Nota moet wel betaald worden, cliënte heeft ingestemd met behandeling

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Zorg Algemeen    Categorie: Kosten    Jaartal: 2022
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 112879/131731

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De cliënte heeft een factuur gekregen van de zorgaanbieder voor een diagnose die zij niet herkend. De zorgaanbieder heeft uitgelegd voor welke diagnose behandeling de kosten in rekening zijn gebracht. De commissie oordeelt dat de cliënte heeft ingestemd met de behandeling. Dit blijkt uit de overgelegde stukken.

De uitspraak

in het geschil tussen

[naam cliënte], wonende te [naam woonplaats]

en

Samenwerkende Psychologen Alphen aan den Rijn VOF, gevestigd te Alphen aan den Rijn
(hierna te noemen: de zorgaanbieder).

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Zorg Algemeen (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten.

De commissie heeft kennisgenomen van de overgelegde stukken.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 11 april 2022 te Den Haag.

Partijen zijn niet voor de zitting opgeroepen.

Onderwerp van het geschil
De cliënte heeft de klacht voorgelegd aan de zorgaanbieder.

Het geschil betreft de vraag of de zorgaanbieder een nota kan sturen voor een behandeltraject terwijl volgens de cliënte nooit besproken is dat de zij gediagnosticeerd zou zijn en daarvoor een behandeltraject nodig had.

Standpunt van de cliënte
Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De cliënte heeft een nota van de zorgaanbieder ontvangen voor een behandeltraject dat zij niet heeft gevolgd met een diagnose die de cliënte niet herkend.

Door de zorgaanbieder is nooit aan de cliënte meegedeeld of met haar besproken dat zij belast zou zijn met een persisterende depressie. De cliënte was slechts ter aanvulling/ondersteuning van haar man aanwezig die bij de zorgaanbieder onder behandeling was.

De zorgaanbieder beweert dat het aanmeldingsformulier voor een individueel behandeltraject en een behandelplan door de cliënte zijn ondertekend. Dat is onjuist.

De cliënte verlangt dat de zorgaanbieder erkent dat de gestelde diagnose nooit met de cliënte is besproken en dat zij nooit voor een behandelplan heeft getekend. Daarnaast wil de cliënte dat het gedeclareerde bedrag van € 2.823,05 wordt geretourneerd aan de zorgverzekeraar.

Standpunt van de zorgaanbieder
Voor het standpunt van de zorgaanbieder verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De behandelaar heeft bij de behandeling van de partner van de cliënte aan cliënte geadviseerd om ook zelf in behandeling te komen om aan haar aandeel binnen de problematiek binnen het systeem cq het gezin te werken. De cliënte heeft hierop zelf een verwijzing Generalistische Basis GGZ gehaald bij haar huisarts. De behandelaar heeft vervolgens een Basis GGZ traject geopend. Omdat de problematiek niet paste binnen Basis GGZ, is dit traject weer gesloten op 18 november 2019 en gedeclareerd als “onvolledig behandeltraject” met als afsluitreden “te zwaar voor GB GGZ”. Vervolgens is een Gespecialiseerd GGZ traject geopend. De huisarts hoeft hiervoor geen nieuwe verwijzing te schrijven, een melding aan de huisarts volstaat. De registratie is geheel conform de regelgeving van de Nederlandse Zorgautoriteit.

Het (gespecialiseerde) GGZ traject en de initiële diagnose zijn met de cliënte overeengekomen en is duidelijk vermeld op de door de cliënte getekende aanmeldingsformulieren en het behandelplan. De cliënte heeft ingestemd met het uitvoeren van diagnostiek en de uitkomsten daarvan zijn met de cliënte besproken.

De zorgaanbieder heeft herhaaldelijk aangeboden om in een persoonlijk gesprek een nadere toelichting aan de cliënte te geven. Van dit aanbod heeft de cliënte geen gebruik willen maken.

De cliënte werd lege artis behandeld. De behandelaar is niet toerekenbaar tekortgeschoten. De klacht dient als ongegrond te worden afgewezen.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de cliënte een verwijsbrief bij haar huisarts heeft gevraagd en gekregen voor Generalistische Basis GGZ. Vervolgens heeft de cliënte het aanmeldingsformulier voor een zorgtraject bij de zorgaanbieder op 4 november 2019 ondertekend. Het behandelplan is op 4 november 2019 door de cliënte ondertekend. Daarin is te lezen dat de behandeling te zwaar is voor Basis GGZ en dat wordt overgestapt naar gespecialiseerde GGZ. Op 4 november 2019 is het product Basis GGZ gesloten en is de cliënte intern doorverwezen naar gespecialiseerde GGZ. De cliënte heeft het aanmeldingsformulier voor gespecialiseerde GGZ op 20 november 2019 ondertekend.

Naar het oordeel van de commissie blijkt uit de overgelegde stukken dat de cliënte heeft ingestemd met de behandeling bij de zorgaanbieder en dat dit traject is opgestart. De klacht is dan ook ongegrond. Het door de cliënte verlangde wordt afgewezen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:

verklaart de klacht van de cliënte ongegrond.

het door de cliënte verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Zorg Algemeen, bestaande uit de heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter, de heer dr. J.W. Stenvers en de heer mr. P.C. de Klerk, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. L. Kramer, secretaris, op 11 april 2022.