Goede uitvoering van herstelreparatie is onmogelijk door staat van auto

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Product voldoet niet aan verwachtingen(non-conformiteit) / Reparatie    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 6850/14282

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De auto van de consument was total loss verklaard, maar zou door de ondernemer toch hersteld worden. De consument is ontevreden over deze herstelreparaties en heeft dit aan de ondernemer gemeld. Hij heeft nog niet de volledige herstelkosten aan de ondernemer overgemaakt. De deskundige constateert dat het herstel inderdaad niet juist is uitgevoerd. De commissie oordeelt dat ook als een auto total loss is verklaard, het schadeherstel alsnog goed uitgevoerd moet worden. Dit is alleen anders als bij het herstel blijkt dat dit niet goed mogelijk is door de staat waarin de auto verkeert. Volgens de commissie is dat hier aan de orde. Na de herstelwerkzaamheden is gebleken dat herstel niet mogelijk is tegen de overeengekomen prijs. De commissie oordeelt dat het bedrag dat nu betaald is voldoet en dat de ondernemer niet meer hoeft te herstellen. De klacht wordt ongegrond verklaard.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit volgens de consument voort uit een op 5 augustus 2018 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van schadeherstel aan de Seat Leon tegen de prijs van € 2.500,–.
De overeenkomst is uitgevoerd in september 2019.

De consument heeft een bedrag van € 1.270,50 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de consument
In september 2018 heeft de consument zijn Seat Leon ter reparatie aangeboden bij de ondernemer. De consument is niet tevreden over de uitvoering van de reparatie. Er is sprake van een kleurverschil tussen het voorportier aan de passagierszijde, de bumper en het rechterzijscherm enerzijds en de rest van de auto anderzijds. Daarnaast is het voorportier aan de passagierszijde ontzet. De ondernemer is meerdere malen in gelegenheid gesteld om deze gebreken te herstellen, maar dit is tot op heden niet gebeurd.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument krijgt € 3.500,– van de verzekering. Hij heeft aan ons € 1.450,– betaald. Hij zou voor stickers banden en wielen € 1000,– zelf kopen, dan blijft over € 1050,–.

Voorportier: Rechter voorportier zat al oude schade aan, omdat een scharnier gebroken was.
Voorbumper: Voorbumper is niet origineel en is dan ook niet goed te monteren. Deze zat voor de schade ook al niet goed gemonteerd.
Spuitwerk: Rechter voorportier is in de kleur uitgespoten en daarna is er blanke lak over heen gespoten. Omdat blanke lak meer glanst krijg je een heldere kleur. Een oudere kleur is verbleekt en doffer. Als je naar de inslagen van het portier kijkt is de kleur wel goed. Als je het kleurverschil wil oplossen, dan zou je de auto in zijn geheel moeten spuiten, maar dat kost veel meer geld.
Herstelkosten: Delen monteren is nog al veel geld, wat moet ik dan allemaal doen? Spuitwerk 3 delen spuiten is wel erg veel € 1500,–. Wij krijgen van de verzekering expertise € 250,– per deel spuiten.

Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Het voertuig is betrokken geweest bij een ongeval. Het voertuig is door de opgelopen schade total loss verklaard. De aanbieder heeft met de klant een afspraak gemaakt om het voertuig toch te herstellen. Bij deze herstelwerkzaamheden zijn een aantal klachten ontstaan. De klant heeft dit gemeld bij de aanbieder. De klant had nog niet de volledige herstelkosten aan de aanbieder overgemaakt. De aanbieder wil daarom niet het voertuig meer verder herstellen.

Deskundige heeft het voertuig beoordeeld, en gaat er gemakshalve van uit dat alle delen zo zijn afgeleverd door aanbieder. De klant geeft aan dat het voertuig nadien nog nauwelijks heeft gereden. Deskundige bemerkte dat diverse delen niet correct zijn gemonteerd. Zo is de bumper niet op de juiste wijze gemonteerd, en zijn de vleugeldeuren niet correct afgesteld. Hierdoor lopen delen van de deur tegen het andere koetswerk aan.

Tevens is er kleurverschil in de nieuwe gespoten delen ten opzichte van de bestaande delen op te merken. De nieuwe delen bevatten een veel diepere kleurpigment dan de oude (niet gespoten delen) delen.

Herstel is mogelijk door de delen correct/ op de juiste wijze te monteren. Tevens dienen de delen opnieuw te worden gespoten. In het verleden is het voertuig al eens in zijn geheel gespoten. De lak is daardoor deels verbleekt. Het verbleken van de lak kan problemen geven om het voertuig te spuiten zonder dat daar kleurverschil optreed.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie neemt de bevindingen van de deskundige over en maakt deze tot de hare.

Uit het rapport blijkt dat het herstel aan de auto niet juist is uitgevoerd. Dat zou kunnen betekenen dat dit moet worden hersteld – conform bovengenoemd deskundigenbericht – en dat daarna het restant bedrag aan de ondernemer – uit het depot –zou moeten worden voldaan. De discussie over het schadeherstel wordt enigszins overschaduwd door de ( kennelijk verzekeringstechnische) totall loss verklaring, maar dat neemt in beginsel niet weg dat indien de ondernemer, ook in dat geval, schadeherstel overeenkomt, hij dat adequaat uit dient te voeren. Dat is alleen anders indien bij/na dit herstel blijkt dat dit niet goed mogelijk is als gevolg van die, bovengenoemde, totall loss staat en van de ondernemer dit door de deskundige begrote herstel, gemeten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, niet kan worden verlangd. Naar het oordeel van de commissie is dat hier het geval. Na de herstelwerkzaamheden is gebleken dat herstel naar de maatstaven van de deskundige niet mogelijk is, mede gezien de schadevoorgeschiedenis, tegen de overeengekomen prijs. Daar kan tegenin worden gebracht dat de ondernemer dit tevoren had moeten zien, maar het verschil in werkzaamheden en financieel belang – met de overeengekomen werkzaamheden en de prijs die daarvoor is afgesproken- is dermate groot dat herstel conform het deskundigenbericht gemeten naar de hiervoor genoemde maatstaven niet van de ondernemer kan worden verlangd.

De vraag is nu tot welke – financiële – uitkomst dit tussen partijen moet leiden. Enerzijds kan niet worden gezegd dat de consument niet in enigerlei mate is gebaat bij de uitgevoerde werkzaamheden, anderzijds kan de ondernemer geen integrale betaling verlangen nu hij als professional, in zekere mate, het risico van deze reparatie had moeten onderkennen. Aldus is de commissie van oordeel dat het reeds betaalde bedrag voldoet en de ondernemer geen betaling van het nog openstaande bedrag kan verlangen. Aldus wordt het verzoek van de consument afgewezen en krijgt hij het depot terug.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.

Het depotbedrag van € 1.270,50 wordt overgemaakt aan de consument.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. J. van der Groen, voorzitter, P.G. Nieuwenhuijse en mevrouw mr. H.C. Dobbelaar-ten Cate, leden, op 16 juni 2020.