Niet aanemelijk is geworden dat tussen partijen een overeenkomst tot levering van diensten tot stand is gekomen.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Internetverbinding    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 111148

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een abonnement met tv-aansluiting.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Ik heb mij aangesloten bij een campagne voor een overstap naar glasvezel binnen onze woonplaats. Aan de stichting [naam stichting] heb ik gevraagd of ik vijf televisietoestellen aan kon sluiten met gebruikmaking van de bestaande (draadloze) apparatuur. Uit het antwoord begreep ik dat dat het geval was. Vervolgens vond de aanleg plaats en kon ik kiezen voor een pakket. Ik heb mij toen definitief actief aangemeld bij de provider. Dat bleek de ondernemer te zijn. We kozen voor aansluiting door een monteur. Na de aanmelding hoorden we geruchten om ons heen dat het niet mogelijk zou zijn bij de ondernemer om draadloos tv te kijken. We moesten opeens overal kabels gaan trekken in het huis. Dat hebben we al jaren niet meer. Van de ondernemer hebben wij na telefonisch contact geen antwoord gekregen over de mogelijkheden. Uiteindelijk hebben we iemand gesproken die de geruchten bevestigde dat draadloos pertinent niet mogelijk is en vijf televisietoestellen al helemaal niet. Wel werden wij aan het contract gehouden. Ik wil van het contract af. Ik heb al € 523,28 aan de ondernemer betaald.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Op verzoek van de consument is een bestelling ingediend voor de levering van diensten over het nieuw aan te leggen glasvezelnetwerk. Deze bestelling is aangebracht via de firma [naam firma]. Nadat de woning is aangesloten, hebben wij voldaan aan de bestelling. De consument heeft zelf de installatie door een monteur geannuleerd. Wij hebben niet eerder gehoord dat sprake was van draadloos aansluiten van vijf televisies. Wij achten onvoldoende aangetoond dat de afgesproken diensten niet zijn geleverd. De consument heeft correcte informatie ontvangen over de mogelijkheden. Er is daarbij niet gesproken over het draadloos aansluiten van televisies. De klacht is ongegrond.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Naar de kern komt het geschil erop neer dat de consument zich heeft aangemeld bij [naam stichting] voor een aansluiting op het glasvezelnetwerk, waarbij [naam stichting] uiteindelijk gekozen heeft voor de ondernemer als provider. De consument heeft zich kennelijk wel ook bij de ondernemer aangemeld, maar niet gebleken is dat tussen de consument en de ondernemer een overeenkomst tot stand is gekomen. Volstrekt onduidelijk is gebleven wat dan de precieze inhoud zou zijn van hetgeen tussen partijen overeengekomen zou zijn. Het is wel duidelijk dat voor de consument de mogelijkheid vijf televisies draadloos aan te sluiten een absolute voorwaarde was om een overstap te maken. De ondernemer heeft niet weersproken dat de consument hem telefonisch heeft benaderd over dit punt, maar dat de consument van de kant van de ondernemer daarover geen uitsluitsel heeft verkregen. Onder de gegeven omstandigheden is de commissie van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat tussen partijen een overeenkomst tot levering van diensten tot stand is gekomen. De consument heeft recht op restitutie van het genoemde door hem aan de ondernemer betaalde bedrag.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 523,28. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.

De consument is niets aan de ondernemer verschuldigd.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten op 7 augustus 2017.