Leasecontract al afgesloten, consument kan geen aanspraak meer maken op actieprijs

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Private Lease    Categorie: Overeenkomst    Jaartal: 2021
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 127373/132316

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft een leaseovereenkomst afgesloten met betrekking tot een auto voor de duur van zestig maanden. Anderhalve maand na het afsluiten van de overeenkomst ontdekte de consument opeens dat exact dezelfde auto kon worden geleased voor een aanzienlijk lager maandbedrag. De consument voelde zich misleid, omdat hij van te voren nog aan de ondernemer had gevraagd of er acties waren en de ondernemer toen ontkennend had geantwoord. De ondernemer heeft onder meer aangegeven dat acties voor een bepaalde periode gelden en dat de prijzen vrij zijn. De commissie beslist dat de consument geen recht heeft op een andere lagere prijs. Partijen hebben nu eenmaal andere afspraken gemaakt in de overeenkomst en de ondernemer is niet verplicht om de voorwaarden van een actie ook buiten de actieperiode om toe te passen. De commissie merkt hierbij nog op dat niet is vast komen te staan dat de ondernemer aan de consument een bindende toezegging heeft gedaan dat er geen kortingsacties meer zouden komen.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 31 maart 2021 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst.

De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het in lease geven van een auto, merk Kia, type e-Niro DynamicPlusLine, tegen de daarvoor door de consument maandelijks te betalen leasetermijn van € 529,– bij een aantal te rijden kilometers dat is gesteld op 10.000 per jaar. De overeenkomst is aangegaan voor de duur van zestig maanden. Op 23 april 2021 heeft de consument de auto opgehaald.

De consument heeft op 18 juli 2021 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Het contract met een maandbedrag van € 529,– is ingegaan op 23 april 2021, de dag dat de consument de auto heeft opgehaald bij de dealer. Na amper anderhalve maand in juni 2021 kwam er ineens een actie vanuit de ondernemer dat exact dezelfde auto nu voor € 409,– euro per maand kon worden geleased. Gedurende de gehele looptijd is dit een verschil van € 7.200,–. De consument heeft zijn ongenoegen geuit bij de ondernemer, dit ook omdat hij specifiek van tevoren bij de verkoper heeft gevraagd of er nog acties vanuit de ondernemer kwamen dit jaar, nee was het antwoord toen. De consument vindt het verschil in prijs zo groot (€ 120,– per maand) en het tijdsbestek (nog geen anderhalve maand) zo klein dat hij zich op z’n minst bedonderd voelt door de ondernemer. Hij heeft zijn klacht ingediend bij de ondernemer en pas na zeventien dagen kreeg hij reactie hierop na meerdere malen zelf gebeld of gemaild te hebben. De klacht is dat de ondernemer out of the blue de prijzen heeft aangepast zonder hierbij na te hebben gedacht hoeveel mensen die net voor de actie een contract hadden afgesloten, benadeeld worden. Op zijn minst had hier een coulance regeling tegenover mogen staan, maar het zou eerlijker zijn als de consumenten die net daarvoor een contract hadden afgesloten ook hetzelfde actietarief van € 409,– betalen.

In reactie op het verweerschrift van de ondernemer heeft de consument het volgende naar voren gebracht. Een artikel over onderzoek naar aanbieders van private lease die acties doorvoeren, was de reden voor de consument om expliciet navraag te doen naar ophanden zijnde acties. In het geval van de consument gaat het om een verschil van maar liefst € 7.200,–. Dit komt neer op een hoger leasetermijnbedrag van 29,3%.
Als een verschil zich had beperkt tot enkele tientjes dan had de consument zijn verlies genomen en verder geen actie ondernomen.
Nog steeds is er sprake van een actie aanbod voor € 464,–. Nog steeds een fors verschil van 14,0% ten opzichte van het leasetermijnbedrag van € 529,– per maand.
De consument heeft expliciet gevraagd aan de dealer alvorens hij tot private lease overging of er dit jaar nog acties kwamen voor de auto. Nee was hierop het antwoord. Later, nadat de private leaseovereenkomst afgesloten was, bleek dat acties niet van tevoren bekend worden gemaakt bij de dealer. Vandaar de e-mail van de consument, waarin hij kenbaar maakt dat hij het de dealer niet kwalijk neemt omdat die het simpelweg niet van tevoren kon weten. De ondernemer zet de dealer weg als een partij die in de totstandkoming van de leaseovereenkomst een ondergeschikte rol speelt. Naar de mening en ervaring van de consument is het zo dat de dealer als enige de ondernemer vertegenwoordigt en het enige aanspreekpunt is. Hij handelt en spreekt namens de ondernemer. Een vraag aan de dealer is dus een vraag aan de ondernemer. Derhalve zijn ook de antwoorden van de dealer, namens de ondernemer.
Deze casus is er een tussen de ondernemer en de consument. Dat dit consequenties heeft naar een andere groep van consumenten is niet relevant en zou de ondernemer niet als verweer mogen opbrengen.
De afspraken tussen de ondernemer en toeleveranciers zijn voor een buitenstaander niet te controleren en lijken ook extreem hoog en daarmee ongeloofwaardig. Hoe hoog moeten de kortingen van toeleveranciers dan wel niet zijn om uiteindelijk 22,6% korting naar een eindklant door te voeren. Hierbij rekening houdend dat het leasetarief ook is opgebouwd uit BTW, BPM, verzekering, onderhoud en restwaarde.
Gezien de bovenstaande feiten blijft de consument bij zijn standpunt dat hij de dupe is van buitensporige marketingactiviteiten van de ondernemer welke alleen tot doel hebben marktaandeel te verwerven. Dit over de rug van de consument. De consument zou er toch vanuit mogen gaan dat hij een eerlijke prijs betaalt voor een product in plaats van overgeleverd te zijn aan pure willekeur. Het kan toch niet zo zijn dat hij 29,3% duurder uit is dan bijvoorbeeld de buurman, enkel en alleen omdat hij twee maanden later eenzelfde overeenkomst aangaat. De consument eist derhalve een verlaging van het leasetermijn tarief.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer wijst erop dat in Nederland het principe geldt dat prijzen vrij zijn, zowel voor prijsverhogingen als voor prijsverlagingen, hetgeen wordt onderschreven door de Consumentenbond.
Ook is het staande praktijk dat bedrijven actietarieven hanteren die gelden tijdens een door het bedrijf vastgestelde actieperiode. Dat geldt niet alleen voor leasemaatschappijen, maar ook voor supermarkten, webwinkels en vele andere bedrijven die zakendoen met consumenten.
Als de ondernemer gehoor zou geven aan het verzoek om coulance voor consumenten die net voor de actie een leaseovereenkomst hebben gesloten, dan ontstaat er een nieuwe groep van consumenten die net buiten de boot vallen. Het levert derhalve geen eerlijkere situatie op.
De consument gaat eraan voorbij dat actietarieven mede mogelijk worden gemaakt door toeleveranciers van de ondernemer. De duur van dergelijke kortingsafspraken met toeleveranciers is gelijk aan de periode waarin de ondernemer het actietarief aanbiedt, dus zou uitbreiding een aanzienlijke verliespost voor de ondernemer betekenen.

De ondernemer begrijpt dat de consument teleurgesteld is. De ondernemer is echter wel van mening dat iedereen die een dienst of product afneemt het risico loopt dat daarvoor in de toekomst een aanbieding of een prijsverlaging komt. Mogelijke teleurstelling die daardoor wordt veroorzaakt hoort bij het leven. De ondernemer is daarom op geen enkele manier verplicht om de consument te compenseren.
Gelet op het bovenstaande komt de ondernemer dan ook tot de conclusie dat het de ondernemer vrij stond om na de totstandkoming van de leaseovereenkomst met de consument, de leasetarieven aan te passen voor toekomstige leaseovereenkomsten met andere consumenten en dat de ondernemer op geen enkele wijze verplicht is om de contractueel met de consument overeengekomen leaseprijs te verlagen.
De ondernemer betwist dat een medewerker van de dealer bij wie de ondernemer de leaseauto heeft besteld, aan de consument heeft verklaard dat er dit jaar geen acties meer zouden komen voor de KIA e-Niro. Navraag bij de betreffende medewerker van de dealer wijst uit dat de consument inderdaad heeft gevraagd of er nog een actie zou komen, maar deze vraag is niet bevestigend of ontkennend beantwoord.
Daarmee is duidelijk dat de consument niet verkeerd is ingelicht. De verklaring van de medewerker wordt overigens onderschreven door de consument, hij heeft namelijk aan de medewerker geschreven dat het hem wel duidelijk was dat die niet op de hoogte was van eventuele toekomstige acties. De consument kan derhalve niet volhouden dat hij de leaseovereenkomst niet zou hebben gesloten als hij zeker had geweten dat er in de toekomst nog acties zouden komen. Bovendien heeft de consument geen navraag gedaan bij de ondernemer over eventuele toekomstige acties. Ook wijst de ondernemer erop dat de medewerker van de dealer niet in dienst is van de ondernemer. De dealer is geen contractspartij bij de leaseovereenkomst. De medewerker heeft derhalve ook geen toezeggingen kunnen doen waaraan de ondernemer gebonden is. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de dealer geen rol speelt bij het vaststellen van eventuele actietarieven. Die worden vastgesteld door de ondernemer. Overigens had de ondernemer op het moment waarop de leaseovereenkomst werd gesloten nog niet in beeld dat er ruim twee maanden later een actie zou komen. Dat was op dat moment nog helemaal niet aan de orde.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie is van oordeel dat de consument geen recht heeft op de (gunstiger) actievoorwaarden, die ruim twee maanden na het sluiten van de private leaseovereenkomst – en anderhalve maand na aanvang van de leaseperiode – zijn gaan gelden. De consument en de ondernemer hebben nu eenmaal andersluidende afspraken gemaakt in hun overeenkomst. De ondernemer kan daarom niet verplicht worden om die voorwaarden ook buiten de tijdelijke actieperiode toe te passen. De commissie acht het in het algemeen niet onaanvaardbaar om gunstige actievoorwaarden gedurende een tijdelijke actieperiode te hanteren en buiten die actieperiode niet. Ook in dit geval, met de door de ondernemer gehanteerde actievoorwaarden, is de commissie van oordeel dat dit niet onaanvaardbaar is. De commissie gaat dus niet mee in het ter zitting gevoerde betoog van de consument, dat dit een marketingstunt is die discriminerend uitwerkt, of dat deze discount gruwelijk hoog is. De ondernemer kan niet gehouden worden om de consument te compenseren.

Evenmin is de commissie van oordeel dat de ondernemer zou moeten compenseren vanwege een toezegging. Aan de hand van de eigen stellingen van de consument kan de commissie niet opmaken dat door of namens de ondernemer een bindende toezegging aan de consument is gedaan, dat er geen kortingsactie meer zou komen. Bovendien wordt enige toezegging gemotiveerd weersproken door de ondernemer. Een en ander geeft de commissie geen aanleiding om nog nader feitelijk onderzoek te verrichten.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit de heer mr. J.P.C. van Dam van Isselt, voorzitter, de heer C. Bal, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 10 december 2021.