Klager teleurgesteld in verwachting omtrent paascruis en verrassingshut. Volgens commissie zijn hieromtrent geen verwachtingen door de ondernemer gewekt. Klacht ongegrond.

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Informatie schriftelijk    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 112189

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 7 april 2017  met de reisorganisator totstandgekomen overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een bootreis voor 2 personen naar Duitsland met verblijf op en cruiseboot op basis van vol pension, voor de periode van 13 april t/m 23 april 2017 voor de som van € 1.225,–.

Standpunt van klager

Het standpunt van klager luidt in hoofdzaak als volgt.

Wij verwijzen naar onze brieven van 28 april, 29 juni en 14 juli 2017 alsmede naar het vragenformulier voor de geschillencommissie. Er was van een paascruise, zoals door de reisorganisator aangekondigd, niets te merken op het schip. In de reiskrant en in de boekingsbevestiging wordt gesproken over een verrassings-hut. Hiervan is niets te merken geweest. Ook op het schip wist men niets van een verrassings-hut. Het was een teleurstelling dit op het schip te vernemen. Er was sprake een fraudegevoelige contante afrekening van de consumpties achteraf.

Ter zitting heeft klager verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Ik heb niets gemerkt van de paascruise. Ik had een eitje en enige paassfeer verwacht. Ik had een verrassing-hut verwacht dus met een excursiepakket of iets bijzonders. Toen wij dat te berde brachten zijn wij uitgelachen. Het was slechts een lokkertje. Ik heb de reis in de krant zien staan en heb met mijn vrouw in een impuls besloten de reis te boeken. Wij hebben ons gestoord aan de contante betalingen achteraf. De bonnen van de consumpties werden opgeslagen. Die hebben wij niet gecontroleerd.

Klager verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.

Standpunt van de reisorganisator

Het standpunt van de reisorganisator luidt in hoofdzaak als volgt.

Wij verwijzen naar onze brieven van 12 juli en 13 september 2017. Wij hebben de eenmalige afvaart op 13 april 2017 een paascruise genoemd omdat het paasweekend tijdens de cruise viel. Wij hebben nergens in het aanbod gemeld dat er speciale paasarrangementen of paasmaaltijden geserveerd werden. De verrassings-hut is een concept waarbij men aan boord te horen krijgt in wat voor type hut men overnacht. Er is geen apart type hut dat een verassings-hut is. Meestal krijgt men een beneden-hut, maar als men geluk heeft kan men ook een boven-hut als verassing krijgen. Wij geven in ons aanbod aan wat onder verrassings-hut wordt verstaan. Dat er niet met een pinpas betaald kan worden is de keuze van de rederij.

Ter zitting heeft de reisorganisator verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het is jammer dat bij klager verkeerde verwachtingen zijn gewekt. Wij hebben geen paasactiviteiten toegezegd. Bij de beschrijving van de reis hebben wij uitgelegd waar het over ging.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Klager heeft aangeven dat hij in zijn verwachtingen is teleurgesteld. De commissie is van oordeel dat de reisorganisator daarvan geen verwijt treft. In het aanbod is geen verwachting gewekt omtrent mogelijke paasarrangementen of paasactiviteiten. In het aanbod is tevens aangeven wat met een verrassings-hut wordt bedoeld. De commissie begrijpt daaruit dat het primair gaat om extravoordelige hutten die vrijwel uitsluitend zijn gelegen op het benedendek, helemaal voorin of achterin en soms in de buurt van de machinekamer. De commissie leest daarin met name negatieve aanduidingen van dit type hut. De commissie is het met klager eens dat de reisorganisator in aanvulling mogelijk had kunnen aangeven dat toekenning van een dergelijke hut niet met een verassingspakket gepaard en de verrassing met name gelegen is in de mogelijkheid dat een betere hut word toegekend. De commissie acht dit echter geen op geld waardeerbare klacht. De commissie acht overigens niet aannemelijk dat klager in zijn belangen is geschaad doordat hij niet met een pinpas heeft kunnen betalen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de bonnen te controleren.   

De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door klager verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 17 oktober 2017.