogelijk is en dat deze handelwijze onderhuur betreft, hetgeen is uitgesloten in de HISWA-voorwaarden. Ook acht de ondernemer het onjuist dat de consument de ligplaats op marktplaats heeft
gezet.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Vast staat dat de consument bij de ondernemer een ligplaats heeft gehuurd voor de periode vanaf 1 juni
2022 tot wederopzegging van een van beide partijen. In de huurovereenkomst is opgenomen dat het
kalenderjaar duurt van 1 januari tot 31 december en wordt verwezen naar het Havenreglement en de
toepasselijke HISWA-voorwaarden. In het Havenreglement is in artikel 13 bepaald dat de huur van een
vaste ligplaats door de huurder vóór 15 november van enig jaar schriftelijk kan worden opgezegd, bij
gebreke waarvan de huurovereenkomst voor het daaropvolgende seizoen automatisch wordt verlengd.
Voorts staat vast dat consument de huur van de ligplaats heeft opgezegd per e-mail van 6 februari 2023.
Ingevolge het eerste lid van artikel 8 van de HISWA-voorwaarden gaan partijen de huurovereenkomst aan
voor een periode van 1 jaar en duurt het jaar van 1 april tot 1 april van het daaropvolgende jaar, tenzij
partijen iets anders overeenkomen. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel 8 wordt de
huurovereenkomst voor één jaar (of voor een zomer- of winterseizoen) aan het einde van die periode
stilzwijgend voor dezelfde periode verlengd, tenzij één van partijen de overeenkomst uiterlijk drie maanden
vóór het begin van de nieuwe huurperiode schriftelijk of elektronisch opzegt.

De commissie constateert dat ten aanzien van de opzeggingstermijn sprake is van conflicterende
bepalingen in de HISWA-voorwaarden en het Havenreglement. Ingevolge artikel 10 lid 3 van de HISWAvoorwaarden gaan de algemene voorwaarden voor als er verschillen zijn tussen deze algemene
voorwaarden en het Havenreglement.

De consument heeft de huur van de ligplaats opgezegd per 6 februari 2023 en dus niet uiterlijk drie
maanden vóór 1 april 2023. Op basis van de tussen partijen geldende HISWA-voorwaarden is een
dergelijke tussentijdse opzegging niet mogelijk. Hierdoor blijft de huurovereenkomst voor de huurperiode 1
april 2023 tot 1 april 2024 door de opzegging per 6 februari 2023 onaangetast, hetgeen betekent dat de
consument geen recht heeft op restitutie van de betaalde huurprijs. Alleen indien partijen hierover nadere
afspraken hebben gemaakt, bestaat er mogelijk wel een recht op restitutie van (een deel van) de huurprijs,
maar daarvan is hier niet gebleken. De commissie acht daarom onvoldoende grond aanwezig om de
ondernemer te verplichten een restitutie toe te passen. De vordering van de consument wordt daarom
afgewezen, maar de commissie begrijpt dat de consument ongelukkig is met de halsstarrige houding van
de ondernemer in deze kwestie, mede gezien de verklaring van de consument dat hij een nieuwe huurder
voor zijn ligplaats had gevonden en de omstandigheid dat de ondernemer – blijkens haar verweer – de
ligplaats per 12 juli 2023 opnieuw had verhuurd.

Aan de andere kant begrijpt de commissie ook dat de ondernemer ontstemd is geraakt toen hij door derden
geconfronteerd werd met de door de consument geplaatste advertentie op marktplaats.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. J.N. de Blécourt,
voorzitter, de heer J. Zetzema, mevrouw mr. M. Lodewijkx – Spithoff, leden, in aanwezigheid van mevrouw
mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 13 november 2023.