Geschil over Diagnose Behandel Combinatie (DBC) is een geschil over de behandelovereenkomst

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zelfstandige Klinieken    Categorie: werkterrein commissie    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: ontvankelijkverklaring   Uitkomst: ontvankelijk   Referentiecode: 68463/128877

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De klaagster stelt dat de zorgaanbieder op de factuur zorg heeft gezet die niet aan haar geleverd is. Volgens de zorgaanbieder is de klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat zij niet eerder haar klacht bij de zorgaanbieder zelf heeft ingediend en omdat dat commissie niet bevoegd is om te oordelen over een niet-inhoudelijke klacht over een factuur. De commissie oordeelt dat dit geschil gaat over het nakomen van een behandelovereenkomst en niet over een niet-inhoudelijke klacht over een factuur. Daarnaast heeft de klaagster de factuur betaald en gaat het dus ook niet over een niet-betaling van een factuur. Verder heeft de klaagster een ongedateerde brief en een e-mail met haar klacht aan de zorgaanbieder gestuurd. De zorgaanbieder heeft op de e-mail uitgebreid gereageerd. Op basis hiervan oordeelt de commissie dat de klaagster wel eerst de klacht heeft ingediend bij de zorgaanbieder zelf. Daarom wordt de klacht ontvankelijk verklaard.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen

[Klaagster], wonende te [woonplaats]

en

The Hand Clinic, gevestigd te Amsterdam
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
De Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken (verder te noemen: de commissie) heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken. Uit de stukken blijkt dat eerst moet worden vastgesteld of klaagster in haar klacht ontvankelijk is.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2021 te Amsterdam.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
Het geschil gaat over de factuur van 21 december 2020, waarmee de zorgaanbieder een bepaalde DBC-code heeft gefactureerd.

De zorgaanbieder heeft naar voren gebracht dat klaagster niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar klacht. Daarover moet de commissie eerst beslissen, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De zorgaanbieder is van mening dat klaagster om twee redenen niet-ontvankelijk is in haar klacht.

Op de eerste plaats heeft klaagster haar klacht niet eerder kenbaar gemaakt aan de zorgaanbieder. Zij heeft dus geen gebruik gemaakt van de interne klachtenprocedure. Het volgen van die klachtenprocedure is volgens de zorgaanbieder een voorwaarde voor het rechtsgeldig kunnen indienen van een klacht bij de commissie.

Op de tweede plaats constateert de zorgaanbieder dat klaagster het niet eens is met een factuur, waaraan geen inhoudelijke klacht ten grondslag is. De commissie is niet bevoegd niet-inhoudelijke klachten over een factuur in behandeling te nemen. Ook om die reden zou klaagster volgens de zorgaanbieder niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Standpunt van klaagster
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Volgens klaagster gaat haar klacht niet over de factuur, maar over het gegeven dat de zorgaanbieder zorg factureert die haar niet geleverd is. Over haar klacht heeft klaagster wel degelijk vooroverleg gevoerd met de zorgaanbieder, onder andere de directeur van de zorgaanbieder.

Beoordeling van het geschil
De commissie is van oordeel dat de klacht inhoudelijk kan worden behandeld. De cliënt is dus ‘ontvankelijk’.

In de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (WKKGZ) en het reglement van de commissie is bepaald in welke gevallen de commissie een klacht mag behandelen en in welke gevallen niet.

Het is geen geschil over de niet-betaling van een factuur.
Volgens artikel 5 van het reglement van de commissie moet de commissie ‘ambtshalve’ (dat betekent: ook als er geen beroep wordt gedaan op deze bepaling) de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaren als het een geschil betreft over de niet-betaling van een factuur en daaraan geen inhoudelijke klacht ten grondslag ligt.

Klaagster is gezien door een chirurg van de zorgaanbieder, en zij heeft een echo laten maken van haar pols. Daarna heeft de chirurg nog telefonisch met de cliënt gesproken. Het gaat in dit geval dus om een geneeskundige behandelovereenkomst. De klacht over het openen van een bepaalde Diagnose Behandel Combinatie ziet op de nakoming van die behandelovereenkomst. Er is daarmee sprake van een geschil tussen klaagster en de zorgaanbieder dat naar het oordeel van de commissie voortvloeit uit de behandelovereenkomst.

Overigens heeft klaagster de factuur betaald. Strikt genomen gaat de klacht dus niet over de niet-betaling van een factuur.

De interne klachtenprocedure.
Het tweede ontvankelijkheidsvereiste is dat klaagster de interne klachtenprocedure volgt. De commissie staat voor laagdrempelige geschillenbeslechting. Toch kan van een klaagster worden geëist dat zij, voordat zij een klacht indient bij de commissie, de klacht bespreekt met de zorgaanbieder. Dat is het uitgangspunt van de WKKGZ. Als zij dat niet doet, en de zorgaanbieder vindt dat dat wel had gekund, verklaart de commissie de klaagster niet ontvankelijk in haar klacht. De zorgaanbieder doet in dit geval een beroep op die regeling. De vraag is of klaagster die interne klachtenprocedure heeft gevolgd, dan wel of er gegronde redenen zijn geweest voor klaagster om haar klacht rechtstreeks bij de commissie in te dienen.

Klaagster heeft met haar klacht een ongedateerde brief meegestuurd, waarin zij haar klacht kenbaar maakt aan de zorgaanbieder. De zorgaanbieder heeft daarover gezegd dat zij die nooit heeft ontvangen. Maar uitgaande van die klachtbrief heeft klaagster in ieder geval geprobeerd haar klacht bij de zorgaanbieder voor te leggen. Alleen al daarom kan aan klaagster niet worden tegengeworpen dat zij niet eerst de interne klachtenprocedure heeft gevolgd.

Los daarvan blijkt uit het e-mailbericht van 28 december 2020 dat klaagster het nog oneens is met de uitleg die de zorgaanbieder heeft gegeven over de factuur. De zorgaanbieder heeft daar uitgebreid op gereageerd met haar e-mailbericht van 5 januari 2021. Naar het de commissie voorkomt heeft de zorgaanbieder daarmee toepassing gegeven, althans kunnen geven aan de interne klachtenprocedure.

De conclusie.
Op grond van het voorgaande is klaagster ontvankelijk in de klacht. Dat betekent dat de commissie het geschil inhoudelijk zal behandelen. Klaagster en de zorgaanbieder zullen door het secretariaat van de commissie worden geïnformeerd over het vervolg van de procedure.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De cliënt wordt in de klacht ontvankelijk verklaard.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken, bestaande uit mr. A.D.R.M Boumans, voorzitter, dr. J.F.A. van der Werff, mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 12 oktober 2021.