Nader onderzoek naar gebrek vloerverwarming

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Garantiewoningen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: tussenadvies   Uitkomst: -   Referentiecode: 113819/124797

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Consument klaagt over de vloerverwarming in de woning. Op de meest cruciale plekken van het huis doet de vloerverwarming het niet, zodat de vloer erg koud is. De ondernemer heeft al geprobeerd om het gebrek te verhelpen, zonder resultaat. De ondernemer voert aan dat de temperatuur in de ruimtes wel de contractuele temperatuur behaald. De ondernemer betwist dat er sprake is van een gebrek. De ondernemer heeft zich al voldoende ingespannen voor de consument. Volgens het deskundigenrapport is er niet voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Partijen komen beide graag tot een oplossing. De commissie oordeelt dat de deskundige moet nagaan welke herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden om het gebrek op te lossen.

De uitspraak

Ondergetekenden:

de heer mr. P.L. Alers te Almelo, de heer ir. M.P.A. van Daalen MBA te Mijdrecht, mevrouw mr. C. Muller te Baarn, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.

Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters tot beslechting van het geschil berust op een overeenkomst tot arbitrage tussen de ondernemer en de consument met toepasselijkheid van de SWK Garantie- en waarborgregeling, versie 1 januari 2014 en het bijbehorende Garantiesupplement, bestaande uit module I E en module II O (hierna te noemen: de garantieregeling). Hierin wordt bepaald dat voor “alle geschillen …, welke ontstaan naar aanleiding van de overeenkomst met toepasselijkheid van de Garantie- en Waarborgregeling van SWK … worden beslecht door arbitrage conform het Geschillenreglement van de Geschillencommissie Garantiewoningen”.

Aldus is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De bevoegdheid van de arbiters om het geschil tussen partijen te beslechten is gezien het vorenstaande gegeven. De arbiters dienen gelet op het bepaalde in artikel 16 lid 1 van het reglement te beslissen als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden.

Overeenkomstig artikel 16 lid 2 sub g bevat het arbitrale vonnis, naast de beslissing, in elk geval vaststelling welk gedeelte van het arbitrale vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die vallen onder de SWK Garantie- en Waarborgregeling en welk gedeelte van het vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die geen betrekking hebben op de SWK Garantie- en Waarborgregeling.

Standpunt van consument
Voor het standpunt van consument verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken, in het bijzonder het vragenformulier van 8 juli 2021, de memorie van eis van 18 juni 2021 door de commissie ontvangen op 13 juli 2021 en de akte wijziging van eis van 6 januari 2022. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De vloerverwarming in de woning functioneert niet goed. De klacht betreft voornamelijk dat de vloerverwarming op essentiële plekken niet warm wordt. Het gaat om drie gebieden op de begane grond van de woning. Deze gebieden zijn precies de gebieden in de keuken waar de koelkast, de kookplaat, de wasbak (keukenblok) en de eettafel zich bevinden. Dit zijn gebieden waar men dus noodzakelijkerwijs moet staan/zijn om maaltijden te bereiden en die dus essentieel zijn om wonen mogelijk te maken. Het niet functioneren van de vloerverwarming op deze plekken veroorzaakt dus grote hinder tijdens het uitvoeren van de activiteiten en tast het woongenot van de consument aan; de vloer blijft volgens de consument (ijs)koud.

De ondernemer heeft getracht de klacht te verhelpen, doch zonder het gewenste resultaat. Telkens nadat bleek dat de ondernomen pogingen tot herstel niet het gewenste resultaat hadden opgeleverd, heeft de consument dit gemeld.

De consument betwist dat de voor de betreffende ruimten vereiste temperatuur wordt behaald. De vloerverwarming voldoet hierdoor niet aan hetgeen partijen zijn overeengekomen, de eis van goed en deugdelijk werk en de van toepassing zijnde garantienormen. Hiervoor is de ondernemer aansprakelijk. Dat er geen specifieke norm geldt voor een gelijkmatige warmteverdeling doet hieraan niets af.

De consument heeft in de akte wijziging van eis financiële compensatie gevorderd voor gederfd woongenot. Omdat de vloerverwarming reeds vanaf de oplevering van het privé gedeelte niet naar behoren functioneert, heeft de consument gedurende al die tijd overlast ondervonden. Met name tijdens de wintermaanden is de woning onaangenaam koud.

De consument vordert primair:
1. de ondernemer te veroordelen om binnen een maand na dagtekening van het vonnis de vloerverwarming op de begane grond in de woning goed en deugdelijk te herstellen zodat alsnog de overeengekomen, en ook op grond van de SWK Garantie- en Waarborgregeling 2014 van toepassing zijnde ruimtetemperatuur wordt behaald en de vloer op de begane grond gelijkmatig en voldoende wordt verwarmd, met name op de hiervoor genoemde plekken, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,– per kalenderdag dat hij hiermee in gebreke blijft.
2. de ondernemer te veroordelen tot het aan de consument vergoeden van de kosten van het in- en uitruimen van de begane grond in verband met de uit te voeren herstelwerkzaamheden, de kosten van een verblijf elders gedurende de duur van de herstelwerkzaamheden en de eventueel bij de herstelwerkzaamheden ontstane schade aan de eigendommen van de consument, een en ander vast te stellen bij staat en te vereffen volgens de wet.
3. de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 30.987,50, dan wel een in redelijkheid door de Geschillencommissie vast te stellen bedrag aan schadevergoeding vanwege het sinds de oplevering door de consument gederfde woongenot vanwege het niet goed functioneren van de vloerverwarming op de begane grond.
4. de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 94,99 vanwege de aanschaf van een convectorkachel.

De consument vordert subsidiair
1. de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een in redelijkheid door de Geschillencommissie vast te stellen bedrag aan schadevergoeding vanwege het feit dat de overeengekomen, en ook op grond van de SWK Garantie- en Waarborgregeling 2014 van toepassing zijnde ruimtetemperaturen niet worden behaald en het feit dat de vloer op de begane grond niet gelijkmatig en voldoende wordt verwarmd, rekening houdend met de prijs en de allure van de onderhavige woning en de moeilijke verkoopbaarheid van de woning in de toekomst in verband met de alsdan nog aanwezige – niet herstelde – gebreken aan de (vloer)verwarming.
2. de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 30.987,50 in redelijkheid door de Geschillencommissie vast te stellen bedrag aan schadevergoeding vanwege het sinds de oplevering door de consument gederfde woongenot vanwege het niet goed functioneren van de vloerverwarming op de begane grond.
3. de ondernemer te veroordelen tot betaling aan de consument van een bedrag van € 94,99 vanwege de aanschaf van een convectorkachel.

In reactie op de tegenvordering van de ondernemer, gedaan in zijn verweerschrift van 26 september 2021, heeft de consument de bankgarantie vrijgegeven. Voor een proceskosten veroordeling is geen grondslag gelet op artikel 21 lid 1 van het reglement.

De consument betwist dat de door ondernemer in het geding gebrachte foto’s – met name de infraroodfoto’s – daadwerkelijk (op dat moment) in zijn woning zijn gemaakt. In ieder geval blijkt uit niets hoe hoog de thermostaat stond op het moment dat de foto’s zijn gemaakt.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijzen de arbiters naar de overgelegde stukken, in het bijzonder het verweerschrift van 26 september 2021 en de akte houdende reactie op wijziging van eis. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer acht de vorderingen niet toewijsbaar.

Ruimte temperatuur
Anders dan de consument stelt, wordt de woning warm en wordt voldaan aan de contractuele eisen ter zake van het behalen van de ruimtetemperatuur. De ondernemer heeft de werking van de vloerverwarming meerdere keren laten onderzoeken en het is gebleken dat de woning warm wordt. De consument heeft geen bewijs van zijn stellingen overgelegd.

Koude zones
Het is onduidelijk op welke plaatsen in de woning de consument koude zones ervaart.
De vloerverwarming is op 12 november 2020 door WTH onderzocht. Het bleek dat twee groepen onjuist waren aangesloten, zodat deze niet goed functioneerden. De groepen werden alsnog op de juiste wijze aangesloten, waardoor de vloerverwarming correct functioneert. Dit correct functioneren is op 12 november 2020 gemeten. De ondernemer overlegt ten bewijze daarvan foto’s die op die dag gemaakt zijn.
Er is geen sprake van non-conformiteit zoals gesteld door de consument. De vloerverwarming functioneert naar behoren. Dat er mogelijk koudere plekken worden ervaren, betekent nog niet dat er sprake is van een (aan de ondernemer toerekenbare) tekortkoming.

Zo er al zou komen vast te staan dat er koude zones zijn, dan brengt dat nog niet met zich mee dat dan per definitie sprake zou zijn van een aan de ondernemer toerekenbare tekortkoming nu er geen normen zijn die voorschrijven dat een vloer gelijkmatig warm moet zijn.

Van gederfd woongenot is geen sprake. Aan de eisen die de Hoge Raad daaraan stelt in HR 2019, 1278 wordt niet voldaan. Van fysieke schade is geen sprake. Dat de vloerverwarming onvoldoende functioneert volgens de deskundige, betekent niet dat er sprake is van gederfd woongenot.

Uit het rapport van de deskundige blijkt dat er sprake is van onvoldoende flow in de leidingen ter plaatse van de keuken. De ondernemer is bereid het herstel uit te voeren overeenkomstig het rapport van de deskundige.

De primaire vordering van de consument is disproportioneel en wordt betwist.
De ondernemer betwist de hoogte van de vordering. De consument heeft voor het eerst geklaagd op 6 december 2017 zodat hij geen aanspraak kan maken op vergoeding over de periode voordien. Na het verhelpen van de klachtmelding van 12 oktober 2018 heeft de consument pas op 30 december 2019 weer een klacht ingediend over de vloerverwarming. Het is de ondernemer niet verwijtbaar dat hij in de tussentijd ervan is uitgegaan dat het probleem verholpen was.
De ondernemer betwist voorts dat de consument aanspraak zou kunnen maken op 50% van de huurwaarde van de woning.
Indien en voor zover al zou komen vast te staan dat de ondernemer aansprakelijk zou zijn voor koude zones in het vloerveld, dan verzoekt hij – rekening houdend met de eisen van redelijkheid en billijkheid – om niet tot herstel te worden veroordeeld. De ondernemer heeft kosten noch moeite gespaard om de door de consument ervaren problemen te verhelpen. De vloerverwarming functioneert goed en het belang van de consument om een koude zone op te heffen weegt niet op tegen het belang van de ondernemer om niet te worden veroordeeld tot zeer ingrijpende bouwkundige maatregelen. De ondernemer verzoekt om een eventuele schadevergoeding te bepalen op een bedrag niet hoger dan € 1.000,–.
De vordering tot vergoeding van € 94,99 vanwege de aanschaf van een convectorkachel dient te worden afgewezen, omdat de ondernemer deze kosten al heeft vergoed aan de consument.

De ondernemer heeft zijn reconventionele vordering tot vrijgave van de ten behoeve van de consument gestelde bankgarantie ingetrokken. Hij verzoekt om de consument te veroordelen in de proceskosten van de ondernemer.

Behandeling van het geschil
Op 21 januari 2022 heeft te Den Haag de mondelinge behandeling ten overstaan van de arbiters plaatsgevonden, bijgestaan door de heer mr. D.C.J. Frijlink fungerend als plaatsvervangend secretaris.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen om ter zitting te verschijnen. Vanwege COVID-19 heeft de zitting via een online verbinding plaatsgevonden.

Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht.

Ter zitting werd consument bijgestaan door zijn gemachtigde de heer [naam gemachtigde].

Ter zitting werd de ondernemer bijgestaan/vertegenwoordigd door zijn gemachtigde de heer [naam gemachtigde], vergezeld van de heer [naam gemachtigde] (hoofd nazorg bij ondernemer) en de heer [naam gemachtigde] (coördinator nazorg bij ondernemer).

De consument heeft ter zitting, aanvullend op hetgeen schriftelijk reeds is verwoord, zakelijk weergegeven het volgende betoogd. De consument wil graag een oplossing van het probleem.

Het deskundigenrapport is helder: er wordt niet voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Niet alleen zijn er grote temperatuurverschillen in de vloer, maar ook de vereiste ruimtetemperaturen worden volgens de deskundige niet behaald.
De consument wil graag dat er eerst aan de hand van een plan van aanpak onderzoek naar de oorzaken wordt gedaan. De consument zit niet te wachten op het openmaken van de vloer, maar als blijkt dat andere maatregelen niet helpen neemt hij dat voor lief, want hij wenst herstel.
De gevraagde schadevergoeding wegens gederfd woongenot is niet disproportioneel. Verwijzing naar de jurisprudentie van de Hoge Raad is niet terecht, want daar ging het om fysieke schade als gevolg van aardbevingen. Hier gaat het niet om fysieke schade, maar om een gebrek.
De vordering tot vergoeding van de kachel trekt hij in, want de ondernemer heeft de kosten van de kachel inmiddels aan hem betaald. Het verwijt van de ondernemer dat de consument de kachel eerder had kunnen aanschaffen om zijn schade te beperken, is niet terecht. De consument heeft de kachel niet eerder aangeschaft omdat hij de ondernemer steeds in de gelegenheid tot herstel heeft willen stellen.
De consument is bereid mee te werken aan een ultieme poging om de problemen op te lossen zonder dat de vloer opengemaakt moet worden, mits hij zijn aanspraken op grond van de overeenkomst en de garantieregeling daarmee behoudt.

De ondernemer heeft ter zitting, aanvullend op hetgeen schriftelijk reeds is verwoord, zakelijk weergegeven het volgende betoogd. De ondernemer heeft altijd getracht de klachten op te lossen en meende eerder ook dat dit was gelukt. De ondernemer trekt zich het rapport van de deskundige aan. Ook de ondernemer komt graag tot een oplossing. De deskundige heeft geconstateerd dat op een aantal plekken de vloer koud is. Dat zal opgelost moeten worden. Over de ruimtetemperaturen heeft hij echter niets gezegd en dat die niet worden behaald is ook niet gebleken. De ondernemer is bereid om, in lijn met het rapport van de deskundige, met alle betrokken disciplines gezamenlijk te bekijken welke maatregelen nog getroffen kunnen worden. Er kan ook een plan van aanpak worden opgesteld. Mochten de maatregelen echter niet of onvoldoende helpen, dan verzet de ondernemer zich tegen vervanging van de vloerverwarming omdat dit disproportioneel is. De deskundige heeft tijdens zijn onderzoek nog gesuggereerd dat omkeren van de flow zou kunnen helpen. De ondernemer acht niet ondenkbaar dat dit helpt, maar er zal ook naar de (kleppen van de) verdeler gekeken kunnen worden en naar zaken als de plek van de thermostaat.

De vordering tot schadevergoeding wegens gederfd woongenot komt niet voor toewijzing in aanmerking want daarvan is met een koude vloer geen sprake. Wat de hoogte van de vordering betreft is nog van belang dat op de consument de plicht tot beperking van zijn schade rust. Hij heeft pas dit jaar een extra kachel geplaatst maar had dat al veel eerder kunnen doen en had de schade derhalve kunnen beperken.

Deskundigenrapport
De commissie heeft op 4 november 2021 een onderzoek laten uitvoeren door de heer J.G. Marcus, die daarover op 6 december 2021 schriftelijk heeft gerapporteerd aan de commissie. De inhoud van dit rapport geldt – voor zover hierna niet aangehaald – als hier herhaald en ingelast.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het rapport van de deskundige. De consument heeft hierop gereageerd per brief van 13 december 2021. Hij kan zich vinden in de bevindingen van de deskundige.

De ondernemer heeft bij brief van 21 december 2021 gereageerd. Hij heeft geen op- of aanmerkingen op het rapport en stelt voor het hersteladvies van de deskundige uit te voeren, om vervolgens nogmaals een onderzoek te laten uitvoeren door de deskundige.

Uitgangspunten
In de op of omstreeks 26 november 2014 tussen partijen gesloten koop-/aannemingsovereenkomst heeft de ondernemer zich jegens de consument onder meer verbonden het appartementsrecht (de woning) aan [straatnaam] in Amsterdam (af) te bouwen conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en – voor zover aanwezig – staten van wijzigingen, zoals aangegeven op de bij de aannemingsovereenkomst behorende situatietekening, zulks naar de eisen van goed en deugdelijk werk en met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. Het privégedeelte van het appartementsrecht is opgeleverd op 6 december 2017.

Tevens is op genoemde aannemingsovereenkomst eerdergenoemde garantieregeling van toepassing verklaard. Op grond van de van toepassing zijnde artikelen van de garantieregeling heeft de ondernemer aan de consument gegarandeerd dat de toegepaste constructies, materialen, onderdelen en installaties onder redelijkerwijs te voorziene externe omstandigheden deugdelijk en bruikbaar zijn voor het doel waarvoor zij zijn bestemd, een en ander voor zover ter zake geen beperkingen zijn opgenomen. Op grond hiervan heeft de ondernemer tevens gegarandeerd dat de woning voldoet aan de toepasselijke eisen van het Bouwbesluit, dat van toepassing is op de verkregen bouwvergunning. Deze normen worden hierna gezamenlijk aangeduid als de garantienormen. De consument is in het bezit gesteld van een waarborgcertificaat onder nummer SA 56.19.84.196.005.

Overeenkomstig artikel 16 lid 2 sub g bevat het arbitrale vonnis, naast de beslissing, in elk geval de vaststelling welk gedeelte van het arbitrale vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die vallen onder de SWK Garantie- en Waarborgregeling en welk gedeelte van het vonnis betrekking heeft op die onderdelen van het geschil die geen betrekking hebben op de SWK Garantie- en Waarborgregeling.

Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het over en weer schriftelijk en ter zitting door partijen gestelde, alsmede het rapport van de deskundige overwegen de arbiters als volgt.

De arbiters stellen vast dat de deskundige in zijn rapport het volgende vermeldt:
“Tijdens het onderzoek was de thermostaat in de woonkamer/keuken 2 uur voor het bezoek ingesteld op 21°C (bij aankomst is deze verhoogd naar 25°C). Bij aankomst bedroeg de temperatuur bij de thermostaat 20,5°C en na een uur 21,5°C. De ruimtetemperatuur in het keuken/eetkamerdeel blijft echter fors achter en bedroeg aan het eind van de metingen 18,5°C. Dit temperatuurverschil binnen de leefzone van 3°C is onacceptabel hoog.

Er zijn geen harde eisen over het toegestane horizontale temperatuurgradiënt in een vertrek. Echter kan het advies uit de GIW/ISSO publicatie 2008 aangehouden worden als zijnde goed en deugdelijk. Deze publicatie geeft aan dat een horizontale temperatuurgradiënt van maximaal 1°C acceptabel is binnen de leefzone. De oorzaak is onderzocht en gebleken is dat de vloertemperatuur ter plaatse van de thermostaat 24°C bedroeg, in het zitgedeelte 22°C en in het keuken/eetkamer deel tussen de 20 en 17°C.

Hieruit moet geconcludeerd worden dat de vloerverwarming niet naar behoren functioneert. Vastgesteld is wel dat er wel over het gehele vloeroppervlak slangen zijn aangebracht. De aanvoerwatertemperatuur bedroeg 38°C vanuit de warmtepomp. De retourwatertemperaturen van de groepen op de begane grond bedroegen respectievelijk: 24, 24 en 28°C. De deskundige is van mening dat door de grote ∆T (dus onvoldoende flow) over de groepen het grote temperatuurverschil in de vloer ontstaat. Enig verschil in vloertemperatuur is niet te vermijden, echter in dit geval zijn deze erg groot. Ook de locatie van de thermostaat is niet optimaal. Juist omdat de thermostaat geplaatst is waar de meeste en warmste leidingen zijn gelegd, zal de temperatuur bij de thermostaat te snel de groepen afsluiten, waardoor het keukendeel niet de tijd krijg om voldoende op te warmen. De installatie is niet goed ingeregeld. Er zal nader onderzoek nodig zijn om te kijken of het probleem op te lossen is door het goed inregelen van de installatie en afstellen van de warmtepomp.

Conclusie
Geconcludeerd moet worden dat niet wordt voldaan aan artikel 6.2. van de SWK Garantie en Waarborgregeling 2014.

Hersteladvies:
Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden wat de oorzaak is dat de flow onvoldoende is en deze oorzaak dient weggenomen te worden.
Geadviseerd wordt om de installatie zodanig af te stellen/inregelen dat de ∆T over de vloerverwarmingsgroepen tussen de 5 en 6°C ligt bij een aanvoertemperatuur van 40°C.
Het resultaat van het herstel zal in ieder geval moeten zijn dat in de gehele woonkamer/ keuken de gegarandeerde temperatuur van 20°C behaald en behouden moet kunnen worden met een tolerantie van 1°C (gemeten binnen de leefzone op 1,5 meter van de vloer).

De arbiters hebben kennisgenomen van de bevindingen en conclusie van de deskundige, nemen deze over en maken deze tot de hunne. Gelet op het hersteladvies van de deskundige en het feit dat ter zitting is gebleken dat er bij beide partijen bereidheid is om te onderzoeken en te beproeven of er in dit stadium nog mogelijkheden zijn de problemen zonder eventuele ingrijpende maatregelen op te lossen, achten de arbiters het aangewezen nog geen eindvonnis te wijzen, maar eerst een tussenvonnis over de technische aspecten van de zaak.
Zij zullen de ondernemer opdragen om tezamen met de betrokken disciplines/onderaannemers en in samenspraak met de deskundige – en zo nodig op diens aanwijzing – nader onderzoek te doen naar de oorz(a)ak(-en) van het niet goed functioneren van de vloerverwarming, alsmede tot het uitvoeren van de noodzakelijke werkzaamheden, met het hersteladvies van de deskundige als leidraad. De ondernemer dient het nadere onderzoek en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden zo in te richten en te coördineren dat de deskundige in staat is om binnen de hierna te stellen termijn nader aan de arbiters te rapporteren.

De deskundige wordt verzocht na uitvoering van de werkzaamheden aan de hand van metingen na te gaan wat de resultaten van de uitgevoerde werkzaamheden zijn en hierover binnen zes weken na wijzen van dit vonnis aan de arbiters schriftelijk te rapporteren. Partijen worden daarna in de gelegenheid gesteld te reageren op het rapport van de deskundige. Vervolgens zullen de arbiters bepalen of zij het noodzakelijk achten een tweede hoorzitting te houden, dan wel dat zij op basis van de stukken eindvonnis kunnen wijzen. In zoverre wordt iedere (eind)beslissing aangehouden. Ook iedere beslissing op de nevenvorderingen en de vordering tot veroordeling in de proceskosten in reconventie wordt aangehouden.

Beslissing
De arbiters, als goede personen naar billijkheid, met inachtneming van de tussen partijen geldende voorwaarden:

In conventie

I. dragen de ondernemer op tot het uitvoeren van nader onderzoek, op deze wijze als hiervoor genoemd, en de uitvoering van daaruit voortvloeiende werkzaamheden;

II. verzoeken de deskundige binnen zes weken na datum vonnis een rapport uit te brengen over zijn bevindingen waarna partijen gelijktijdig in de gelegenheid gesteld worden om binnen 14 dagen schriftelijk te reageren op het rapport;

III. houden iedere verdere beslissing aan.

In reconventie:
IV. houden de beslissing inzake de vordering van proceskosten aan

Dit arbitraal vonnis is gewezen te Den Haag op 24 januari 2022 en door de arbiters van de Geschillencommissie Garantiewoningen ondertekend.