Klaagster verwijt zorgaanbieder onzorgvuldig handelen; commissie schakelt deskundige in

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verpleging Verzorging en Geboortezorg    Categorie: bejegening/ zorgverlening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Tussen Advies   Uitkomst: deskundig onderzoek nodig   Referentiecode: 215031/244724

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak is een Tussen Advies. Het Bindend Advies volgt op een latere datum.
Op 19 maart 2023 is de ex-echtgenoot van klaagster, de heer [cliënt] gevallen. Zes dagen later is bij [cliënt] een herseninfarct vastgesteld. Volgens klaagster heeft de zorgaanbieder fouten gemaakt en heeft het uitblijven van adequate behandeling geleid tot het voortijdig overlijden van [cliënt]. Klaagster verzoekt om vergoeding van affectieschade. De commissie heeft behoefte aan deskundige voorlichting door een neuroloog en houdt de behandeling van het geschil daarom aan.

De uitspraak

In het geschil tussen

de heer [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: de cliënt)

mevrouw [naam], wonende te [plaatsnaam] (hierna te noemen: klaagster)

en

Stichting De Waalboog, gevestigd te Nijmegen
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Samenvatting
Op 19 maart 2023 is de ex-echtgenoot van klaagster, de heer [cliënt] gevallen. Zes dagen later is bij [cliënt] een herseninfarct vastgesteld. Volgens klaagster heeft de zorgaanbieder fouten gemaakt en heeft het uitblijven van adequate behandeling geleid tot het voortijdig overlijden van [cliënt]. Klaagster verzoekt om vergoeding van affectieschade. De commissie heeft behoefte aan deskundige voorlichting door een neuroloog en houdt de behandeling van het geschil daarom aan.

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De cliënt heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder. De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Beide partijen hebben hun standpunt toegelicht.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 15 februari 2024 te Utrecht.

De commissie heeft het volgende overwogen.

Beoordeling

Wat aan het geschil vooraf is gegaan.

Het gaat in deze zaak om [cliënt], geboren in 1951. Klaagster is met [cliënt] getrouwd geweest. [Cliënt] is op 26 april 2023 overleden.

[Cliënt] was bekend met psychiatrische problematiek (schizofrenie) en later ook dementie. De zorgaanbieder biedt verzorging aan ouderen, zowel thuis als op eigen locaties. Sinds 5 augustus 2020 woonde [cliënt] bij de zorgaanbieder en ontving hij daar zorg. Klaagster was mantelzorger. Zij is op 17 december 2021 door de rechtbank Gelderland benoemd tot mentor en bewindvoerder.

Op 19 maart 2023 is [cliënt] door een medewerker van de zorgaanbieder aangetroffen, nadat hij was gevallen. Op verzoek van klaagster is [cliënt] door een triagemedewerker beoordeeld. Deze medewerker constateerde een wond aan het hoofd als gevolg van de val, maar zag geen noodzaak om een arts te raadplegen. Later, op 25 maart 2023, heeft een medewerker van de zorgaanbieder de specialist ouderengeneeskunde ingeschakeld. Die vertrouwde de situatie niet en heeft [cliënt] naar het [naam ziekenhuis] gestuurd met als voorlopige diagnose acute parese linkerarm/CVA.

In het [naam ziekenhuis] is vastgesteld dat [cliënt] een herseninfarct heeft doorgemaakt. Er is geen acute interventie noodzakelijk, omdat het incident vermoedelijk zes dagen tevoren had plaatsgevonden.

De klacht
De commissie heeft kennisgenomen van de volgende stukken van klaagster:
– het meldingsformulier;
– het vragenformulier;
– de e-mailberichten van 26 juli 2023 en 5 oktober 2023;
– het ongedateerde document dat klaagster heeft opgesteld naar aanleiding van een bespreking met de specialist ouderengeneeskunde op 13 oktober 2023; en
– de reactie op het verweerschrift.

Aan de hand van die stukken stelt de commissie vast dat de klacht van klaagster in vier onderdelen uiteenvalt, te weten:

a. Voorafgaand aan de val op 19 maart 2023 heeft de zorgaanbieder aan [cliënt] geen bloedverdunners verstrekt. Dat had het herseninfarct kunnen voorkomen.
b. In de periode tussen de val op 19 maart 2023 en het doorverwijzen van [cliënt] naar het [naam ziekenhuis] heeft de zorgaanbieder onzorgvuldig gehandeld.
c. De zorgaanbieder heeft het professioneel handelen na de val onzorgvuldig geanalyseerd.
d. De zorgaanbieder onthoudt inzage in het medisch dossier van [cliënt].

Klaagster verzoekt om toekenning van vergoeding van haar affectieschade. Zij leefde met [cliënt], haar huidige partner en dochter als samengesteld gezin. De commissie overweegt echter dat dit een eigen vordering van klaagster op de zorgaanbieder is en wel uit hoofde van onrechtmatige daad. De commissie is niet bevoegd om op deze vordering – die immers buiten de Wet kwaliteit, klachten en geschillen gezondheidszorg (Wkkgz) valt – te beslissen. De commissie zal zich daarom wat betreft de eis van klaagster om een schadevergoeding onbevoegd moeten verklaren.

De commissie ziet zich geplaatst voor de vraag of de zorgaanbieder in medisch opzicht (ernstig) verwijtbaar gehandeld heeft. Gelet op de vragen die beantwoord moeten worden, heeft zij behoefte aan het medisch oordeel van een deskundige, bij voorkeur een neuroloog, over het handelen van de zorgverleners. De commissie zal de deskundige vragen om gemotiveerd antwoord te geven op de volgende vragen:

– Hebben de hulpverleners van de zorgaanbieder gehandeld, zoals een redelijk handelende en redelijk bekwame hulpverlener zou hebben gedaan?
– Als uw oordeel is dat de hulpverleners anders hadden moeten optreden, wat kunt u dan zeggen over de relatie tussen het uitblijven van dat handelen in de periode tussen 19 maart 2023 en 25 maart 2023 en het overlijden van [cliënt] op 26 april 2023? Is het uitblijven van die behandeling bepalend geweest voor het overlijden van [cliënt]? En zo ja, in welk opzicht?
– Heeft het handelen of nalaten van de zorgverlener anderszins een bepalende bijdrage geleverd aan het overlijden van [cliënt]? En zo ja, op welke wijze?
– Zijn er andere bevindingen in het dossier die naar uw inzicht relevant zijn voor het oordeel van de commissie?

Ter zitting hebben partijen reeds ingestemd met de benoeming van een deskundige. De kosten van het deskundigenonderzoek komen voor rekening van de zorgaanbieder. Ook heeft de zorgaanbieder reeds toegezegd het dossier van [cliënt] aan de deskundige ter beschikking te stellen. Dit medisch dossier is alleen ter inzage aan de deskundige en zal niet aan de processtukken worden toegevoegd. De commissie zal het secretariaat van de stichting Geschillencommissie Geboortezorg en Verpleging verzoeken om een onafhankelijke deskundige (neuroloog) aan te zoeken voor de beantwoording van bovenstaande vragen.

De commissie zal partijen in de gelegenheid stellen op het door de deskundige uit te brengen rapport te reageren voordat zij een definitief bindend advies uitbrengt.

De commissie houdt de verdere behandeling aan.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

– bepaalt dat het secretariaat van de stichting Geschillencommissie Geboortezorg, Verpleging en Verzorging de bovenstaande vragen ter gemotiveerde beantwoording aan een aan te zoeken deskundige (neuroloog) zal voorleggen;
-bepaalt dat de zorgaanbieder aan de deskundige op diens eerste verzoek het dossier van [cliënt] zal verstrekken;
– bepaalt dat de deskundige binnen zes weken na verzending van dit tussenadvies zal rapporteren.
– bepaalt dat partijen op het rapport van de deskundige zullen mogen reageren binnen vier weken na de datum van toezending van dat rapport;
– houdt de verdere beoordeling van de zaak aan.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verpleging Verzorging en Geboortezorg, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, mevrouw mr. M.B. van Leusden-Donker, de heer mr. R.P. Gerzon, leden, in aanwezigheid van de heer mr. C.J.H. Terwal, secretaris, op 15 februari 2024.