Na drie pogingen tot herstel nu verplichting tot vergoeding schade.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: Herstel    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: WAT07-0049

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de vervanging van de deknaden van het teakhouten dek door de ondernemer. De opdracht daartoe is verstrekt op 17 september 2004. De ondernemer heeft € 5.280,– in rekening gebracht.   De consument heeft de klacht in augustus 2006 schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Begin 2005 had de ondernemer de overeengekomen werkzaamheden afgerond. Kort na aanvang van het vaarseizoen bleek dat de werkzaamheden op een aantal punten slordig en onvolledig waren uitgevoerd en dat een aantal kitranden van het dek lek waren. Het vaartuig heeft vervolgens van juli 2005 tot april 2006 bij de ondernemer gelegen voor een tweede reparatie. Ook hierna blijken de lekkages niet verholpen te zijn. De derde reparatie door de ondernemer vond plaats op 18 juni 2007, maar ook hierna blijken de lekkages niet te zijn verholpen. Een deskundigenonderzoek, waartoe de consument opdracht heeft gegeven, heeft uitgewezen dat een groot deel van de deknaden is losgekomen en lek is. Op een aantal plaatsen in het dek zijn de deklatten uitgebroken. De oorzaak is een onjuiste voorbehandeling van de deknaden. De schade wordt begroot op € 6.050,– incl. BTW.   Naar aanleiding van het deskundigenrapport merkt de consument op dat de loszittende deklatten wel degelijk zijn te wijten aan de ondernemer. Met de aan de ondernemer verstrekte opdracht had de consument immers de bedoeling een volwaardig teakdek geleverd te krijgen dat opnieuw 15 tot 20 jaren mee zou gaan. Ook uit het in opdracht van de consument uitgevoerde deskundigenonderzoek blijkt dit, waar de deskundige schrijft: “indien deze werkzaamheden niet goed of onvolledig worden uitgevoerd zullen de kitnaden werking van het houten dek onder invloed van vocht, zonlicht ed. los komen en lek raken.”   Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   De consument heeft na drie mislukte herstelpogingen geen vertrouwen meer in herstel door de ondernemer. Het dek is nu slechter, dan toen het naar de ondernemer werd gebracht.   De consument verlangt vergoeding van de schade ad € 6.050,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   In december 2004/ januari 2005 is het teakdek van de boot van de consument van nieuw rubber voorzien. Daarbij heeft de ondernemer verzuimd voor aanvang van de werkzaamheden een inventarisatie te maken van de al dan niet aanwezige scheurtjes in de teakplankjes. De consument heeft de boot in het voorjaar van 2005 weer in ontvangst genomen en is naar zijn thuishaven terug gevaren. De boot is in juli 2005 weer bij de ondernemer gebracht voor het herstel van een boegschade. Tevens zijn toen op verzoek van de consument enkele teakplankjes vernieuwd vanwege scheurtjes en zijn enkele houtproppen vervangen (garantie). De boot is bij de ondernemer in winterstalling gegaan en in het voorjaar van 2006 weer aan de consument overhandigd. In augustus 2006 ontving de ondernemer via de fabrikant uit Zweden een klachtenbrief van de consument. Hierop heeft de ondernemer direct gereageerd en aangegeven dat hij bereid is om het loszittende dekrubber te vervangen. Voorwaarde hiervoor was wel dat de boot bij de ondernemer wordt aangeboden. Omdat de consument daartoe niet bereid was, heeft de ondernemer getracht de reparatie in de thuishaven van de consument uit te voeren. Dat is niet gelukt, omdat het dek te nat was en het een extreem natte zomer was. Op verzoek van de ondernemer heeft daarna een inspectie plaatsgevonden. Geconstateerd is dat het dekrubber op een beperkt aantal plaatsen vervangen moet worden. De ondernemer heeft toen aangegeven dat te willen uitvoeren op de werf van de ondernemer; desgewenst met eindcontrole door een deskundige. Als alternatief is een vergoeding van € 2.500,– aangeboden. De consument is hierop niet ingegaan.   Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.   Een deel van het rubber hecht niet goed. Mogelijk zijn bepaalde delen niet goed schoongemaakt. De ondernemer is daarom bereid herstel uit te voeren op de werf van de ondernemer. De ondernemer heeft 30 jaar ervaring met deze werkzaamheden. De loszittende deklatten zijn niet veroorzaakt door de werkzaamheden die ondernemer heeft verricht. Deze latten zijn van de bedding losgeraakt.   Deskundigenrapport   De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.   Het voegrubber van de gangboorden en opbouw lag zijwaarts los van de teaklatten over circa 20% van het oppervlak van dek en gangboord. Met een mes werd vastgesteld dat dit tot op de onderliggende teakgroef het geval was. Met een mes is licht druk uitgevoerd op meerdere, nog niet wijkende hechtingen en daarbij werd vastgesteld dat de hechting onvoldoende is daar het rubber vrij makkelijk loskomt. Bij de teakbedekking op de opbouw was de onthechting aanzienlijk minder, namelijk bij circa 10% van de voegen. Op het achterste deel van beide gangboorden (nabij de kuip) gaf water van een eerdere regenbui aan dat daar de einden van de teaklatten los lagen van het onderliggende polyesterdek. Dit loszitten is echter niet een gevolg van de door de ondernemer uitgevoerde werkzaamheden. In de klachtbrieven spreekt de consument van lekkage. Het blijkt niet te gaan om lekkage naar binnen; naar de salon, voorkooi of andere compartimenten. Met de lekkage werd bedoeld lekken langs de losliggende voegrubbers.   Gelet op de hoeveelheid losliggend voerrubber, de reeds uitgevoerde reparaties door de ondernemer en de niet optimale hechting van de nog vastzittende delen, concludeert de deskundige dat er bij het rubberen van de voegen door de ondernemer iets is fout gegaan, waardoor de onthechting kon ontstaan. Wat er precies fout is gegaan, is niet meer te achterhalen.   Plaatselijk herstel is mogelijk. De kosten hiervoor worden begroot op € 2.500,– incl. BTW. De deskundige twijfelt aan de duurzaamheid van de nu nog wel hechtende voegrubber naden. Op welke termijn deze zullen loslaten, is moeilijk in te schatten, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat voegrubber een (beperkte) levensduur heeft van circa 15-20 jaar. Vervanging van alle voegrubber van het dek, gangboorden en opbouw zal tenminste € 6.000,– incl. BTW bedragen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie neemt de bevindingen van de deskundige over nu zij geen aanleiding heeft daaraan te twijfelen. Daarmee staat vast dat het voegrubber op verschillende plaatsen op het dek niet voldoende hecht, hetgeen de ondernemer te verwijten valt. De ondernemer heeft aangeboden het loszittende rubber te vervangen, doch de commissie kan begrijpen dat de consument daar – na drie pogingen – geen vertrouwen meer in heeft. De commissie zal daarom de ondernemer verplichten tot het betalen van een schadevergoeding.   De deskundige heeft plaatselijk herstel van het voegrubber begroot op een bedrag van € 2.500,– incl. BTW. De commissie ziet echter aanleiding een hogere vergoeding vast te stellen. Grond daarvoor is allereerst de twijfel die de deskundige heeft over de duurzaamheid van het nu nog wel hechtende voegrubber. Daarnaast acht de commissie het niet onmogelijk dat de losliggende deklatten – anders dan de deskundige heeft gesteld – (mede) veroorzaakt zijn door de slecht dekkende deknaden, waardoor vocht onder de latten heeft kunnen geraken en deze (eerder dan verwacht had mogen worden) zijn onthecht. De commissie stelt de schadevergoeding naar redelijkheid en billijkheid vast op een bedrag van € 4.500,–. De commissie geeft de consument daarbij in overweging om het dek niet opnieuw te rubberen, nu het dek, dat ongeveer 20 jaar oud is, mogelijk versleten is en dan beter geheel vervangen kan worden.   Op grond van het bovenstaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 4.500,–. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 112,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 150,–.