Geschil over omvang elektriciteitsverbruik, commissie heeft meer informatie nodig

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Energie Zakelijk    Categorie: Informatie / Kosten    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: meer informatie nodig   Referentiecode: 164157/171712

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen met ingang van 6 april 2021 gesloten overeenkomst op grond waarvan de ondernemer met ingang van 6 mei 2021 energie (gas en elektriciteit) heeft geleverd aan klager. Het geschil betreft de omvang van het elektriciteitsverbruik dat de ondernemer bij een opgemaakte eindafrekening in rekening heeft gebracht. De klager heeft op 1 februari 2022 de klacht voorgelegd aan de ondernemer. De commissie heeft meer informatie nodig om einduitspraak te doen.

De uitspraak

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Energie zakelijk (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is met behulp van een videoverbinding ter zitting behandeld op 31 oktober 2022 te Utrecht.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Klager heeft ter zitting zijn standpunt toegelicht. De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid ter zitting zijn standpunt toe te lichten.

Standpunt van klager
Het standpunt van klager komt – zakelijk weergegeven – op het navolgende neer.

In november 2021 is klager met ingang van eind december 2021 overgestapt naar een andere leverancier, waarna de ondernemer een eindafrekening heeft gestuurd over de periode mei tot en met december 2021. Op grond van deze rekening zou klager € 4.776,07 moeten betalen.

Klager heeft hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om de factuur te corrigeren. Dat heeft hij onderbouwd met foto’s van meterstanden om aan te tonen wat zijn maandelijks verbruik was. Op grond van die foto’s heeft de ondernemer de rekening gecorrigeerd, maar niet door een lager bedrag te rekenen, maar door het bedrag te verhogen met het verbruik over maanden januari en februari 2022 waarin klager al klant was bij de nieuwe leverancier. Uiteindelijk verlangde de ondernemer een bedrag van € 6.391,88 voor geleverde elektriciteit, wat hij ook heeft geïncasseerd.

Het gefactureerde bedrag is gebaseerd op een verbruik van 4.290 kWh voor laag/nachttarief per maand. Dat verbruik klopt echter niet, omdat klager per maand niet meer dan 1.800 kWh voor laag/nacht verbruikt. Bovendien was klager in de periode waarin de ondernemer elektriciteit heeft geleverd deels gesloten, zodat het verbruik in die periode beperkt is geweest. De ondernemer is niet bereid de oorspronkelijke factuur aan te passen aan het werkelijk verbruik.

Voor een toelichting op de klacht verwijst de commissie verder naar de toelichting van klager die zich in het dossier bevindt. De commissie komt daar – zo nodig – bij de beoordeling op terug.

Ter zitting is door klager verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

“Ik heb een theebar, een zaak van ongeveer 100 m2. Ik verbruik daarin maar beperkt stroom, voor één kleine koelkast, één grote koelkast, een spoelmachine, een ijsmachine en verlichting.

Bij mijn vorige leverancier was alles goed geregeld. Ik ben ervan uitgegaan dat die de juiste meterstanden zou doorgeven aan de ondernemer via het collectief dat mij had benaderd om over te stappen. Bij die overdracht moet iets verkeerd zijn gegaan.

De ondernemer heeft eerst verlangd dat ik mijn verbruikspatroon van de laatste drie jaar zou aantonen. In die periode betaalde ik ongeveer € 150,– per maand. Mijn vorige leverancier wilde mij geen informatie meer geven. Toen heb ik twee maanden lang de meterstanden gefotografeerd om zo aan te kunnen tonen wat mijn maandelijks verbruik is. De foto’s daarvan heb ik aan de ondernemer gestuurd, maar die heeft daarop de factuur naar boven gecorrigeerd, op basis van de meterstanden die ik had gefotografeerd. Maar dat waren standen over maanden waarin mijn nieuwe leverancier al had geleverd, dus stroomverbruik dat niet door de ondernemer was geleverd. Die foto’s waren niet bedoeld om de meterstanden ten tijde van het overstappen aan te tonen, maar kennelijk heeft de ondernemer dat wel zo begrepen.

Ik wil wel betalen wat ik verschuldigd ben, ook een eventuele opzegvergoeding, maar volgens mij is dat minder dan het oorspronkelijk factuurbedrag van € 4.776,07. Ik heb nog informatie ingewonnen bij een deskundige en die vertelde mij dat je een kleine fabriek 24/7 kunt laten draaien op een verbruik van 4.290 kWh per maand.”

Klager verlangt een deugdelijke correctie op de gezonden eindafrekening.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft op basis van een op 2 april 2021 gesloten overeenkomst vanaf 7 mei 2021 gas en elektriciteit geleverd aan klager. Op het moment dat iemand klant wordt bij de ondernemer, krijgt hij/zij een e-mail waarin hij/zij wordt verzocht om zijn/haar meterstanden door te geven zodat de energieleverancier de beginmeterstand correct kan noteren. Op het moment dat de klant een contract afsluit bij een nieuwe energieleverancier wordt het contract bij de huidige energieleverancier beëindigd.

Vervolgens vraagt de nieuwe energieleverancier aan de klant om de meterstanden door te geven, zodat de beginstand bij de nieuwe energieleverancier correct genoteerd kan worden. Deze meterstanden zullen dan als eind meterstanden genoteerd worden bij de vorige leverancier.

Mocht het zo zijn dat de klant bij de nieuwe energieleverancier géén meterstanden heeft doorgegeven, dan is de netbeheerder genoodzaakt een schatting te maken van de meterstanden zoals gebruikelijk is in de energiesector. Dit wordt gedaan conform de werkwijze uit de Informatiecode elektriciteit en gas, expliciet artikel 5.1.2.3 van de informatiecode elektriciteit en gas. De netbeheerder stuurt deze informatie via [derde] naar eiseres.

[Derde] beheert in opdracht van de netbeheerders één centraal energiedatacentrum voor alle marktpartijen. Hiermee biedt [derde] aan energieleveranciers in Nederland toegang tot actuele en eenduidige informatie over energiecontracten en energieverbruiken. In het datacentrum van [derde] zijn ook het Toegankelijk Meetregister, het Contracteinde Register en het Centrale Aansluitingen Register inbegrepen.

Op 21 april 2021 heeft de ondernemer klager per e-mail verzocht om de meterstanden door te geven. Dat heeft klager niet gedaan, waarna bij e-mail van 6 mei 2021 is gerappelleerd. Ook daarna heeft klager de meterstanden niet doorgegeven.

Op 23 november 2021 heeft klager de overeenkomst opgezegd, waarna de ondernemer met ingang van 23 december 2021 de levering heeft gestaakt. De opzegging is gedaan door de nieuwe energieleverancier van de klant via de digitale berichtenuitwisseling van [derde]. Naar aanleiding van de opzegging heeft de ondernemer de eindafrekeningen opgemaakt en verstuurd aan klager. Deze eindafrekeningen worden opgemaakt aan de hand van de begin- en eindmeterstand, welke gevalideerd zijn door de netbeheerder.

Ook bij de nieuwe energieleverancier heeft klager nagelaten om beginstanden van de meter door te geven. Zoals eerder hierboven genoemd is de begin meterstand bij de nieuwe energieleverancier de eindmeterstand bij de vorige energieleverancier. Omdat klager heeft nagelaten de begin meterstanden door te geven aan de nieuwe energieleverancier, heeft de ondernemer geen eindstanden van de meters doorgekregen. Hierdoor stond er niks anders op dan een schatting van de meterstanden te maken zoals dat gebruikelijk is in de energiesector. Dit is gedaan conform de werkwijze uit de Informatiecode elektriciteit en gas, expliciet artikel 5.1.2.3 van de informatiecode elektriciteit en gas. De netbeheerder heeft de meterstanden gevalideerd en aan de hand daarvan heeft de ondernemer de eindnota’s opgemaakt.

Vervolgens heeft klager via een e-mail bericht van 1 februari 2022 te kennen gegeven dat de berekende meterstanden niet overeen zouden komen met zijn daadwerkelijke verbruik. Klager heeft hierbij foto’s toegevoegd van zijn meterstanden. De ondernemer heeft de berekende meterstanden vervolgens gecorrigeerd met de door klager overgelegde meterstanden die door de netbeheerder zijn gevalideerd.

Nadat klager de gecorrigeerde eindnota had ontvangen, heeft hij op 1 maart 2022 opnieuw een email verstuurd naar de ondernemer met wederom foto’s van zijn meterstanden. Op dat moment nam hij al energie af van een andere energieleverancier. Klager stuurt verschillende e-mails met foto’s van meterstanden die op verschillende momenten zijn opgenomen. Hiermee veroorzaakt hij veel onduidelijkheid.

De ondernemer heeft klager meerdere mogelijkheden gegeven om zijn meterstanden door te geven. Hij heeft dit echter nagelaten. Dat hij het vervolgens oneens is met de correctie van de meterstanden, is daarom niet een aangelegenheid die de ondernemer kan worden toegerekend.

Het is bovendien de verantwoordelijkheid van klager om de juiste meterstanden aan te leveren. Hij is daar ook op gewezen in de e-mail waarin de ondernemer heeft gerappelleerd. Hierin staat onder meer vermeld:

“Geeft u uw meterstanden niet of te laat aan ons door dan zal [ondernemer] een schatting maken van de meterstanden. Deze schatting is gebaseerd op uw voorgaande jaarverbruik (indien aanwezig) of op het jaarverbruik dat wij van uw netbeheerder ontvangen. De genoemde verbruiken kunnen afwijken van uw werkelijke verbruik waardoor u te veel of te weinig betaalt. U maakt geen aanspraak op een correctie bij het niet of te laat inleveren van de meterstanden. Geef daarom uw meterstanden per ommegaande door.”

Klager was dus goed geïnformeerd en wist wat het gevolg zou zijn als hij de meterstanden niet zou doorgeven. Die gevolgen dienen dan ook voor rekening en risico van de wederpartij te komen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Bij de eindafrekening d.d. 11 juni 2021 van de vorige leverancier heeft deze over de periode van 30 april 2021 tot 6 mei 2021 een bedrag in rekening gebracht van € 40,51 voor de levering van 251 kWh aan elektriciteit. Als eindstanden van de meter is genoteerd 58.097 (Piek) en 61.061 (dal).

Bij afrekening van 31 januari 2022 heeft de ondernemer na aftrek van betaalde voorschotten een bedrag in rekening gebracht van € 4.776,07. Blijkens deze afrekening is de ondernemer daarbij uitgegaan van beginstanden van de meter per 7 mei 2021 van 58.097 (hoog) en 61.061 (laag). Dit betekent dat de ondernemer geen andere beginstanden heeft gehanteerd dan de voorgaande leverancier als eindstanden heeft gebruikt op de eindafrekening, waarvan de juistheid overigens door klager niet is betwist.

Vervolgens heeft de ondernemer in haar factuur van 31 januari 2022 als eindstanden per 23 december 2021 51.747 (hoog) en 95.381 (laag) aangehouden. Dit betekent een negatief verbruik gedurende piekuren van    -/- 6.350 kWh en een verbruik van 34.320 kWh gedurende daluren.

Na bezwaar van klager heeft de ondernemer de eindstanden van de meter gecorrigeerd naar 55.931 (hoog) en 1.408 (laag), waardoor het verbruik neerkwam op -/- 2.166 kWh gedurende de piekuren en 40.347 kWh gedurende de daluren. Dit zijn de meterstanden zoals die staan afgebeeld op een foto die klager naar eigen zeggen heeft gemaakt op 1 februari 2022.

De ondernemer heeft aangevoerd dat zij bij het aangaan van de overeenkomst, ondanks een herhaald verzoek daartoe, geen opgaaf van de meterstanden van klager heeft gekregen en dat zij daarom voor de vaststelling van de beginstanden bij levering is uitgegaan van de eindstanden zoals die door de vorige leverancier waren doorgegeven. De commissie stelt vast dat dat juist is, omdat de beginstanden van de ondernemer op de gezonden eindafrekening overeenstemmen met de eindstanden van de vorige leverancier. Dat betekent dat er in elk geval niets mis is gegaan bij het doorgeven van de meterstanden bij de overstap, althans niets anders dan dat klager de meterstanden niet zelf heeft doorgegeven aan de ondernemer.

Daarbij stelt de commissie vast dat die meterstanden volgens de eindafrekening van de vorige leverancier door die leverancier waren berekend, dus niet fysiek of via een slimme meter opgenomen. Een onjuiste schatting van het verbruik kan verklaren waarom de werkelijke meterstanden ten tijde van de switch naar de ondernemer hebben afgeweken van de bij die switch aangehouden meterstanden. Dat komt echter voor rekening en risico van klager, die herhaaldelijk heeft verzuimd bij een switch de daadwerkelijke meterstanden door te geven.

Klager betwist niet dat hij, zoals de ondernemer in haar verweer aanvoert, ook bij de opvolgend leverancier geen meterstanden heeft doorgegeven. De ondernemer heeft daarom geen eindstanden doorgekregen en heeft (net zoals de voorgaande leverancier) een schatting moeten maken van het verbruik. Dat heeft de ondernemer naar eigen zeggen gedaan conform artikel 5.1.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas, op basis van de via het [derde] netwerk verkregen gegevens van de netbeheerder. Dit zijn de regels die een representatief deel van de leveranciers en netbeheerders op grond van artikel 54, lid 1 Elektriciteitswet 1998 aan de Autoriteit Consument en Markt hebben doen toekomen.

Als bijlage 5 bij het verweer van de ondernemer heeft deze de informatie bijgevoegd die zij heeft verkregen van de netbeheerder. De beginstanden per 7 mei 2021 zijn volgens die informatie 58.097 en 60.061 en vastgesteld (‘Reading Method’) door berekening. Met betrekking tot de meterstanden blijkt uit de gegevens dat op woensdag 27 oktober 2021 een fysieke opname van de meterstanden heeft plaatsgevonden, waarbij standen zijn genoteerd van 49.904 (hoog tarief) 95.381 (laag tarief). Toen is dus al vastgesteld dat tussen de geschatte eind-/beginstand (laag tarief) en de werkelijke meterstand per 27 oktober 2021 een verschil zat van ruim 35.000 kWh. Dit kan erop wijzen dat de schatting van het verbruik door de vorige leverancier (waar de standen per 7 mei 2021 op gebaseerd zijn) niet juist is geweest. Maar dat komt voor rekening en risico van klager, omdat hij (herhaaldelijk) heeft verzuimd om bij de switch naar de ondernemer de juiste meterstanden door te geven, zodat die door een schatting vastgesteld moesten worden.

Bovendien geldt daarbij het navolgende. Zou achteraf moeten worden vastgesteld dat de aangehouden geschatte tellerstand per 7 mei 2021 voor het laag tarief (61.061 kWh) veel te laag was, dan had klager bij opgaaf van de werkelijke stand per 23 december 2021 het verschil tussen de werkelijke stand en de geschatte stand bij de eindafrekening alsnog aan zijn oude leverancier moeten betalen, verminderd met een teruggaaf voor minder-verbruik tegen het hoog tarief.

Omdat de eindstand van de vorige leverancier correspondeert met de beginstand die de ondernemer heeft gehanteerd dient de commissie voor wat betreft de berekening van de door de ondernemer geleverde hoeveelheid elektriciteit uit te gaan van die standen.

Volgens het verweerschrift heeft de ondernemer vervolgens de eindstanden door schatting moeten vaststellen, waarbij zij is uitgekomen op 51.747 kWh (hoog) en 95.381 kWh (laag). Op die schatting is de eindafrekening van 31 januari 2021 gebaseerd. Deze is aldus vastgesteld conform de Informatiecode elektriciteit en gas. Kennelijk heeft de ondernemer naar aanleiding van het bezwaar van klager vervolgens de standen gecorrigeerd door deze te wijzigen in de opgegeven standen per 1 februari 2022.

Om te kunnen beoordelen of klager hierdoor benadeeld is, dient de commissie geïnformeerd te worden over de beginstand die de huidige leverancier van stroom aanhoudt of zal aanhouden bij het opstellen van de jaarafrekening. Wanneer de huidige leverancier als beginstand de eindstanden aanhoudt zoals die door de ondernemer in de factuur van 31 januari 2022 zijn opgenomen, dan zal klager in beginsel het verbruik over de periode van 23 december 2021 tot 1 februari 2022 twee maal in rekening gebracht krijgen, na correctie van de eindafrekening: door de ondernemer en door de huidige leverancier, die bij het opmaken van de rekening uitgaat of uit zal gaan van lagere tellerstanden bij aanvang dan de tellerstanden die de ondernemer na correctie als eindstand heeft aangemerkt.

De commissie zal daarom de zaak aanhouden om klager de gelegenheid te bieden om via een kopie van een brief van de huidige leverancier of via een door de huidige leverancier gezonden (jaar)afrekening over de periode vanaf 23 december 2021 aan te tonen vanaf welke beginstand de huidige elektriciteitsleverancier het verbruik van stroom in rekening brengt of gaat brengen. Elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.

Beslissing
De commissie bepaalt dat klager nader informatie dient te verstrekken met betrekking tot de beginstand die zijn huidige leverancier van elektriciteit voor de registratie van het verbruik aanhoudt door een kopie van de opgaaf daarvan door de huidige leverancier of een kopie van de (jaar)afrekening vanaf 23 december 2021 aan het dossier toe te voegen.

De ondernemer wordt in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk haar op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.

Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.

Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

Aldus beslist op door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mr. R.J.M. Cremers, voorzitter, C.M.H. Vlaanderen en mr. Sj.S Bakker, leden, op 31 oktober 2022.