Het is primair de verantwoordelijkheid van de ondernemer welke glazen worden voorgeschreven en welke bril wordt aangemeten. Een recept van de oogarts verandert dit niet.

  • Home >>
  • Optiek >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Optiek    Categorie: Zorgvuldig handelen ondernemer    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: OPT01-0018

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 12 september 2000 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot levering van een montuur met glazen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 865,36. Deze overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 26 september 2000.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:
 
Op 12 september 2000 heeft de consument bij de ondernemer een montuur met glazen aangeschaft voor een bedrag van € 865,36 op doktersrecept. Het staat vast, dat door de ondernemer geen nadere meting van de ogen is verricht. Vanaf het allereerste begin had de consument ernstige klachten over de bril. Deze klachten zijn vele malen, soms wel een keer per week, tegenover de ondernemer uitgesproken, zonder dat er afdoende op werd gereageerd. De klachten van de consument kwamen op het volgende neer.
– Zij heeft nooit goed met de bril kunnen kijken en met name het lezen leverde grote problemen op;
– Het telkens weer bijstellen van de bril bood geen soelaas en de glazen zijn te zeer gekanteld;
– De bril verbuigt telkens weer.
Nog altijd kan de consument de bril niet gebruiken, zo meldt deze op 26 april 2001 als gevolg waarvan zij zeer gedupeerd is. De ondernemer heeft volstrekt niet de gelegenheid te baat genomen om de klacht goed te verhelpen.
 
De consument verlangt, dat de overeenkomst ontbonden wordt nu de ondernemer zo langdurig geweigerd heeft de toerekenbare tekortkoming te herstellen. Zij geeft aan na zo veel tijd geen enkel vertrouwen meer in de ondernemer te hebben.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:
 
Bij schriftelijke reactie geeft de ondernemer aan, dat de consument een bril aanschafte naar doktersrecept. De consument heeft aangegeven de bril niet de gehele dag te dragen, omdat zij moeite heeft met de rand van het segment in het glas. Mede door het regelmatig op- en afzetten zal het montuur verbuigen. De mededeling van de consument, dat lezen problemen oplevert, is nieuw voor de ondernemer. Zou deze dit geweten hebben, dan zou geadviseerd zijn in plaats van de aangemeten bifocale glazen aparte glazen voor lezen en veraf voor te schrijven. Overigens betwist de ondernemer, dat de consument zo vaak bij de ondernemer is geweest als door haar aangegeven.
 
De ondernemer doet, nadat de consument ontbinding van de overeenkomst heeft gevorderd en vervolgens een klacht bij de geschillencommissie heeft ingediend, het aanbod alsnog leesglazen en verteglazen aan te meten.
 
Deskundigenrapport
 
Door de deskundige wordt vastgesteld, dat de visuele onevenwichtigheid van de ogen van de consument haar sterk afhankelijk maakt van de prestatie van haar linkeroog. Waar er sprake is van ondercorrectie probeert zij deze te compenseren door het kantelen van de bril. De oorzaken van de klachten van de consument liggen in de lichte ondercorrectie en in de tekortkoming van de binoculaire functie in het verkleinde gezichtsveld door de bifocale glazen. Een oplossing zouden twee afzonderlijke brillen kunnen leveren.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen:
 
De commissie is van oordeel, dat het primair de verantwoordelijkheid van de ondernemer is welke glazen voorgeschreven worden en welke bril aangemeten wordt. Daaraan verandert niets door het feit, dat de consument een recept van een oogarts heeft. Opmerkelijk acht de commissie het in dit verband, dat de ondernemer niet zelf een oogmeting verricht heeft en het recept dus ook niet ‘gecontroleerd’ heeft. Daarnaast constateert de commissie, dat de consument ten onrechte en op een weinig prijzenswaardige wijze door de ondernemer aan het lijntje werd gehouden. Daarbij acht de commissie de opmerking van de ondernemer, dat deze niet wist dat de consument leesproblemen had, volstrekt onbegrijpelijk. Immers, wanneer de consument al niets gezegd zou hebben, dan had het toch in ieder geval op de weg van een zorgvuldig ondernemer gelegen na een aantal bezoeken aan de consument te vragen waar het nu toch precies aan schortte. In zoverre had vragen volstrekt vrij gestaan en zou zelfs op zijn plaats geweest zijn. Nu het tegendeel gebeurde is het vertrouwen van de consument in de ondernemer volledig verdwenen. Niet langer is zij bereid de ondernemer in de gelegenheid te stellen de gebreken te herstellen. Daarvoor heeft zij te lang tevergeefs een appel gedaan op de ondernemer en diens medewerking. Daarbij tekent de commissie aan, dat het aanbod van de ondernemer om verte- en leesglazen aan te meten pas gedaan is, nadat de consument ontbinding van de overeenkomst had gevorderd en vervolgens een klacht bij de commissie had ingediend.
 
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
De overeenkomst tussen de consument en de ondernemer wordt ontbonden. Dit betekent dat de ondernemer gehouden is de aangemeten bril met glazen terug te nemen tegen gelijktijdige terugbetaling van het aankoopbedrag van € 865,36 aan de consument, zijnde het bedrag dat zij voor het nieuwe montuur met glazen heeft moeten betalen.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Optiek op 4 februari 2002