Geschil speelt voor inwerkingtreding Wkkgz. Partijen zijn niet bevoegdheid commissie overeengekomen

  • Home >>
  • Ziekenhuizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Ziekenhuizen    Categorie: onbevoegd(verklaring)    Jaartal: 2023
Soort uitspraak: onbevoegdverklaring   Uitkomst: onbevoegd   Referentiecode: 210694/227396

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Het geschil ziet op de behandeling in de periode toe de Wkkgz nog niet van kracht was. In de Wkkgz is de verplichting voor zorgaanbieders opgenomen om aangesloten te zijn bij een geschilleninstantie, maar die gold nog niet voor 2016. Partijen zijn niet met elkaar overeengekomen dat zij zich aan het bindend advies van de commissie zullen onderwerpen. Nu partijen dit niet zijn overeengekomen, is de commissie niet bevoegd het geschil te behandelen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil ziet op de behandeling van de cliënt door de zorgaanbieder in de periode 2007 – 2013.

Standpunt van de cliënt

De cliënt stelt dat zijn behandelaars incompetent waren rondom zijn diagnostiek. Hij heeft hierdoor schade opgelopen aan zijn fysiek, eigenwaarde en levenslust (karakterverandering). Aangezien de cliënt hier tot de dag van vandaag niet mee kan leven, heeft hij in 2022 alsnog zijn klacht bij de zorgaanbieder ingediend.

Hij had dit al eerder willen doen, maar toen kon hij nog niet bewijzen dat er zoveel grove fouten zijn gemaakt. Op 8 februari 2023 heeft de cliënt gesproken met de geneesheer-directeur over de klacht en dat is het laatste wat de zorgaanbieder heeft gedaan.

Standpunt van de zorgaanbieder

De zorgaanbieder stelt zich primair op het standpunt dat de commissie niet bevoegd is de klacht van de cliënt te behandelen. De zorgaanbieder verwijst hiervoor naar artikel 4 van het reglement van de commissie, waarin is bepaald dat de commissie bevoegd is een aanhangig gemaakt geschil te behandelen indien partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen.

Het door de cliënt aanhangig gemaakte geschil heeft betrekking op de periode 2007-2013. De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is op 1 januari 2016 in werking getreden. Sindsdien is de zorgaanbieder verplicht zich aan te sluiten bij een erkende geschilleninstantie.

Dit betekent dat de zorgaanbieder ten tijde van de behandeling van de cliënt nog niet was aangesloten bij de commissie. De zorgaanbieder en de cliënt hadden in die periode dus ook niet met elkaar kunnen overeenkomen dat zij geschillen aan het bindend advies van de commissie zouden onderwerpen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft ten aanzien van de bevoegdheid van de commissie het volgende overwogen.

Vaststaat dat de cliënt klaagt over de behandeling door de zorgaanbieder in de periode 2007 tot 2013.

De Wkkgz en de daarin opgenomen verplichting voor zorgaanbieders om aangesloten te zijn bij een geschilleninstantie is in werking getreden op 1 januari 2016 en was derhalve ten tijde van de behandeling van de cliënt door de zorgaanbieder nog niet van kracht. Hierdoor kunnen partijen niet met elkaar zijn overeengekomen dat zij zich aan het bindend advies van de commissie zullen onderwerpen. Nu dit niet tussen partijen is overeengekomen, is de commissie gelet op artikel 4 van het reglement, waarin is bepaald dat de commissie bevoegd is een aanhangig gemaakt geschil te behandelen indien partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen, niet bevoegd het geschil te behandelen.

Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Geestelijke Gezondheidszorg, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, mevrouw dr. N.D. Veen, en de heer mr. S. Sierksma, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris, op 10 november 2023.