Minder annuleringskosten bij opzeggen zeven maanden voor aanvang

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzeggen en annuleren    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2006-KIN06-0016

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Bij annulering van de opvang zeven maanden voor de ingangsdatum mag de ondernemer niet de volledige annuleringskosten rekenen.   Het geschil vloeit voort uit een op 23 juni 2005 gedateerde en door de consument ondertekende bevestiging van plaatsing van de destijds nog niet geboren baby van de consument in [de kinderopvang], met ingang van 1 mei 2006.   Het geschil heeft betrekking op de door de ondernemer in rekening gebrachte annuleringskosten.   De consument heeft een bedrag van € 929,36 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   De consument heeft op 23 mei 2005 een bevestigingsbrief ondertekend voor kinderopvang met ingang van 1 mei 2006. Gewenst was opvang per 1 februari 2006, echter eerder was op de door de consument gewenste uren geen plaats. De consument werd er door de ondernemer op gewezen zo snel mogelijk een overeenkomst te ondertekenen om in ieder geval zeker te zijn van een plaats. De wachtlijst zou niet voldoende zijn. De consument heeft zich ook bij een ander kindercentrum ingeschreven. Vervolgens ontving de consument pas op 11 juli 2005, op eigen verzoek, de plaatsingsovereenkomst en de overeenkomst kinderopvang. Deze heeft de consument nooit ondertekend. In september 2005 bood een ander kindercentrum de consument een plaats aan voor de maandag en dinsdag, per 1 februari 2006. De consument heeft vervolgens contact opgenomen met de ondernemer. Deze had inmiddels per 1 februari 2006 een plaats op de maandag. De ondernemer wees bijna onmiddellijk op de twee maanden annuleringskosten, volgens de voorwaarden in de bevestigingsbrief. Dit terwijl de consument ten tijde van het ondertekenen daarvan niet eens bekend was met de kosten en de voorwaarden. In datzelfde telefoongesprek werd nog eens bevestigd dat er nog steeds per de gewenste datum geen plaats was op de dinsdag, maar dat de ondernemer de baby toch wilde plaatsen, om de consument tegemoet te komen. De consument wilde evenwel niet het risico nemen dat zijn baby in een overvolle groep terecht zou komen. De consument heeft toen per brief van 12 september 2005 de plaatsing schriftelijk geannuleerd en vrijwillig een bedrag van € 55,– administratiekosten aan de ondernemer overgemaakt. Op 20 september 2005 ontving de consument een laatste brief van de ondernemer, waarin deze aangaf een factuur te zullen zenden. Pas begin april 2006 ontving de consument de facturen gedateerd 5 april 2006.   In de overeenkomst staat vermeld dat bij annulering maximaal twee maanden opvang in rekening wordt gebracht. Dit lijkt de consument logisch wanneer één maand van tevoren wordt opgezegd. De consument vindt echter het in rekening brengen van 100% bij een opzegging in september voor een overeenkomst die per mei het jaar daarna ingaat niet redelijk. De ondernemer had immers nog ruimschoots de tijd om een ander kind te plaatsen. De consument is van mening dat de gehanteerde annulerings- en wijzigingsvoorwaarden onredelijk bezwarend zijn (conform artikel 237i boek 6 BW). Voorts had de consument in september 2005 niet verwacht dat de ondernemer het zo hard zou spelen en omdat de consument ook niets meer gehoord had en geen facturen had ontvangen, had de consument gehoopt dat de ondernemer het zou vergeten of zou laten gaan.   De consument wijst erop dat hij een bedrag van € 55,– administratiekosten heeft overgemaakt. Deze kosten zijn nooit teruggestort of verrekend. De consument is van mening dat hij niet meer verschuldigd is dan dit bedrag.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer constateert dat de consument de plaatsingsbevestiging van 23 mei 2005 heeft ondertekend, waarmee hij zich onder meer akkoord heeft verklaard met de daarin vermelde annulerings- en wijzigingsvoorwaarden. De ondernemer stelt zich vervolgens aan zijn verplichtingen ten opzichte van de consument te hebben gehouden.   De ondernemer heeft een plek aangeboden voor de door de consument gewenste uren in een groep die qua groepsgrootte vanzelfsprekend het toegestane wettelijke aantal kinderen niet overschrijdt. De ondernemer brengt derhalve twee maanden opvang in rekening conform de annulerings- en wijzigingsvoorwaarden als vermeld op de plaatsingsbevestiging van 23 mei 2005.   Ter zitting verklaart de ondernemer desgevraagd dat geïnteresseerden eerst een inschrijfformulier ontvangen, vergezeld van een informatiepakket. Vervolgens wordt een aanbod gedaan met een bevestigingsbrief. Deze moet worden ondertekend. Daarna volgt de plaatsingsovereenkomst. De door de consument ondertekende brief van 23 mei 2005 betreft de bevestiging van het aanbod. De brief van 23 mei 2005, welke zich niet in het dossier bevindt, wordt ter zitting door de ondernemer overgelegd.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie stelt vast dat partijen met de ondertekening van de brief gedateerd 23 mei 2005 hebben vastgelegd dat zij zijn overeengekomen dat de ondernemer per 1 mei 2006 een aantal opvanguren per week reserveert voor de baby van de consument en tevens dat de consument akkoord gaat met de plaatsing en met de in de brief opgenomen “annulerings- of wijzigingsvoorwaarden”. Daarmee staat vast dat de consument ervan op de hoogte was dat de ondernemer bij annulering of wijziging van de plaatsing kosten in rekening zou brengen ten bedrage van de kosten voor twee maanden opvang.   In september 2005 ontvangt de consument een hem passender aanbod van een andere ondernemer en besluit tot annulering van de plaatsing bij de ondernemer. De ondernemer beroept zich dan op de annulerings- en wijzigingsvoorwaarden zoals opgenomen in de plaatsingsbevestiging van 23 mei 2005 en doet een voorstel tot plaatsing per 1 februari 2006. Wanneer de consument hierop niet wil ingaan, brengt de ondernemer de consument annuleringskosten ter hoogte van de kosten van twee maanden opvang in rekening. De consument is nu van mening dat de ondernemer hem niet mag houden aan deze voorwaarden omdat deze, gezien de tijd tussen de annulering en het overeengekomen tijdstip van aanvang van de opvang, onredelijk bezwarend zouden zijn. De ondernemer zou immers nog gemakkelijk een ander kind kunnen plaatsen.   Vooropgesteld wordt dat de tussen partijen gesloten overeenkomst, in dit geval de plaatsingsbevestiging, in beginsel bepalend is voor hetgeen tussen hen geldt. Alle omstandigheden in aanmerking nemende is de commissie voorts van oordeel dat het redelijk is dat de ondernemer bij de annulering van de plaatsing kosten in rekening heeft gebracht. De ondernemer heeft immers een aanbod gedaan waarmee de consument heeft ingestemd en heeft bovendien de opvanguren enige maanden geblokkeerd voor andere geïnteresseerden die vervolgens mogelijk elders een plaats hebben gevonden. Daarnaast heeft de ondernemer inspanningen verricht om eerder dan per 1 mei 2006 de gevraagde opvanguren beschikbaar te hebben. De commissie acht het in dit geval evenwel niet redelijk dat de ondernemer annuleringskosten ten bedrage van twee volle maanden opvang in rekening brengt.   De commissie acht daarbij de volgende omstandigheden van belang: de annulering vindt ruim zeven maanden voor de overeengekomen aanvang van de opvang plaats, de ondernemer heeft aangegeven dat het om gewilde uren gaat, en om de plaatsing eerder dan reeds was overeengekomen te laten ingaan moest de ondernemer moeite doen om de verlangde opvanguren vrij te maken. Deze omstandigheden wijzen erop dat het nog mogelijk was dat de ondernemer de gereserveerde opvanguren per de met de consument overeengekomen datum, dan wel korte tijd daarna, alsnog zou kunnen opvullen en dat de kans op gederfde winst dan wel verlies naar verwachting, hoewel aanwezig, niet zeer groot zou zijn.   De commissie merkt voorts op dat in artikel 10 van de door de ondernemer gehanteerde Algemene voorwaarden Kinderopvang van [de branchevereniging], welke op de overeenkomst van toepassing zijn, wordt vermeld dat de annuleringskosten nooit meer dan de verschuldigde betaling voor twee maanden bedragen. De commissie stelt vast dat deze voorwaarden uitdrukkelijk de mogelijkheid bieden om in redelijkheid minder annuleringskosten in rekening te brengen danwel te differentiëren.   Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de ondernemer de annuleringskosten in redelijkheid had moeten matigen. Gelet op alle omstandigheden acht de commissie een bedrag ter hoogte van de verschuldigde betaling voor één maand opvang een redelijke compensatie voor de geleverde inspanning en de mogelijk gederfde inkomsten.   Voorts stelt de commissie vast dat de ondernemer niet heeft weersproken dat de consument reeds een bedrag van € 55,– aan de ondernemer heeft betaald. De commissie is derhalve van oordeel dat dit bedrag dient te worden verrekend met het bedrag dat de consument aan de ondernemer is verschuldigd. Uit niets is aan de commissie gebleken dat klager deze kosten sowieso aan de ondernemer verschuldigd was, dat wil zeggen bovenop de annuleringskosten.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de consument terecht bezwaar maakt tegen de hoogte van de in rekening gebrachte annuleringskosten en dat in die zin de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De consument is de ondernemer annuleringskosten verschuldigd ten bedrage van de verschuldigde kosten voor één maand opvang, verminderd met het reeds door de consument aan de ondernemer betaalde bedrag.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Overeenkomstig het reglement van de commissie dient de ondernemer bovendien een bedrag van € 35,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 50,–.   Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. De consument ontvangt een bedrag van € 554,68 terug (€ 464,68 vermeerderd met de reeds betaalde € 55,–, vermeerderd met € 35,– klachtengeld).   De ondernemer ontvangt een bedrag van € 324,68 terug (€ 464,68 verminderd met de reeds ontvangen € 55,–, verminderd met € 35,– klachtengeld, verminderd met € 50,– behandelingskosten).   Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang op 21 december 2006.