Het niet in het bezit zijn van een rijbewijs of eigen auto staat los van het verstrekken van een OV-begeleiderskaart

  • Home >>
  • Openbaar Vervoer >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Openbaar Vervoer    Categorie: Begeleiderskaart    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 61756

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het niet toekennen van een OV begeleiderskaart.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ten onrechte is het verzoek om een OV begeleiderskaart te verstrekken geweigerd. De consument heeft ernstige longproblemen en is afhankelijk van zuurstof. Daarbij heeft zij de hulp van een begeleider nodig. Ook heeft zij te maken met kortademigheid die angst en stress oproept. Zij maakt veel gebruik van het openbaar vervoer om te reizen naar vrienden en familie. Zij heeft geen rijbewijs evenmin als haar echtgenoot. Zij heeft de hulp van een begeleider nodig die deskundig is en op de hoogte is van haar situatie.   Zij wenst de verstrekking van een OV Begeleiderskaart.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Het verzoek om een OV Begeleiderskaart stuurt de ondernemer door aan een onafhankelijke medisch adviseur. Aan de aanvrager wordt dat bericht en tevens vermeld dat recente objectieve medische gegevens verstrekt dienen te worden. Deze gegevens worden door de adviseur gebruikt ter beoordeling van de vraag of de aanvrager op geen enkele manier redelijkerwijs in staat is alleen te reizen. Het advies van de medisch adviseur is dat er geen medische indicatie is om een OV- Begeleiderskaat te verstrekken, ook niet na nogmaals advies gevraagd te hebben naar aanleiding van de klacht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De door de ondernemer gevolgde procedure voorziet in een medische beoordeling over de mogelijkheden voor de consument om zelfstandig te reizen, op basis van informatie door de consument en haar huisarts verstrekt. Daarbij wordt er strikt op gelet dat het gaat om de noodzakelijke begeleiding tijdens het reizen alsmede dat hulpmiddelen, zoals in dit geval een rollator, in ongemakken kunnen voorzien. In het medisch advies is nog het volgende op dat punt opgemerkt.   Dat het echtpaar niet in het bezit is van een rijbewijs of eigen auto staat los van een eventuele noodzaak voor het verstrekken van een OV-begeleiderskaart om te kunnen reizen met openbaar vervoer. De consument zowel als [haar maatschappelijk werkster] hebben melding gemaakt van chronisch zuurstofgebruik en het moeten meenemen van de hiervoor noodzakelijke zuurstofflessen. Dat is eerder niet aan de orde gesteld. In de revalidatieperiode zal consument ongetwijfeld ge├»nstrueerd worden hoe hiermee zelf om te gaan. Om zuurstof mee te kunnen nemen bij gebruik van een rollator voor (zelfstandig) verplaatsen, zijn speciale klemmen in de handel die op de rollator worden bevestigd. Door een goede training zal eventueel optredende stress en daardoor benauwdheid en kortademigheid gereduceerd kunnen worden.   De commissie onderkent dat in het medisch advies alle elementen meegenomen zijn in de afweging die door de consument en haar maatschappelijk werkende naar voren gebracht zijn. De commissie is daarom van oordeel dat naar de stand van zaken op het moment van aanvraag van de begeleiderskaart door de ondernemer onderzoek is gedaan naar de medische noodzaak daartoe en dat hij op grond van de resultaten van het onderzoek dat door een onafhankelijk medicus is verricht- waarbij nadere vragen zijn gesteld -, de beslissing om de aanvraag niet te honoreren in redelijkheid genomen kon worden. De commissie wijst er nog op dat in het advies van de medisch adviseur rekening gehouden wordt met een hernieuwde aanvraag als na afloop van de revalidatietraining blijkt dat er nog belemmeringen resteren.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De commissie wijst het verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer op 24 januari 2012.