Geschil over facturering vaartuigwerkzaamheden

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Water    Categorie: Factuur / Kosten    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 225631/234877

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil draait om werkzaamheden aan het vaartuig van de consument, waarvoor twee facturen zijn verzonden. De consument betwist de werkzaamheden op de tweede factuur, waarvan een bedrag van €1.228,44 niet is betaald. Hij klaagt over te veel in rekening gebrachte uren en onjuiste kosten, zoals voor lunchtijd van de monteur en in- en uitladen van gereedschap. De ondernemer verdedigt de factuur, verwijzend naar HISWA-voorwaarden en stelt dat de werkzaamheden redelijk zijn uitgevoerd. De commissie oordeelt dat er onvoldoende duidelijke afspraken waren, maar dat de in rekening gebrachte uren de redelijkheid overschrijden. Een deel van de kosten moet worden gecrediteerd. Het resterende bedrag uit het depot van €1.228,44 wordt vastgesteld op €685,11, dat aan de ondernemer moet worden betaald.  De klacht wordt ten dele gegrond verklaard.

De uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden aan het vaartuig van de
consument, waarvoor op 20 juni 2023 en 18 juli 2023 twee facturen zijn verzonden van respectievelijk
€ 2.530,20 en € 1.228,44, totaal € 4.758,64. Het geschil betreft de in rekening gebrachte werkzaamheden
op de tweede factuur.

De consument heeft een bedrag van € 1228,44 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt
het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op of omstreeks 20 juni 2023 de ondernemer opdracht gegeven de boegschroef in zijn
boot te vervangen door een nieuwe zwaardere boegschroef.

De ondernemer heeft op genoemde dag de nieuwe boegschroef geïnstalleerd en heeft de consument
daarvoor een factuur van € 2.530,20 gestuurd. Deze heeft de consument direct zonder protest voldaan.
De volgende dag bleek de boegschroef niet te werken en bleek ook de zekering doorgebrand. Vervolgens
heeft de ondernemer getracht een nieuw laadsysteem te installeren middels het via een (of meerdere)
relais opladen van de (start)accu’s via de Victron lader (walstroom), echter zonder succes, Ook moesten er
in verband met de zwaardere boegschroef dikkere kabels en een zwaardere zekering gemonteerd worden.
Het voltage bleek te hoog en de consument kreeg ook waarschuwingen dat de accu’s te warm waren
omdat het systeem bleef laden. Vervolgens heeft de consument zelf het laadsysteem uitgeschakeld en
heeft hij de ondernemer van het probleem op de hoogte gesteld. Daarna heeft de ondernemer het relais
weer verwijderd.

De ondernemer heeft op 18 juli 2023 de consument een tweede factuur gestuurd voor het bedrag van
€ 1.228,44. De consument maakt bezwaar tegen de hoogte van deze tweede factuur (hierna: de factuur).
De consument betwist de omvang en berekening van de gedeclareerde werkzaamheden van negen uren
ad € 82,50 per uur. Samen met de eerste factuur heeft de ondernemer in totaal 14 uren arbeid aan de
consument in rekening gebracht voor het vervangen en aansluiten van de boegschroef. Dat is veel te veel.
De consument had de ruimtes van tevoren goed toegankelijk gemaakt zodat de monteur direct kon starten
met zijn werkzaamheden. De consument had de verdere installatie (na 20 juni 2023) niet veel hoger
ingeschat dan € 600,–.

De consument is het er voorts niet mee eens dat zowel voor de installatie van het relais als voor de installatie kosten in rekening zijn gebracht waar hij uiteindelijk niets aan heeft. Indien hij van tevoren was
geïnformeerd over de mogelijke gevolgen en eventuele kosten van een dergelijke installatie had de
consument een duidelijke keuze kunnen maken.

Ook is de consument het er niet mee eens dat er uren in rekening zijn gebracht voor het in- en uitladen van
gereedschap in de privéauto van de monteur, het moeten ophalen van onderdelen die niet voorradig in de
auto waren en zelfs voor de lunchtijd van de monteur. De consument meent dat de ondernemer een
monteur had moeten sturen in het bezit van een goed uitgeruste bus waar het juiste gereedschap en
hoogstwaarschijnlijk ook de benodigde onderdelen standaard in liggen. Ook is er naar de mening van de
consument minder strak gekeken naar de door de monteur opgegeven gewerkte uren en zijn deze steeds
naar boven afgerond.

Ten slotte verwijt de consument de ondernemer dat de monteur pas achteraf (nadat de consument het
laadsysteem weer had uitgezet) heeft gevraagd of hij nog een extra laaduitgang had om de startaccu’s te
laden. Dat heeft de consument toen bevestigd, er was een druppellader aansluiting aanwezig.
De consument heeft zijn klacht(en) bij de ondernemer gemeld. De consument verlangt creditering van de
factuur voor een bedrag van € 1.228,44, welk bedrag de consument bij de commissie in depot heeft
gestort.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern
komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer is van mening dat zij conform de Hiswa-voorwaarden de werkzaamheden hebben
uitgevoerd. De werkzaamheden die op locatie zijn uitgevoerd zijn de in lijn met de gemiddelde uren die
nodig zijn om een boegschroef in te bouwen en elektra-aanpassingen te verrichten et cetera. De
ondernemer heeft op deze boegschroef al een flinke korting gegeven. De monteur die deze
werkzaamheden heeft uitgevoerd is een ervaren persoon die zijn vak goed verstaat. Zijn auto is gewoon
een bedrijfsauto, alleen zonder bedrijfsreclame. Tevens heeft de ondernemer een creditfactuur gemaakt om
de consument tegemoet te komen. De ondernemer heeft vooraf al getwijfeld of zij deze opdracht aan
moesten nemen, deze consument is veel bij de ondernemer in de winkel geweest om advies te vragen.

De hoofdmonteur heeft hier veel tijd in gestoken zonder dat deze tijd is gefactureerd. De ondernemer houdt
vast aan de genoemde factuur die voor deze werkzaamheden is opgemaakt. De ondernemer kan
vergelijkbare facturen laten zien. Er moet ook rekening worden gehouden met het feit dat werken op locatie
eigenlijk nog meer tijd kost, omdat men van tevoren niet weet hoe de technische staat van het schip is.
Het gereedschap dat in de auto van de monteur ligt is vergelijkbaar met gereedschap dat in andere
bedrijfsauto’s van de ondernemer aanwezig is. Wat de in rekening gebrachte lunchtijd betreft meent de
ondernemer dat dat redelijk is.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Met betrekking tot de bevoegdheid van de commissie om het geschil te kunnen beoordelen, geldt dat de
ondernemer is aangesloten bij de branchevereniging HISWA en dat op alle leveringen van goederen en
diensten van de ondernemer de HISWA Algemene Aannemings-, verkoop- en leveringsvoorwaarden 1998
(hierna: HISWA-voorwaarden) van toepassing zijn. In artikel 22 van deze voorwaarden wordt aan de
consument de mogelijkheid geboden een geschil voor te leggen aan de Geschillencommissie
Waterrecreatie. Derhalve is de commissie bevoegd kennis te nemen van het onderhavige geschil en om
daarover haar oordeel uit te spreken. De consument heeft tijdig na het ontdekken van de klacht bij de
ondernemer geklaagd en aangegeven met behandeling van het geschil als het financieel belang van de
zaak het bedrag van € 14.000,– te boven gaat (dit staat los van de nakomingsgarantie door de HISWA van
€10.000,–) in te stemmen.

Vast staat dat partijen geen vaste prijs voor het vervangen van de boegschroef zijn overeengekomen.
Vastgesteld is ook dat partijen geen duidelijke afspraken hebben gemaakt toen duidelijk werd dat de
werkzaamheden langer zouden duren. Dit valt beide partijen te verwijten; enerzijds had van de consument
verwacht mogen worden dat hij bij de ondernemer zou informeren naar de consequenties en kosten voor
de vervolgwerkzaamheden aan de installatie van de boegschroef, doch anderzijds had van de ondernemer
verwacht mogen worden dat hij de consument hierover zou informeren en zou aangeven dat bij een
zwaardere boegschroef ook aan aanpassing van de elektrische installatie hoort ook al deed de consument
daar geen nadrukkelijke navraag naar. Bij gebreke van duidelijke afspraken, zonder dat dit in overwegende
mate aan één der partijen te verwijten valt, dient naar het oordeel van de commissie het uitgangspunt te
zijn dat redelijkerwijs te verwachten kosten betaald dienen te worden.

De vraag die voorligt is daarom of het aantal door de ondernemer in rekening gebrachte arbeidsuren de
redelijkheid niet te boven gaat. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting beantwoordt de
commissie deze vraag bevestigend. Voor de vervanging en installatie van een zwaardere boegschroef is
immers een zwaardere installatie – in dit geval een zware accu in de punt van de boot – nodig, hetgeen de
ondernemer had kunnen en moeten voorzien en in een keer had kunnen en moeten doen en niet de
zwaardere boegschroef installeren zonder die vervolgens te testen onder belasting of in ieder geval het
systeem had moeten doormeten.

De overige klachten van de consument zijn naar het oordeel van de commissie onvoldoende onderbouwd
en derhalve ongegrond.

Op de factuur is aan arbeid negen uren (€82,50) aan de consument in rekening gebracht. Daarnaast is op
de factuur het scheidingsrelais ad € 192,70 in rekening gebracht. Desgevraagd heeft de consument echter
ter zitting verklaard dat de ondernemer op 24 juli 2023 twee creditfacturen voor het totaalbedrag van
€ 192,70 aan hem heeft toegezonden. De consument heeft tevens ter zitting verklaard dat op deze facturen
ook 0,5 uren arbeid is gecrediteerd.

De commissie stelt vast dat het aantal in rekening gebrachte uren arbeid op de factuur dan ook onjuist is en
dient te worden verminderd met 0,5 uren arbeid.

Gelet op het voorgaande acht de commissie het redelijk dat van de aldus resterende 8,5 uur de helft aan
de consument wordt gecrediteerd, te weten 4,25 uren arbeid, nu de ondernemer de consument niet volledig
vooraf over de als gevolg van de zwaardere boegschroef noodzakelijke aanpassing van de capaciteit heeft
geïnformeerd en de vervanging in twee keer heeft uitgevoerd en daarmee onnodig veel uren in rekening
heeft gebracht. Dit betekent dat de consument 4,25 x € 82,50 = € 350,63 voor de gemaakte uren arbeid
dient te voldoen en dus hetzelfde bedrag op de factuur dient te worden gecrediteerd.
Rekening houdend met het vorenstaande, resteert uit het depot van €1.228,44 aan de ondernemer te
voldoen € 1.228,44 – € 350,63 – € 192,70 = € 685,11.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Ingevolge het reglement van de commissie dient de ondernemer in dat geval tevens het klachtengeld aan
de consument te vergoeden en aan de commissie een gedeeltelijke bijdrage in de behandelingskosten te
voldoen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht ten dele gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld, waarbij de betaling dient
plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie tevens 50%
behandelingskosten aan de commissie verschuldigd is;
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend:
– bepaalt dat uit het depot van het bedrag van € 1.228,44, € 685,11 zal worden betaald aan de
ondernemer onder restitutie van het resterende bedrag van € 543,33 aan de consument.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, bestaande uit de heer mr. J.N. de Blécourt,
voorzitter, de heer J. Zetzema, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M.
Land Smorenburg, secretaris, op 18 december 2023.